Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 8 oktober 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4409Zaaknummer UTR 20/2883
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 22 juli 2021
- Zaaknummer
- UTR 20/2883
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek vovo afgewezen. Bezwaar gericht tegen evident geen besluit.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2020.
| griffier | De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2883
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 oktober 2020 in de zaak tussen
[verzoeker], te [plaats], verzoeker(gemachtigde: A. Stokhof),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder.
Procesverloop
Bij brief van 4 augustus 2020 heeft verweerder verzoeker geïnformeerd dat zijn aangifte van verhuizing wordt aangehouden omdat deze onvolledig is.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
- De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
- De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker bezwaar heeft gemaakt tegen een brief van verweerder die evident geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dit betekent dat het bezwaar geen kans van slagen heeft en niet-ontvankelijk zal moeten worden verklaard. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is dan ook geen aanleiding.
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2020.
| griffier | De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.