Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 18 november 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:9096Zaaknummer 8782704 \ CV EXPL 20-4672
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 18 november 2020
- Publicatiedatum
- 2 december 2020
- Zaaknummer
- 8782704 \ CV EXPL 20-4672
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet betaalde factuur. Erkenning.
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.684,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW over de afzonderlijk openstaande facturen vanaf vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 493,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.064,09,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8782704 \ CV EXPL 20-4672
Vonnis van de kantonrechter van 18 november 2020
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LIMBURGSE HORECACENTRALE B.V.,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
gemachtigde mr. G.E.R. Ummelen,
tegen:
[gedaagde], h.o.d.n. [handelsnaam],
wonend [adres],
[woonplaats],
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- het proces verbaal van de op 10 november 2020 gehouden mondelinge behandeling
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. Uit het lichaam van de dagvaarding en de bijgevoegde producties volgt dat in het petitum van de dagvaarding een kennelijke schrijffout is geslopen, zodat in plaats van € 3.864,45 een bedrag van € 3.684,45 wordt gelezen, welk bedrag dan ook wordt toegewezen.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 85,09
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde € 480,00
totaal € 1.064,09
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.684,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW over de afzonderlijk openstaande facturen vanaf vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 493,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.064,09,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.