Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Limburg, 19 augustus 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:8013Zaaknummer 12300421 CV EXPL 26-3629

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Publicatiedatum
4 september 2026
Zaaknummer
12300421 CV EXPL 26-3629
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dagvaarding nietig. Nu exploot niet is betekend, is aannemelijk dat dagvaarding gedaagde op grond van het gebrek niet heeft bereikt.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart de dagvaarding nietig,

3.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, tot heden aan de zijde van [gedaagde partij] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 12300421 \ CV EXPL 26-3629

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

dr. [eisende partij],

wonend te [plaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij],

gemachtigde: mr. J.O.I. Leliveld,

tegen

dr. [gedaagde partij],

wonend te [plaats 2] (België),

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 t/m 10,

- de akte houdende wijziging c.q. aanvulling van de grondslag van de vordering,

- het e-mailbericht van mr. C.C.C.A.M. Kuijken van 17 juli 2026,

- het e-mailbericht van mr. Leliveld van 29 juli 2026,

- het e-mailbericht van mr. Kuijken van 30 juli 2026,

- het e-mailbericht van mr. Leliveld van 31 juli 2026,

- het e-mailbericht van mr. Kuijken van 31 juli 2026.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

[gedaagde partij] is gedagvaard voor de rol van 15 juli 2026. [gedaagde partij] is niet ter zitting verschenen. Voordat verstek tegen [gedaagde partij] kan worden verleend dient de kantonrechter te onderzoeken of het exploot van de dagvaarding op de juiste wijze aan [gedaagde partij] is betekend.

2.2.

Bij e-mailbericht van 17 juli 2026 heeft mr. Kuijken bericht dat hij zich stelt namens [gedaagde partij], indien de kantonrechter vaststelt dat de dagvaarding aan de wettelijke eisen van betekening voldoet. 2.3. Bij e-mailbericht van 29 juli 2026 heeft mr. Leliveld bericht dat de deurwaarder in België de dagvaarding niet heeft betekend.

2.4.

Vervolgens heeft mr. Kuijken bericht dat, nu de dagvaarding niet is betekend, hij zich niet namens [gedaagde partij] heeft gesteld.

2.5.

Gebleken is dat de dagvaarding niet aan [gedaagde partij] is betekend. Nu de voorwaarde van mr. Kuijken niet is vervuld, heeft mr. Kuijken zich niet namens [gedaagde partij] gesteld. [gedaagde partij] is derhalve niet (rechtsgeldig) in het geding verschenen.

2.6.

De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat het exploot van dagvaarding aan een gebrek lijdt dat nietigheid meebrengt, zodat ingevolge artikel 121 lid 1 Rv geen verstek tegen [gedaagde partij] kan worden verleend.

Omdat het gebrek van dien aard is dat het aannemelijk is dat het exploot [gedaagde partij] niet heeft bereikt moet ingevolge artikel 121 lid 3 Rv, in afwijking van artikel 121 lid 2 Rv, de nietigheid van de dagvaarding worden uitgesproken.

2.7.

[eisende partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart de dagvaarding nietig,

3.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, tot heden aan de zijde van [gedaagde partij] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.