Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 4 juli 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3049Zaaknummer UTR 22/1852
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 4 juli 2022
- Publicatiedatum
- 15 december 2022
- Zaaknummer
- UTR 22/1852
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Geen connex beroep.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2022.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1852
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juli 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
de directie van de RDW, verweerder.
Procesverloop
In het besluit van 4 oktober 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de keuringsbevoegdheid van verzoeker voor de categorie voertuigen tot en met 3500 kg voor 12 weken ingetrokken.
In het besluit van 13 april 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 6 mei 2022 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
- De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het bestreden besluit. De voorzieningenrechter constateert dat tegen dat laatste besluit geen beroepsprocedure loopt. Verzoeker is hier zowel schriftelijk als mondeling telefonisch op gewezen, maar dit heeft er niet toe geleid dat hij alsnog beroep heeft ingesteld. Alleen als er ook een beroepsprocedure loopt, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen. Omdat dat niet het geval is, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2022.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.