Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Midden-Nederland, 30 december 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:7549Zaaknummer 16/661680-14 (ontneming)
- Instantie
- Rechtbank Midden-Nederland
- Datum uitspraak
- 30 december 2014
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2015
- Zaaknummer
- 16/661680-14 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verdachte is door de rechtbank bij vonnis van 30 december 2014 vrijgesproken van het haar ten laste gelegde feiten. Gelet op de deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de vordering van ontneming van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wijna, voorzitter, mrs. J.P.W. Helmonds en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2014.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledige tekst
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/661680-14 (ontneming)
beslissing van de rechtbank d.d. 30 december 2014
in de ontnemingszaak tegen
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [1981],
woonachtig aan de [adres]
raadsvrouw: mr. M.M. Helmers, advocaat te Utrecht
1 De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/661680-14 waaruit blijkt dat verdachte op 30 december 2014 door deze rechtbank is vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feiten;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d 16 december 2014;
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de verdachte gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw.
Aan verdachte is – kort en feitelijk weergegeven – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 27 februari 2013 tot en met 16 april 2014 te Vleuten al dan niet samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk telen en aanwezig hebben van hennep en het in die periode al dan niet samen met een ander stelen van elektriciteit.
Verdachte is door de rechtbank bij vonnis van 30 december 2014 vrijgesproken van het haar ten laste gelegde feiten. Gelet op de deze vrijspraak kan niet worden vastgesteld dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, zodat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
2 De beslissing
De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wijna, voorzitter, mrs. J.P.W. Helmonds en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 december 2014.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.