Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Limburg, 23 september 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:9470Zaaknummer 12372678 CV EXPL 26-4849
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Publicatiedatum
- 1 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12372678 CV EXPL 26-4849
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijk na spoorwissel geen exploot uitgebracht.
4 De beslissing
De kantonrechter
verklaart [eisers] niet-ontvankelijk,
veroordeelt [eisers] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
| Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12372678 \ CV EXPL 26-4849
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
1 [eiser 1],
wonend te [plaats 1] ,2. [eiser 2],
wonend te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
wonend te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 24 juni 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eisers] hebben op 1 juni 2026 een verzoekschriftprocedure aanhangig gemaakt bij de kantonrechter. Bij beschikking van 24 juni 2026 heeft de kantonrechter bepaald dat de procedure moet worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure en de zaak verwezen naar de rolzitting van woensdag 29 juli 2026 om 10.00 uur.
[eisers] zijn verschenen op de rolzitting van 29 juli 2026 en zijn daar nogmaals in de gelegenheid gesteld gedaagde per exploot op te roepen voor de rol van 26 augustus 2026. Dit hebben [eisers] niet gedaan.
3 De beoordeling
Uit artikel 69 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat als een procedure met een verzoekschrift is ingeleid in plaats van met een dagvaarding, de rechter de aanlegger beveelt binnen een door de rechter te bepalen termijn op kosten van de aanlegger het stuk waarmee de procedure is ingeleid, te verbeteren of aan te vullen. [eisers] zijn (twee keer) in de gelegenheid gesteld om [gedaagde] te per exploot op te roepen, uiterlijk op de rol van 26 augustus 2026. Dat hebben [eisers] niet gedaan.
Nu [eisers] geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid [gedaagde] bij exploot op te roepen, zullen zij niet-ontvankelijk worden verklaard. Daardoor komt de kantonrechter niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van hetgeen [eisers] hebben gesteld.
[eisers] zullen worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
4 De beslissing
De kantonrechter
verklaart [eisers] niet-ontvankelijk,
veroordeelt [eisers] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
| Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.