Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 28 december 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:6336Zaaknummer UTR 21/4661

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28 december 2021
Publicatiedatum
1 september 2022
Zaaknummer
UTR 21/4661
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo buiten zitting, niet-ontvankelijk, geen griffierecht en geen besluit

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening

niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E. Kersten, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/4661

uitspraak van voorzieningenrechter van 28 december 2021 in de zaak tussen

[verzoeker 1],

[verzoeker 2],

[verzoeker 3],

[verzoeker 4],

allen te [woonplaats],

hierna tezamen: verzoekers,

en

het college van burgemeester & wethouders van de gemeente Lelystad, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekers hebben ingediend op 30 november 2021.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

griffierecht

2. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 49,-. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, dan is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.

3. De voorzieningenrechter heeft verzoekers op 2 december 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekers het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank.

4. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Verzoekers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.

besluit

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers ook geen kopie van het besluit hebben ingediend.

6. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient moet een kopie van het besluit indienen. Dit staat in artikel 6:5 en artikel 8:81 van de Awb. Als dat niet gebeurt, dan geldt wederom de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen kopie van het besluit is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.

7. De griffier heeft verzoekers op 15 december 2021 een brief gestuurd, waarin staat dat verzoekers binnen één week een kopie moeten overleggen van het besluit waar zij het niet mee eens zijn.

8. Verzoekers hebben niet gereageerd op deze brief. Verzoekers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.

conclusie

5. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van de Awb).

6. Verzoeker krijgt geen gelijk. Voor een vergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening

niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E. Kersten, griffier. De beslissing is uitgesproken op 28 december 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.