Uitspraak · Materieel strafrecht
Rechtbank Gelderland, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:8293Zaaknummer 05/174835-26
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 05/174835-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Veroordeling artikel 6 Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank concludeert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een verkeersovertreding en twee ernstige bedieningsfouten. Deze combinatie maakt dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden.
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;
ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden;
bepaalt dat vier maanden van deze ontzegging niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.
| Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. A. Bril en mr. M.W. Stoet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2026. Mr Stoet is buiten staat dit vonnis mede te onderteken |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/174835-26
Datum uitspraak: 27 oktober 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] (Marokko),
wonende aan [adres] in [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. R.M. Tjong Kim Sang, advocaat in Lent.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 10 maart 2026 te Nijmegen in de gemeente Nijmegen, althans inNederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig(personenauto), komende uit de richting van de weg de Slotemaker de Bruïneweg,naderde het kruispunt van de Slotemaker de Bruïneweg met de Tapirstraat en deNijlpaardstraat om vervolgens linksaf te slaan richting de Tapirstraat,
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl zij ter plaatse goed bekend was en/of
niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het overige verkeer en/of de(verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
terwijl zij op de Tapirstraat achter een stilstaande voertuig (taxibus) stond envoornemens was om links om de stilstaande voertuig (taxibus) heen te rijden en/of
terwijl een toen aldaar rijdende fietser komende van de Nijlpaardstraat zeer dichtwas genaderd en/of terwijl zij de (rijdende) fietser al had waargenomen en/of defietser tot stilstand kwam achter het voertuig van verdachte en/of
niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandachtheeft gehad voor het bedienen van haar motorrijtuig en/of
niet (voortdurend) de controle over het door haar bestuurde voertuig heeftgehouden en/of nagelaten om de keuzehandel van de R naar de D te verplaatsenen/of niet heeft geremd, maar gas heeft (bij) gegeven is blijven (bij)geven en/ofwaardoor de personenauto aanzienlijk in achterwaartse richting accelereerde en/of(vervolgens) versnelde de personenauto en maakte vanuit verdachte een bocht naarlinks of gezien vanuit haar bewegingsrichting een bocht naar rechts en/of naarachteren en/of komt zij (vervolgens) tot stilstand met de achterzijde bij palen,staande op de rand van de rijbaan en het trottoir en/of reed zij een klein stukjevooruit om vervolgens de personenauto te stilstand te brengen en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels enverkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto nietzodanig heeft geregeld dat zij in staat was de personenauto tot stilstand te brengenbinnen de afstand waarover zij die weg kon overzien en waarover deze vrij was
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurstervan die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomenen/of onder de personenauto terecht is gekomen en/of
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijtenverkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer][slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht,dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normalebezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 10 maart 2026 te Nijmegen in de gemeente Nijmegen, althans inNederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig(personenauto), komende uit de richting van de Slotemaker de Bruïneweg, en hetkruispunt van de Slotemaker de Bruïneweg met de Tapirstraat en de Nijlpaardstraatnaderde om vervolgens linksaf te slaan richting de Tapirstraat,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl zij ter plaatse goed bekend was en/of
niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het overige verkeer en/of de(verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
terwijl zij op de Tapirstraat achter een stilstaande voertuig (taxibus) stond envoornemens was om links om de stilstaande voertuig (taxibus) heen te rijden en/of
terwijl een toen aldaar rijdende fietser komende van de Nijlpaardstraat zeer dichtwas genaderd en/of terwijl zij de (rijdende) fietser al had waargenomen en/of defietser tot stilstand kwam achter het voertuig van verdachte en/of
niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandachtheeft gehad voor het bedienen van haar motorrijtuig en/of
niet (voortdurend) de controle over het door haar bestuurde voertuig heeftgehouden en/of nagelaten om de keuzehandel van de R naar de D te verplaatsenen/of niet heeft geremd, maar gas heeft (bij) gegeven is blijven (bij)geven en/ofwaardoor de personenauto aanzienlijk in achterwaartse richting accelereerde en/of(vervolgens) versnelde de personenauto en maakte vanuit verdachte een bocht naarlinks of gezien vanuit haar bewegingsrichting een bocht naar rechts en/of naarachteren en/of komt zij (vervolgens) tot stilstand met de achterzijde bij palen,staande op de rand van de rijbaan en het trottoir en/of reed zij een klein stukjevooruit om vervolgens de personenauto te stilstand te brengen en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels enverkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto nietzodanig heeft geregeld dat zij in staat was de personenauto tot stilstand te brengenbinnen de afstand waarover zij die weg kon overzien en waarover deze vrij was
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurstervan die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomenen/of onder de personenauto terecht is gekomen en/of
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 10 maart 2026 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig(personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, deTapirstraat bij de kruising van de Slotemaker de Bruïneweg met Tapirstraat enNijlpaardstraat, haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was omhaar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg konoverzien en waarover deze vrij was, immers is zij gebotst tegen, althans inaanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurster van die fiets, ten gevolgewaarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen en/of onder depersonenauto terecht is gekomen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [_ed8f5745-f41f-4adc-afa7-6d500c8f6d2c]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 10 maart 2026 vond in Nijmegen een ongeval plaats. Verdachte was bij dat ongeval betrokken als bestuurder van een personenauto. Verdachte was een beginnend bestuurder en was ter plaatse goed bekend. Zij kwam die dag uit de richting van de Slotemaker de Bruïneweg en naderde het kruispunt met de Tapirstraat en de Nijlpaardstraat. Verdachte sloeg op dat kruispunt linksaf richting de Tapirstraat en kwam achter een stilstaand taxibusje te staan. Op dat moment stond achter de auto van verdachte mw. [slachtoffer] met haar fiets te wachten. De auto van verdachte accelereerde plots snel in achterwaartse richting en raakte [slachtoffer] met de achterzijde. Zij viel en kwam onder de auto terecht. De auto kwam daarna met de achterzijde bij palen op de rand van de rijbaan en het trottoir tot stilstand. Daarna maakte de auto nog een kleine beweging voorwaarts.[_1c87e4ec-03f9-49cd-b3fb-0d50b455838f] [slachtoffer] liep door dit ongeval zwaar lichamelijk letsel op.[_153ec19a-8850-4839-9b62-99fc223cc4a2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het primaire feit. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de verkeersregels heeft gevolgd, zij heeft geanticipeerd op de verkeers(situatie) en haar auto tot stilstand gebracht op een plek waar zij overzicht had. Dat zij daarna vergat haar auto weer in de D (Drive) te zetten maakt niet dat zij roekeloos, aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend rijgedrag heeft vertoond in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Zij heeft geen opzet op het ongeluk gehad, zat niet op haar telefoon en was niet onder invloed. Verdachte kan verweten worden dat zij onvoldoende aandacht heeft gehad voor de bedieningspanelen van haar voertuig. Dit moet gekwalificeerd worden als het subsidiair ten laste gelegde feit.
Beoordeling door de rechtbank
Om tot een bewezenverklaring van artikel 6 WVW te komen, moet kunnen worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan haar schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden met als gevolg dat iemand is overleden, dan wel zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen of zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Daartoe is meer dan eenvoudige schuld vereist.
Voor schuld in het kader van artikel 6 WVW is vereist dat verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen. Gelet op vaste rechtspraak van de Hoge Raad zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
De rechtbank stelt het volgende vast op basis van de camerabeelden en de verklaring van verdachte ter terechtzitting. Verdachte stond met haar auto (een automaat) stil achter de taxibussen en wachtte totdat zij deze links kon passeren. Zij deed een poging tot passeren en reed een stuk vooruit. Er kwamen echter andere voertuigen uit de tegengestelde richting. Verdachte zette haar auto in de R-stand (Reverse) en reed haar auto een stukje achteruit om ruimte te maken voor de passerende voertuigen. Op dat moment stond [slachtoffer] op haar fiets al achter de auto van verdachte te wachten. Verdachte vergat vervolgens om de auto in de D-stand (Drive) te zetten. Nadat nogmaals een voertuig passeerde en de weg vrij was om het stilstaande taxibusje te passeren, reed de auto van verdachte achteruit in plaats van vooruit en werd [slachtoffer] op haar fiets geraakt. Verdachte schrok van het raken en het gillen van [slachtoffer] en wilde remmen. Zij trapte in plaats van op de rem, hard het gaspedaal in. Omdat de auto nog steeds in de R-stand stond, accelereerde de auto daardoor met grote snelheid achteruit. Doordat de auto vervolgens [slachtoffer] raakte, kwam zij ten val en onder de auto terecht. De auto kwam met [slachtoffer] er nog onder tot stilstand tegen het trottoir en bij de paaltjes op het trottoir, ongeveer vijftien meter verderop.
Aangezien de remlichten van verdachtes auto pas gaan branden vlak voor de paaltjes, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte na ongeveer 15 meter achteruit rijden voor het eerst heeft geremd. Haar auto wordt vervolgens aan de voorkant gepasseerd door een zwarte Audi. Daarna heeft verdachte de auto nog een klein stukje vooruit verplaatst (te zien ook aan de rook die uit de uitlaat van de auto komt) terwijl [slachtoffer] nog altijd onder de auto lag.[_7f7f8c5e-5b40-4481-b99a-1f6b1d73ec8d] Zij kwam door dat vooruit rijden onder de auto klem te zitten.[_4b4a8588-b828-4a72-b952-b2432a1f85a9]
De rechtbank concludeert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een verkeersovertreding. Zij was namelijk niet in staat om de snelheid van haar auto dusdanig te regelen dat zij de auto tijdig tot stilstand kon brengen en een botsing voorkomen. Daarbij komt dat verdachte volgens de rechtbank niet één maar twee ernstige bedieningsfouten maakte.
Op de camerabeelden en de beschrijving daarvan door de politie is te zien en te lezen dat verdachte de controle over haar auto volledig kwijt was. Eerst zette zij de auto niet in de goede versnelling en vervolgens trapte zij hard het gaspedaal in, in plaats van het rempedaal.
De rechtbank overweegt dat een enkele bedieningsfout wellicht nog niet aan te merken is als schuld in de zin van artikel 6 WVW maar vindt wel dat van iedere bestuurder met een rijbewijs mag worden verwacht dat hij of zij adequaat reageert op de bedieningsfout en in dit geval de auto per direct stopt. Hierin is verdachte ernstig tekort geschoten door wederom een grote bedieningsfout te maken. Zij verzuimde haar auto uit de R te halen en gaf hard gas.
Tot slot reed verdachte na de vijftien meter met hoge snelheid achteruit, ook nog met [slachtoffer] onder haar auto een stuk vooruit. Deze combinatie van drie verschillende handelingen van verdachte maakt naar het oordeel van de rechtbank dat zij aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden en dat het ongeluk daarmee aan haar schuld te wijten is. De rechtbank spreekt daarmee vrij van roekeloosheid maar vindt dus wel het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
zij op of omstreeks 10 maart 2026 te Nijmegen in de gemeente Nijmegen, althans inNederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig(personenauto), komende uit de richting van de weg de Slotemaker de Bruïneweg,naderde het kruispunt van de Slotemaker de Bruïneweg met de Tapirstraat en deNijlpaardstraat om vervolgens linksaf te slaan richting de Tapirstraat,
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl zij ter plaatse goed bekend was en/of
niet of onvoldoende heeft geanticipeerd op het overige verkeer en/of zich niet of onvoldoende op de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of
terwijl zij op de Tapirstraat achter een stilstaande voertuig (taxibus) stond envoornemens was om links om de stilstaande voertuig (taxibus) heen te rijden en/of
terwijl een toen aldaar rijdende fietser komende van de Nijlpaardstraat zeer dicht was genaderd en/of terwijl zij de (rijdende) fietser al had waargenomen en/of defietser tot stilstand kwam achter het voertuig van verdachte en/of
niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandachtheeft gehad voor het bedienen van haar motorrijtuig en/of
niet (voortdurend) de controle over het door haar bestuurde voertuig heeftgehouden en/of nagelaten om de keuzehandel van de R naar de D te verplaatsenen/of niet heeft geremd, maar gas heeft (bij) gegeven en is blijven (bij)geven en/ofwaardoor de personenauto aanzienlijk in achterwaartse richting accelereerde en/of (vervolgens) versnelde de personenauto en vervolgens maakte de auto vanuit verdachte een bocht naar links of gezien vanuit haar bewegingsrichting een bocht naar rechts en/of naarachteren en/of kwam zij (vervolgens) tot stilstand met de achterzijde bij palen,staande op de rand van de rijbaan en het trottoir en/of reed zij een klein stukjevooruit om vervolgens de personenauto te stilstand te brengen en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels enverkeerstekens 1990 de snelheid van de door haar bestuurde personenauto nietzodanig heeft geregeld dat zij in staat was de personenauto tot stilstand te brengenbinnen de afstand waarover zij die weg kon overzien en waarover deze vrij was
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurstervan die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomenen/of onder de personenauto terecht is gekomen en/of
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijtenverkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer][slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht,dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normalebezigheden is ontstaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
primair:
Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
5 De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van de straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis bij het niet verrichten van die taakstraf en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank primair verzocht om artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel) toe te passen. Subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht het te houden bij een taakstraf en daarbij rekening te houden met het feit dat verdachte de zorg voor haar jonge kinderen draagt. Zij kan niet altijd gebruik maken van het openbaar vervoer en heeft haar rijbewijs nodig.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte bracht op 10 maart 2026 haar kinderen naar school toen zij een ernstig verkeersongeval veroorzaakte. Bij dat ongeval kwam het slachtoffer (een jonge vrouw van 24 jaar) onder haar auto terecht. Zij is uiteindelijk door de brandweer onder de auto vandaan gehaald en zwaar gewond naar het ziekenhuis gebracht. Uit het verhoor van het slachtoffer van mei 2026 blijkt dat zij meerdere ernstige breuken heeft opgelopen, in een revalidatiecentrum verblijft en intensieve therapieën krijgt. De verwachting is dat zij nog een lang revalidatietraject voor zich heeft en onduidelijk is of zij volledig zal herstellen. De rechtbank begrijpt dat de gevolgen van het ongeval een enorme impact op het leven van het slachtoffer en haar omgeving hebben en dat geen enkele strafoplegging dit zal verminderen.
De rechtbank komt weliswaar tot dezelfde bewezenverklaring als de officier van justitie maar vindt toch een lagere taakstraf en ontzegging passend. De rechtbank ziet dat verdachte zeer schuldbewust is. Zij heeft verklaard dat zij tot op de dag van vandaag last heeft van de gevolgen van haar handelen en hoopt op vergeving door het slachtoffer. Ook heeft zij aantoonbaar moeite gedaan om in contact met het slachtoffer te komen zoals toegelicht door de raadsvrouw ter zitting. De rechtbank houdt daarnaast rekening met het feit dat verdachte intensief zorgt voor haar twee jonge kinderen, van wie één op speciaal onderwijs zit en ook therapie krijgt, omdat haar man fulltime werkt en zij daarnaast zelf ook werkt. De rechtbank vindt daarom een taakstraf voor de duur van 60 uren passend, te vervangen door 30 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht. Ook vindt de rechtbank dat verdachte vanwege het veroorzaken van dit ongeval tijdelijk geen auto mag besturen en wel voor de duur van twee maanden. Omdat verdachte nog steeds een beginnend bestuurder is, zal de rechtbank daarnaast vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaren.
8 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
9 De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;
ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden;
bepaalt dat vier maanden van deze ontzegging niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.
| Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. A. Bril en mr. M.W. Stoet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2026. Mr Stoet is buiten staat dit vonnis mede te onderteken |
Voetnoten
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026115341, gesloten op 6 mei 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
- Proces-verbaal FO Verkeer, p. 13.
- Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer], p. 75 – 76.
- Proces-verbaal FO Verkeer, p. 40 – 53; verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 oktober 2026.
- Proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer], p. 75.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 6 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 9 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 175 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 179 WVW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.