Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4255Zaaknummer UTR 20/3221
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 12 maart 2021
- Zaaknummer
- UTR 20/3221
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vovo, griffierecht niet betaald, vovo n-o
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.
De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3221
uitspraak van voorzieningenrechter van 7 oktober 2020 in de zaak tussen
[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,
en
het Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend op 16 september 2020. Dit verzoek was ingediend omdat verweerder volgens verzoekster nog niet op haar aanvraag van 15 mei 2020 had beslist. Uit de stukken blijkt dat verweerder op 3 augustus 2020 wel op haar aanvraag heeft beslist. Het verzoek richt zich daarom tegen het besluit van verweerder van 3 augustus 2020.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die in een verzoek indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 48,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de voorzieningenrechter is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
4. De voorzieningenrechter heeft verzoekster op 20 september 2020 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de voorzieningenrechter.
5. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoekster heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van de Awb).
7. Verzoekster krijgt geen gelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.
De voorzieningenrechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.