Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 2 november 2021

ECLI:NL:RBMNE:2021:5406Zaaknummer UTR 20/3363

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
2 november 2021
Publicatiedatum
1 augustus 2022
Zaaknummer
UTR 20/3363
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo Participatiewet. Spoedeisend belang desgevraagd niet onderbouwd. Verzoek afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 november 2021 door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier, en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

de voorzieningenrechter is verhinderd

om deze uitspraak mede te ondertekenen

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3363

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 november 2021 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder

Procesverloop

In het besluit van 6 maart 2020 (primaire besluit) heeft verweerder besloten dat verzoeker zijn verstrekte uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand, verstrekt in de vorm van een geldlening (Krediethypotheek) moet terugbetalen omdat eiser de akte voor het vestigen van deze hypotheek niet heeft ondertekend.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat hij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.

3. Bij brieven van 1 oktober 2020 en van 14 oktober 2020 is daarom door de griffier gevraagd om een nadere onderbouwing van de financiële situatie van verzoeker, waarbij is verzocht om kopieën van bankafschriften, kopieën van aanmaningen indien sprake is van schulden en eventuele stukken met betrekking tot huisuitzetting, en om de stand van zaken bij de invordering. Verzoeker heeft op deze brieven niet gereageerd. Ook op een nader schrijven van de rechtbank van 8 oktober 2021 heeft verzoeker niet gereageerd. Er is dus geen enkele onderbouwing van de gestelde financiële noodsituatie. De conclusie is daarom dat er geen spoedeisend belang is.

4. Omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het primaire besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van wat is aangevoerd door verzoeker niet evident is dat het bestreden besluit geen stand kan houden.

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 november 2021 door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier, en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

de voorzieningenrechter is verhinderd

om deze uitspraak mede te ondertekenen

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.