Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Gelderland, 15 oktober 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:8067Zaaknummer ARN 26/3214
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- ARN 26/3214
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voorlopige voorziening; geen spoedeisend belang.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/3214
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 oktober 2026
in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Met de besluiten van 8 april 2026, 10 april 2026, 13 april 2026 en 16 april 2026 heeft het UWV besloten dat wordt uitgegaan van de inkomsten die de werkgever van verzoekster over de maand februari 2026 aan de Belastingdienst heeft doorgegeven, dat de WW-uitkering van verzoekster per 1 maart 2026 wordt beëindigd en dat de teveel betaalde WW-uitkering over de maand februari 2026 van € 414,41 van haar wordt teruggevorderd. Tegen deze besluiten heeft verzoekster bezwaar gemaakt.2.1. Met het bestreden besluit van 11 juni 2026 op de bezwaren van verzoekster heeft het UWV deze besluiten gehandhaafd. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen omdat het UWV de invordering van de teveel uitgekeerde WW-uitkering voortzet ondanks de door haar daartegen gestarte procedure. 2.2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. 2.3. In de reactie op het verzoek om voorlopige voorziening heeft het UWV aangegeven dat de invordering voor de duur van zes maanden is opgeschort. Als dat aan de orde is kan om verlenging van die termijn worden gevraagd, zo stelt het UWV. 2.4. Nu de invordering voorlopig is gestaakt is er geen spoedeisend belang. Ook overigens is niet gebleken dat verzoekster een spoedeisend belang heeft. In beginsel kan namelijk na afloop van de bodemzaak het bedrag waarover het geschil gaat, alsnog worden (terug)betaald, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.