Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 19 oktober 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:8148Zaaknummer 05-117888-26

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
05-117888-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Zutphen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Man veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor poging verkrachting en mishandeling van zijn ex-partner

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het telefoonnummer 088-8041404;

- verdachte zich laat behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op overbelasting, agressie- en emotieregulatie, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden en/of andere problematiek;

- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [aangever], geboren op [geboortedag] 1991. Er kan een uitzondering gemaakt worden in verband met overleg over- en de omgangsregeling met de kinderen. De reclassering dient daarvoor vooraf, in overleg met de jeugdhulpverlener/overige betrokken hulpverleners toestemming te geven;

- verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in [adres] te [plaats], te weten de straat waarin [aangever] woont;

- indien de reclassering het nodig vindt om het alcoholgebruik van verdachte te controleren middels urineonderzoek, dan werkt verdachte daaraan mee.

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

 hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat het contactverbod en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar zijn;

De benadeelde partij

  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 4.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever], een bedrag te betalen van € 4.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 40 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Rikken (voorzitter), J.M.J.M. Doon en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de tenlastelegging
  2. 3 De bewezenverklaring
  3. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
  4. 5 De strafbaarheid van de feiten
  5. 6 De strafbaarheid van de verdachte
  6. 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
  7. 8 De beoordeling van de civiele vordering
  8. 9 De toegepaste wettelijke bepalingen
  9. 10 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05-117888-26

Datum uitspraak: 19 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats],

wonende aan [adres] [woonplaats].

(waarnemend) raadsman: mr. R. Wouters, advocaat in Middelburg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 oktober 2025 te [plaats]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met een persoon, te weten [aangever],

een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak,

en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van

en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging,

- tegen die [aangever] heeft gezegd “Nu gaan we neuken ook”, althans

woorden van soortgelijke dreigende/dwingende aard of strekking en/of

- zijn eigen onderkleding naar beneden heeft getrokken en/of

- die [aangever] achterover op het bed heeft geduwd en/of zijn knie tussen

haar benen heeft geplaatst/geduwd en/of

- de onderkleding van die [aangever] naar beneden heeft getrokken en/of

- ( met kracht) de arm/hand van die [aangever] heeft vastgepakt en/of

vastgehouden en/of zijn hand op haar neus en mond heeft gelegd/gedrukt en/of

zijn hand om haar keel heeft gelegd/geklemd en/of een kussen op haar gezicht heeft

gelegd/gedrukt en/of

- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [aangever]

en/of

- ( hierbij) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van

verzet/weerstand van die [aangever],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 7 oktober 2025 te [plaats]

[aangever]

heeft mishandeld

door (met kracht)

- haar arm/hand vast te pakken en/of vast te houden en/of

- zijn hand op haar neus en mond te leggen/drukken en/of

- zijn hand om haar keel te leggen/klemmen en/of

- een kussen op haar gezicht te leggen/drukken,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [_2b16f308-a98d-4e9a-aa6d-eb74c534a613]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 en 2

Verdachte verklaarde dat hij op 7 oktober 2025 in de avond samen met zijn partner [aangever] en hun 3 kinderen thuis was in de woning aan [adres] in [plaats] waar zij samen wonen. Verdachte en [aangever] hadden gepraat over het beëindigen van hun 10 jaar durende relatie. [aangever] had een paar dagen eerder bekend gemaakt dat ze uit elkaar wilde gaan. Verdachte verklaarde dat [aangever] naar boven ging om te douchen. Toen [aangever] haar haren aan het föhnen was op de slaapkamer, kwam verdachte binnen. Verdachte liep een stukje terug en zei tegen [aangever] ‘‘nu gaan we neuken ook’’. Verdachte duwde [aangever] achterover op bed en pakte haar met kracht bij haar nek en keel. Terwijl verdachte [aangever] zo vast hield, plaatste hij zijn eigen knie tussen de benen van [aangever]. Verdachte deed vervolgens zijn eigen onderbroek en die van [aangever] naar beneden. [aangever] gaf als reactie hierop een klap in het gezicht van verdachte. Verdachte verklaarde dat hij [aangever] probeerde te verkrachten, maar dat dit niet lukte omdat [aangever] zich verzette.[_5c86cbba-f574-4385-a274-4b1dd52f3f4b]

[aangever] verklaarde dat toen verdachte haar op bed duwde en zijn eigen en haar onderbroek uit trok, ze begon te schreeuwen tegen verdachte dat hij moest stoppen. Doordat verdachte [aangever] vastgreep bij haar keel voelde ze veel pijn aan de linkerkant van haar hals. Verdachte probeerde zich tussen haar te wurmen terwijl hij haar rechterarm vast had. [aangever] begon harder te schreeuwen, waarop verdachte zijn hand over haar mond en neus deed. Kort daarop kreeg [aangever] een kussen over haar hoofd heen en dacht ze ‘‘daar ga ik’’. Het lukte [aangever] niet om verdachte van haar af te krijgen, waarop ze zich slap hield. Verdachte haalde toen het kussen van haar hoofd. [aangever] probeerde verdachte overal te raken en belde daarna in paniek haar vader.[_ec9b4282-a714-44f6-8892-6acfaaf786f5]

[getuige], vader van [aangever], verklaarde dat hij nadat [aangever] hem belde, hij met enkele minuten bij haar woning was en 112 belde. [getuige] zag in haar woning dat [aangever] aan het hyperventileren was. [aangever] had aan [getuige] verteld dat verdachte de slaapkamer in was gekomen, haar achterover op bed had geduwd en een kussen op haar hoofd had gedrukt. [getuige] zag dat [aangever] aan beide kanten van haar oren en op haar armen blauwe plekken had.[_d84e185c-0ff9-414f-b50f-1f72bb4a38cf]

De 112-melding door [getuige] op 7 oktober 2025 om 23:44 werd uitgeluisterd. Daaruit bleek het volgende:

112-centralistMelder
Tijdstip gesprek
00:01112 politie, wat is de locatie van het noodgeval?
00:04Wat zegt u?
00:05Wat is de locatie van het noodgeval?
00:08[plaats]
00:09[plaats], en welke straat?
00:12[adres]
00:13Huisnummer?
00:14Nummer [nummer]
00:15[nummer], wat is daar op dit moment aan de hand?
00:19Ja, huiselijk geweld
00:21Ik ben de vader van mijn dochter
00:24En de vriend, zeg maar, vandaag is dat eigenlijk uitgegaan
00:28Nou, dan was hij nu net thuis
00:30En ja, ze zeggen, hij heeft me proberen te verkrachten
00:33Hij heeft een kussen op mijn gezicht gedrukt
00:34En ja, er is wat geslagen
00:37Dus ja
00:38Wanneer is dat gebeurt meneer?
00:40Nu net
00:42Zojuist, hoe lang geleden precies?
00:44Ja, een kwartier geleden
00:46En dat was op [adres] ?
00:49Ja
00:50Nu is niks loos
00:51Wij zijn hier, de moeder en de vader, ik dan. Maar we zijn hier met dochter alleen.
00:56En ja, hij is weggereden met de auto. (..)

[_020af7c4-338b-4c5c-a120-565d1f07b77b]

De verbalisanten die naar aanleiding van de 112-melding naar [adres] gingen zagen dat [aangever] hevig geëmotioneerd was. Ook zagen ze bij [aangever] rode striemen in haar hals en bloed achter haar oor.[_f480c1f1-791c-4a54-bd59-49085a9004fa] De huisarts constateerde aan beide bovenarmen blauwe plekken van 3-4 cm doorsnee en roodheid van de hals aan de linkerkant.[_46b615d8-97c9-4f94-986c-983e922b80ed]

Conclusie

Verdachte verklaarde dat hij de bewuste avond [aangever] heeft proberen te verkrachten door haar achterover op bed te duwen, haar met kracht bij haar nek/keel te pakken en zijn eigen en haar onderbroek naar beneden te trekken. De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte [aangever] met kracht bij de bovenarmen heeft gepakt, zijn hand op haar neus/mond heeft gelegd en dat verdachte een kussen op het gezicht van [aangever] heeft gedrukt. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Voorop staat dat zedenzaken vaak gekenmerkt worden door beperkt bewijs. Bij de veronderstelde seksuele handelingen zijn immers meestal slechts 2 personen aanwezig, te weten het slachtoffer en de dader. Indien de verdachte (een deel van) het ten laste gelegde feit ontkent, is doorgaans de verklaring van het slachtoffer over de seksuele handelingen het belangrijkste bewijsmiddel. Op grond van artikel 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan echter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van het vermeende slachtoffer. Vaste rechtspraak is dat de rechter alleen tot een bewezenverklaring kan komen als de verklaring van het slachtoffer voldoende wordt ondersteund door ander bewijs.

Niet vereist is echter dat alle ten laste gelegde (seksuele) handelingen als zodanig steun vinden in ander bewijsmateriaal. Voldoende is dat de verklaring van het slachtoffer op bepaalde punten wordt bekrachtigd door ander bewijs. Dit bewijs moet dan wel afkomstig zijn uit een andere bron dan de belastende verklaring en een voldoende duidelijk verband houden met de verklaring van het vermeende slachtoffer. In een zedenzaak kan dus een geringe mate van steunbewijs in combinatie met betrouwbare verklaringen van het vermeende slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren.

[getuige] verklaarde dat [aangever] hem kort na het incident belde en dat hij binnen enkele minuten bij haar woning aankwam. [aangever] hyperventileerde en vertelde hem (onder meer) dat verdachte een kussen op haar hoofd had gedrukt. [getuige] vertelde dit vervolgens ook in een daaropvolgend gesprek met de 112-centralist. De inhoud van dat gesprek ondersteunt de aangifte van [aangever] over het drukken van een kussen op haar gezicht. [aangever] verklaarde hier direct over richting haar vader nadat ze hem had gebeld.

Ook het letsel van [aangever] ondersteunt de aangifte. De huisarts constateerde (onder meer) blauwe plekken op beide armen. De blauwe plekken zijn verenigbaar met [aangever] ’s verklaring dat verdachte haar bij haar armen vastpakte. De rechtbank betrekt verder dat het bellen van [aangever] naar [getuige], het bellen van [getuige] naar 112 en het ter plaatse komen van de verbalisanten kort na elkaar hebben plaatsgevonden. [aangever] verklaarde telkens gedetailleerd en consistent over wat haar was overkomen. De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan haar verklaring.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, vindt de verklaring van [aangever] voldoende steun in de overige bewijsmiddelen.

Er is wettig en overtuigend voor een bewezenverklaring van poging tot opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld (feit 1) en mishandeling tegen zijn levensgezel (feit 2).

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 7 oktober 2025 te [plaats]

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met een persoon, te weten [aangever],

een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het

seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak,

en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van

en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging,

- tegen die [aangever] heeft gezegd “Nu gaan we neuken ook”, althans

woorden van soortgelijke dreigende/dwingende aard of strekking en/of

- zijn eigen onderkleding naar beneden heeft getrokken en/of

- die [aangever] achterover op het bed heeft geduwd en/of zijn knie tussen

haar benen heeft geplaatst/geduwd en/of

- de onderkleding van die [aangever] naar beneden heeft getrokken en/of

- ( met kracht) de arm/hand van die [aangever] heeft vastgepakt en/of

vastgehouden en/of zijn hand op haar neus en mond heeft gelegd/gedrukt en/of

zijn hand om haar keel heeft gelegd/geklemd en/of een kussen op haar gezicht heeft

gelegd/gedrukt en/of

- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [aangever]

en/of

- ( hierbij) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van

verzet/weerstand van die [aangever],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 7 oktober 2025 te [plaats]

[aangever]

heeft mishandeld

door (met kracht)

- haar arm/hand vast te pakken en/of vast te houden en/of

- zijn hand op haar neus en mond te leggen/drukken en/of

- zijn hand om haar keel te leggen/klemmen en/of

- een kussen op haar gezicht te leggen/drukken,

terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

De eendaadse samenloop van

feit 1:

poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting

en

feit 2:

mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte alleen een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden moet worden opgelegd, omdat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vergaande gevolgen voor verdachte zal hebben. Verdachte zal zijn baan en woning verliezen en zal geen alimentatie kunnen betalen voor de kinderen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting en aan mishandeling van [aangever], de moeder van zijn kinderen met wie hij 10 jaar een relatie had. Kort voordat de feiten plaatsvonden, had [aangever] aangegeven de relatie te willen beëindigen. Verdachte overmeesterde [aangever] vervolgens in haar eigen woning, de plek waar ze bij uitstek veilig zou moeten zijn. Ook lagen hun kinderen in de woning te slapen en hoorde in ieder geval één van de kinderen het geschreeuw van [aangever]. Alleen doordat [aangever] zich bleef verzetten, is het niet tot een voltooide verkrachting gekomen. Verdachte heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [aangever] en haar gevoel van veiligheid aangetast. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat de gebeurtenis nog steeds een grote impact op haar heeft. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft in aanmerking genomen het uittreksel justitiële documentatie van 25 augustus 2026, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen 5 jaren niet eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.

Uit het reclasseringsrapport van 13 juli 2026 is naar voren gekomen dat verdachte een voorgeschiedenis kent met een grote frequentie van het plegen van delicten, welk patroon lijkt te zijn doorbroken toen zijn relatie met [aangever] aanving. Er is zorg dat verdachte, nu de relatie is beëindigd, zal terugvallen in oude gedragspatronen waarvan alcoholgebruik en ook justitiecontacten onderdeel uitmaken. De reclassering sluit ook niet uit dat hieruit mogelijk agressie zal voortkomen. Hulp bij agressieregulatie en alcoholverslaving zijn daarom geïndiceerd. De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld en adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden meldplicht, ambulante behandeling, middelencontrole, contactverbod met [aangever] en een locatieverbod voor het dorp [plaats]. Verder adviseert de reclassering dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht.

De op te leggen straf

Er is geen oriëntatiepunt van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) voor artikel 243 Sr, zodat de rechtbank aansluiting zal zoeken bij de oriëntatiepunten voor artikel 242 (oud) Sr. Deze gaan bij een voltooide verkrachting met geweld uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden. Bij een poging geldt in beginsel twee derde daarvan als vertrekpunt. Gelet op de omstandigheid dat het gepleegde geweld niet heeft geleid tot ernstig lichamelijk letsel bij [aangever] en er uiteindelijk ook geen (andere) seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank het rechtvaardig om een lagere straf op te leggen. Daarnaast wordt er in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de eendaadse samenloop tussen de poging verkrachting en de mishandeling.

Anderzijds meent de rechtbank dat een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsman is verzocht, onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Daarbij komt dat een taakstraf zonder onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet wordt opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf waar een gevangenisstraf van 6 jaren of meer is gesteld en een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. De rechtbank ziet gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een deels forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegend wordt aan verdachte opgelegd een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Het voorwaardelijke deel geldt als waarschuwing, om te voorkomen dat verdachte in de toekomst wederom strafbare feiten pleegt.

De rechtbank acht het nodig dat verdachte zal gaan werken aan zijn agressieproblematiek en alcoholverslaving. Aan het voorwaardelijk deel van de straf zullen daarom bijzondere voorwaarden worden verbonden. Dit zijn de meldplicht, ambulante behandeling, middelencontrole, contactverbod met [aangever] en het locatieverbod. Voor het contactverbod met [aangever] kan een uitzondering worden gemaakt in verband met overleg over en de omgangsregeling met de kinderen, waarbij vooraf toestemming dient te worden gevraagd aan de reclassering en betrokken hulpverlener(s). Het locatieverbod zal alleen voor [adres] te [plaats] worden opgelegd. De rechtbank ziet geen noodzaak om aan verdachte een locatieverbod voor het gehele dorp op te leggen, te meer omdat hij zich tijdens de schorsing heeft gehouden aan de gedragsaanwijzing.

Ten aanzien van het contact- en locatieverbod zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen. Gelet op de aard van de feiten en de zorgen omtrent agressief gedrag van verdachte richting [aangever], moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van [aangever]. Dat geldt niet ten aanzien van de meldplicht, ambulante behandeling, middelencontrole en het reclasseringstoezicht. Verdachte volgt op dit moment op eigen initiatief al behandeling en neemt het medicijn refusal, zodat hij slecht reageert op het drinken van alcohol. Er zijn verder onvoldoende concrete aanwijzingen dat zonder dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden er een onaanvaardbaar risico is op een nieuw (soortgelijk) misdrijf.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8 De beoordeling van de civiele vordering

Namens de benadeelde partij [aangever] is een vordering tot schadevergoeding van € 4.000,- ingediend wegens immateriële schade (smartengeld) die zij als gevolg van feit 1 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag. Daarnaast is een bedrag aan eventuele toekomstige schade van € 2.000,- gevorderd waarbij is verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd. De hoogte van de immateriële schadevordering is niet passend, omdat het gaat om een eenmalig incident waarvoor de benadeelde partij nauwelijks medische behandeling heeft gehad. Daarnaast heeft verdachte verantwoordelijkheid genomen voor de feiten. De verdediging vraagt om een bedrag van € 2.675,- toe te kennen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Overweging van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van artikel 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De vordering is gebaseerd op het lichamelijk letsel zoals dat blijkt uit het dossier en de aantasting in persoon ‘op andere wijze’. Van deze laatste grondslag is in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.

Als geestelijk letsel niet is of kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. Gelet op de aard en ernst van de normschending in deze zaak, namelijk een poging tot verkrachting met geweld, is de rechtbank van oordeel dat de nadelige gevolgen daarvan voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

Voor het bepalen van de hoogte van het smartengeld heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal. Gelet op het feit dat sprake is van een poging en er geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden is gekeken naar zowel de categorie ‘verkrachting’ als de categorie ‘aanranding’. Dat het gaat om een eenmalig incident waarvoor [aangever] nog nauwelijks medische behandeling heeft gehad en dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen, doet niet af aan de ernst van de gevolgen. De rechtbank is van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 4.000,00 aan immateriële schadevergoeding billijk is en zal dit toewijzen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2025.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering met betrekking tot gevorderde materiële (toekomstige) schade.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

Als verdachte de schadevergoedingen niet (volledig) betaalt, kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 40 dagen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte verplicht om de schadevergoeding te betalen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36f, 45, 55, 243, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 10 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het telefoonnummer 088-8041404;

- verdachte zich laat behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op overbelasting, agressie- en emotieregulatie, verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden en/of andere problematiek;

- verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [aangever], geboren op [geboortedag] 1991. Er kan een uitzondering gemaakt worden in verband met overleg over- en de omgangsregeling met de kinderen. De reclassering dient daarvoor vooraf, in overleg met de jeugdhulpverlener/overige betrokken hulpverleners toestemming te geven;

- verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in [adres] te [plaats], te weten de straat waarin [aangever] woont;

- indien de reclassering het nodig vindt om het alcoholgebruik van verdachte te controleren middels urineonderzoek, dan werkt verdachte daaraan mee.

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

 hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat het contactverbod en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar zijn;

De benadeelde partij

  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 4.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever], een bedrag te betalen van € 4.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 40 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Rikken (voorzitter), J.M.J.M. Doon en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. van Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2026.

Voetnoten

  1. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ONRBC25677, gesloten op 9 april 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
  2. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2026.
  3. Het proces-verbaal van aangifte, p. 31.
  4. Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 59-60.
  5. De bijlage van het proces-verbaal van bevindingen, p. 17.
  6. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 20-21 met bijlagen p. 24-27.
  7. De bijlage van het proces-verbaal van verhoor, p. 39.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.