Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 14 april 2021

ECLI:NL:RBLIM:2021:3374Zaaknummer 9017325 \ CV EXPL 21-780

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14 april 2021
Publicatiedatum
23 april 2021
Zaaknummer
9017325 \ CV EXPL 21-780
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toegewezen als gevorderd; kosten dagvaarding gematigd cf aanbevelingen LOVCK

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 462,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 387,50 vanaf 15 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 309,22,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9017325 \ CV EXPL 21-780

Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eisende partij,

gemachtigde drs. M.D. Brouwer,

tegen:

[gedaagde],

wonende [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

2.2.

De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet.

2.3.

Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.

Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.

2.5.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.6.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure met dien verstande dat de gevorderde kosten dagvaarding overeenkomstig de aanbevelingen van het LOVCK worden toegewezen (exploot € 85,81, bevraging digitaal beslagregister € 1,83, BRP voor titel € 1,80, btw € 18,78).

De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 108,22
  • griffierecht € 126,00
  • salaris gemachtigde € 75,00 (1 x tarief € 75,00)

totaal € 309,22

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 462,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 387,50 vanaf 15 januari 2021 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 309,22,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.