Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Maastricht, 18 januari 2012
ECLI:NL:RBMAA:2012:BV1700Zaaknummer 458305 OV VERZ 11-6803
- Instantie
- Rechtbank Maastricht
- Datum uitspraak
- 18 januari 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 458305 OV VERZ 11-6803
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek ex art. 1:345 BW, minderjarige en wettelijk vertegenwoordiger wonen in buitenland.
beslissing
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. F.J.F. Gerard, kantonrechter, in tegenwoordigheid van D.D. Lahaye, griffier.
Tegen deze beslissing kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
a. door verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft
verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze
beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledige tekst
RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
Zaaknr: 458305 OV VERZ 11-6803
Typ.: DL
Beschikking van 18 januari 2012
op een verzoek van:
[naam verzoekster],
wonend te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde: mr. R.M.J.T. van Dort te Maastricht,
in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige:
[naam minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonend te [woonplaats],
hierna te noemen: minderjarige.
procedure
Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend, dat ter griffie is ingekomen op
29 december 2011.
verzoek
Verzoekster verzoekt als de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige om machtiging om ten behoeve van de minderjarige een vaststellingsovereenkomst aan te gaan.
beoordeling
Verzoekster en de minderjarige wonen in België. Daarom dient allereerst beoordeeld te worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
Naar het oordeel van de kantonrechter behoren verzoeken als het onderhavige machtigingsverzoek tot de ”burgerlijke zaken betreffende de maatregelen ter bescherming van het kind die verband houden met het beheer of de instandhouding van dan wel de beschikking over het vermogen van het kind” als bedoeld in artikel 1 lid 2 sub e van de EG Verordening nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II bis). Artikel 8 van die Verordening verklaart in dergelijke zaken bevoegd de gerechten van de lidstaat waarop het kind zijn gewone verblijfplaats heeft (lid 1), onder voorbehoud van de artikelen 9, 10 en 12 van de Verordening (lid 2)
In dit geval is dus de Belgische rechter bevoegd, tenzij aanleiding bestaat voor een uitzondering op grond van art. 9, 10 of 12 van de Verordening. Een dergelijke aanleiding is er naar het oordeel van de kantonrechter niet.
Op grond van de enige in dit kader relevante uitzonderingsbepaling - artikel 12 lid 3 van de Verordening, inzake de prorogatie van rechtsmacht - zou de Nederlandse rechter bevoegd zijn indien:
a. het kind een nauwe band met Nederland heeft, met name omdat een van de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, of omdat het kind onderdaan van Nederland is, en
b. deze bevoegdheid op het tijdstip waarop de zaak aanhangig is gemaakt, uitdrukkelijk dan wel op enige andere ondubbelzinnige wijze is aanvaard door alle partijen bij de procedure en door het belang van het kind wordt gerechtvaardigd,
maar er is onvoldoende gesteld om te kunnen vaststellen dat de minderjarige (nog) de onder a. bedoelde nauwe band met Nederland heeft noch is gesteld of gebleken dat, en waarom, het bestaan van de bevoegdheid door het belang van de minderjarige wordt gerechtvaardigd. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit verband niet van belang dat, zoals de verzoekster stelt, de kwestie naar Nederlands recht is beoordeeld.
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter zich onbevoegd zal verklaren.
beslissing
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. F.J.F. Gerard, kantonrechter, in tegenwoordigheid van D.D. Lahaye, griffier.
Tegen deze beslissing kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
a. door verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft
verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze
beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.