Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Limburg, 11 februari 2026

ECLI:NL:RBLIM:2026:1415Zaaknummer 12089275 \ EZ VERZ 26-28

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
12089275 \ EZ VERZ 26-28
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfrecht artikel 4:214 lid 1 BW

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

bepaalt dat verzoekster de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen hun vorderingen bij haar in te dienen vóór 4 mei 2026;

5.2.

geeft verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken, vóór 4 mei 2026, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.

Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 12089275 \ EZ VERZ 26-28

Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 11 februari 2026

in de zaak van

mr. [vereffenaar], in hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van

[erflater], geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] en overleden op [datum 2] 2025 te [plaats 2],

kantoorhoudende te [plaats 3],

hierna te noemen: verzoekster.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Op [datum 2] 2025 is te [plaats 2] overleden [erflater] (hierna te noemen: erflater). Erflater is geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1]. De laatste woonplaats van erflater was [plaats 4].

2.2.

Bij beschikking van 28 januari 2026 van deze rechtbank is verzoekster benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap.

3 Het verzoek

3.1.

Verzocht wordt om op grond van artikel 4:214 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een datum te bepalen waarop de schuldeisers van de nalatenschap van erflater uiterlijk hun vorderingen moeten indienen bij de vereffenaar.

4 De beoordeling

4.1.

Ingeval vereffend wordt door een door de rechter benoemde vereffenaar, zoals in deze zaak aan de orde is, geschiedt de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschap overeenkomstig artikel 4:206 lid 6 BW zoveel mogelijk tegelijkertijd met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar in lijn hiermee zal handelen.

4.2.

De kantonrechter bepaalt de datum waarop de schuldeisers uiterlijk hun vordering(en) kunnen indienen op 4 mei 2026.

Om de schuldeisers voldoende tijd te geven hun vorderingen in te dienen, geeft de kantonrechter verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping van de schuldeisers uiterlijk zes weken vóór 4 mei 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

bepaalt dat verzoekster de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen hun vorderingen bij haar in te dienen vóór 4 mei 2026;

5.2.

geeft verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken, vóór 4 mei 2026, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.

Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.