Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Middelburg, 1 september 2010

ECLI:NL:RBMID:2010:BN9802Zaaknummer 71816 / HA ZA 10-64

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
1 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
71816 / HA ZA 10-64
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Weigering EET omdat niet aan de voorwaarden van art. 6 EET-verordening wordt voldaan

De rechtbank

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 19.445,20 (negentien duizendvierhonderdvijfenveertig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over dit bedrag vanaf 29 december 2007 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.316,50,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2010.

Volledige tekst

zaaknummer / rolnummer: 71816 / HA ZA 10-64

Vonnis van 1 september 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOUGLAS LABORATORIES EUROPE B.V.,

gevestigd te Simpelveld,

eiseres,

advocaat: mr. S.J. Nauta te Barendrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROLUX INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te 4538 AC Terneuzen, aan de Stationsweg 65,

gedaagde,

advocaat: mr. R.M.A. Lensen, gedesisteerd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mededeling van mr. Lensen voornoemd dat hij zich onttrekt als advocaat van gedaagde. Voor gedaagde heeft zich, hoewel de rechtbank daartoe gelegenheid heeft gegeven, geen nieuwe advocaat gesteld.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Eiseres heeft in of omstreeks oktober 2007 diverse voedingssupplementen

aan gedaagde verkocht en geleverd. De daarvoor door eiseres verzonden factuur d.d. 29 oktober 2007 ten bedrage van € 43.090,27 heeft gedaagde tot een bedrag ad € 19.445,20 onbetaald gelaten.

De vordering

De vordering luidt - samengevat - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 19.445,20 (de hoofdsom), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur en de buitengerechtelijke kosten, zulks met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure en met het verzoek om waarmerking van het vonnis als een Europese Executoriale Titel (EET).

De beoordeling.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. Eiseres heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal, nu gedaagde geen verweer heeft gevoerd, als onweersproken worden toegewezen.

Ten aanzien van de vordering tot waarmerking van het vonnis als een Europese executoriale titel merkt de rechtbank op dat deze vordering kan worden toegewezen indien aan alle in artikel 6, lid 1, van de EET-Verordening 805/2004 limitatief vermelde voorwaarden is voldaan.

Nu niet is voldaan aan de voorwaarden als vermeld onder het tweede en derde gedachtenstreepje van artikel 6 lid 1 onder d, te weten:

- de schuldvordering heeft betrekking op een overeenkomst gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd en

-de consument is de schuldenaar,

is er geen sprake van vervulling van alle limitatief vermelde voorwaarden van artikel 6 lid 1 EET, weshalve het verzoek tot waarmerking van dit vonnis als Europese executoriale titel zal worden afgewezen.

Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding EUR 414,50

- vast recht 450,00

- salaris advocaat 452,00 (1,0 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.316,50

De beslissing

De rechtbank

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 19.445,20 (negentien duizendvierhonderdvijfenveertig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over dit bedrag vanaf 29 december 2007 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.316,50,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2010.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.