Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 29 juni 2022

ECLI:NL:RBMNE:2022:3305Zaaknummer UTR 22/2523

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29 juni 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
UTR 22/2523
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

afwijzing VOG, voorlopige voorziening. Omdat het beroep ongegrond is, is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2022.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. De Minister voor Rechtsbescherming, verweerder.
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/2523

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juni 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P. van der Meer),

en

De Minister voor Rechtsbescherming, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 8 maart 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen.

In het besluit van 20 mei 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Verzoeker heeft verklaard dat hij niet over vermogen beschikt. Het inkomen dat hij geniet heeft hij onderbouwd met loonstroken. Daaruit blijkt dat Verzoeker voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor vrijstelling van het griffierecht. Verzoeker wordt daarom vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van griffierecht.

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

3. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4. Bij uitspraak van 29 juni 2022 heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek

niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2022.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.