Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 16 juni 2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:4941Zaaknummer 8505197 BR VERZ 20-165
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 16 juni 2021
- Publicatiedatum
- 9 augustus 2021
- Zaaknummer
- 8505197 BR VERZ 20-165
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Uit geen van de processtukken volgt dat de vereffenaar heeft voldaan aan de aanwijzing van de kantonrechter ten aanzien van het bepaalde in art. Erfrecht. Vereffenaar heeft niet voldaan aan de aanwijzing ex art 4:210 BW en daarmee aan het bepaalde in art. 4:214 leden 1 tot en met 5 BW. De vereffenaar wordt in de gelegenheid gesteld om zich hierover binnen een maand na heden uit te laten. De vereffenaar dient binnen een maand na heden bescheiden waaruit het tegendeel blijkt aan te leveren en te voldoen aan het bepaalde in art. 4:218 lid 1 BW.
3 De beslissing
De kantonrechter
stelt de vereffenaar in de gelegenheid om binnen een maand na heden te voldoen aan het in r.o. 2.2. verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 8505197 BR VERZ 20-165
Beschikking van 16 juni 2021
op een verzoek van
[verzoekster],
wonend te [woonplaats] aan de [adres],
verzoekster, in haar hoedanigheid van erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster],
gemachtigde mr. L.M.M. Loerakker.
1 Verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure volgt uit:
De beschikking van de kantonrechter van 11 november 2020.
De brieven met bijlagen van mr. H.J.E. de Bruin, ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 23 en 24 november 2020 en 20 mei 2021.
De brieven van de gemachtigde van verzoekster ter griffie van deze rechtbank ontvangen op 15 januari, 19 februari en 4 maart 2021.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.
2 De beoordeling
Bij opgemelde beschikking heeft de kantonrechter de vereffenaar de aanwijzing gegeven om te voldoen aan het bepaalde in art. 4:214 leden 1, 2, 4 en 5 BW> verder heeft de kantonrechter de datum waarop de schuldeisers van de nalatenschap van [erflaatster] hun vorderingen uiterlijk bij de vereffenaar kunnen indienen op 1 december 2020 gesteld en bepaald dat de vereffenaar door middel van plaatsing van een oproep in de Staatscourant de schuldeisers van de nalatenschap oproept om hun vorderingen uiterlijk op 1 december 2020 bij haar in te dienen. Door tussenkomst van de gemachtigde van de vereffenaar is een uitstel van twee weken verleend om de vorderingen van de schuldeisers van de nalatenschap te berekenen. De gemaakte berekening is volgens de vereffenaar voorgelegd aan een fiscalist.
Uit geen van de processtukken volgt dat de vereffenaar heeft voldaan aan de aanwijzing van de kantonrechter ten aanzien van het bepaalde in art. 4:214 leden 1 tot en met 5 BW. De vereffenaar wordt in de gelegenheid gesteld om zich hierover binnen een maand na heden uit te laten. Indien en voor zover de vereffenaar wel aan voormelde aanwijzing heeft voldaan, dan dient zij binnen een maand na heden bescheiden waaruit dat blijkt aan te leveren en te voldoen aan het bepaalde in art. 4:218 lid 1 BW. Een nader uitstel zal niet worden verleend.
3 De beslissing
De kantonrechter
stelt de vereffenaar in de gelegenheid om binnen een maand na heden te voldoen aan het in r.o. 2.2. verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.