Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 november 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:6618Zaaknummer AWB - 21 _ 332

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 november 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 332
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amersfoort
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek schadevergoeding. Schadebedrag > € 25.000,-. Rb onbevoegd.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Amersfoort

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/332

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats], verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen tot het vergoeden van

schade die hij heeft geleden.

Het verzoek om schadevergoeding is behandeld op de zitting van 7 oktober 2021. Verzoeker

was hierbij aanwezig. Namens verweerder is niemand verschenen.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn verzoek – kort samengevat – gesteld

dat hij schade heeft geleden door de vele onrechtmatige besluiten en door het onrechtmatig handelen van verweerder. Hij is daardoor genoodzaakt geweest zowel bestuursrechtelijke als civielrechtelijke procedures te voeren. Deze procedures hebben hem heel veel geld gekost. Eiser wil deze schade vergoed krijgen.

2. Ter zitting is komen vast te staan dat eiser vergoeding vraagt van een bedrag van

€ 52.352,76 aan advocaatkosten. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat hij geen vergoeding vraagt van schade die hij heeft geleden als gevolg van de verkoop van zijn appartement aan de [adres] in [woonplaats].

3. Eiser heeft op de zitting het gevraagde schadebedrag gehandhaafd.

4. In artikel 8:89, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is geregeld dat de

bestuursrechter bevoegd is een schadeverzoek in behandeling te nemen voor zover de

gevraagde vergoeding ten hoogste €25.000,- bedraagt.

5. Omdat de door verzoeker gevraagde schadevergoeding hoger is dan € 25.000,- is de

rechtbank niet bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Verzoeker kan zich met zijn verzoek tot de civiele rechter wenden die bevoegd is te oordelen over de gevraagde vergoeding van meer dan €25.000,-.

6. Op grond van artikel 2.5, zesde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken

2021 wordt het geheven griffierecht terugbetaald aan verzoeker. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

7. Ter voorlichting aan verzoeker overweegt de rechtbank dat zijn schadeverzoek, de

volgende vragen oproept, die voor de beoordeling van zijn verzoek relevant zijn:

  • heeft verzoeker schade geleden als gevolg van onrechtmatige besluiten van verweerder;
  • welke onrechtmatige besluiten betreft het;
  • is er een causaal verband tussen de onrechtmatige besluiten en de door verzoeker geleden schade;
  • heeft verzoeker bij verweerder een verzoek ingediend tot vergoeding van de schade als gevolg van de onrechtmatige besluiten.

Omdat de rechtbank onbevoegd is komt de rechtbank niet toe aan de beantwoording van deze vragen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. De beslissing is uitgesproken op 18 november 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.