Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 2 juli 2019

ECLI:NL:RBMNE:2019:3178Zaaknummer C/16/474483 / JL RK 19-63

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
2 juli 2019
Publicatiedatum
16 juli 2019
Zaaknummer
C/16/474483 / JL RK 19-63
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenbeschikking
Zittingsplaats
Almere
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het betreft een derde tussenbeschikking. Het is nog niet gelukt om de minderjarige op een school geplaatst te krijgen. Wel ligt er inmiddels een aanmelding voor een 3-milieus voorziening en een aanmelding voor een reguliere school. De ouders, GI, advocaat en directeur van de school waar de minderjarige staat ingeschreven worden opnieuw opgeroepen voor een zitting om de impasse (het langdurige niet naar school gaan van de minderjarige) te doorbreken. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2019:1124 en ECLI:NL:RBMNE:2019:2032)

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] tot 22 november 2019;

houdt het meer of anders verzochte aan;

bepaalt dat er opnieuw een zitting zal plaatsvinden op 22 augustus 2019 te 13.30 uur, welke zitting zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Almere (adres: De Diagonaal 37, 1315 XK). De griffier zal partijen en de directeur van [school 1] hiervoor oproepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2019 door mr. M.A.A. ter Meer-Siebers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het procesverloop
  2. De standpunten
  3. De beoordeling
  4. De beslissing

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Almere

Zaakgegevens : C/16/474483 / JL RK 19-63

datum uitspraak: 2 juli 2019

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te [vestigingsplaats],

betreffende

[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats], hierna te noemen [voornaam van minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[belanghebbende 1], hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats],

[belanghebbende 2], hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats].

Het procesverloop

De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] bij beschikking van 18 april 2019 verlengd tot 22 september 2019. Het meer of anders verzochte is aangehouden tot de zitting van 2 juli 2019, om de voortgang van de plaatsing van [voornaam van minderjarige] op school te kunnen monitoren.

Op 2 juli 2019 heeft de kinderrechter de zaak verder ter zitting met gesloten deuren behandeld en gehoord: - de minderjarige [voornaam van minderjarige], die apart is gehoord,

- de moeder, bijgestaan door mr. B.V. Rafaela,

- de vader,

- mevrouw [A] namens de GI,

- mevrouw [B], leerplichtambtenaar,

- mevrouw [C], passend onderwijs,

- de heer [D], directeur van [school 1].

De standpunten

Ouders hebben zich ter zitting niet verzet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling. Ouders hebben ingestemd met een vrijwillige plaatsing van [voornaam van minderjarige] bij [naam instelling], zodat hij daar kan wonen, behandeling kan ontvangen en naar school kan gaan.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt het volgende. Ook de afgelopen periode is het niet gelukt om [voornaam van minderjarige] op een school geplaatst te krijgen. Er ligt inmiddels een aanmelding bij het [school 2] en ook is [voornaam van minderjarige] aangemeld voor een plek op de 3-milieusvoorziening van [naam instelling]. Daarvoor zal op 17 juli 2019 een intakegesprek plaatsvinden. Voorgaande maakt dat ook op dit moment nog onvoldoende concreet hoe de situatie van [voornaam van minderjarige] er na de zomervakantie uit gaat zien. De kinderrechter wenst daarom opnieuw zicht op de zaak te houden en concludeert opnieuw dat [voornaam van minderjarige] nog onverminderd wordt bedreigd in zijn ontwikkeling. De situatie waarin [voornaam van minderjarige] niet naar school gaat is nog niet doorbroken.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] verlengen voor de duur van twee maanden en het meer of anders verzochte aanhouden tot de zitting van 22 augustus 2019. Zoals ter zitting besproken zal, naast ouders, de advocaat en de GI, eveneens de directeur van [school 1] worden opgeroepen. Mochten er in de tussentijd concrete ontwikkelingen zijn, dan wenst de kinderrechter hiervan tijdig op de hoogte gebracht te worden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] tot 22 november 2019;

houdt het meer of anders verzochte aan;

bepaalt dat er opnieuw een zitting zal plaatsvinden op 22 augustus 2019 te 13.30 uur, welke zitting zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Almere (adres: De Diagonaal 37, 1315 XK). De griffier zal partijen en de directeur van [school 1] hiervoor oproepen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2019 door mr. M.A.A. ter Meer-Siebers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van Garderen als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.