Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 13 oktober 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7949Zaaknummer ARN 26/4661

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 26/4661
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

uitschrijving BRP; voorlopige voorziening; formele en materiële connexiteit ontbreekt; niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker 1] , [verzoeker 2] , [verzoeker 3] en [verzoeker 4] , verzoekers
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummers: ARN 26/4661, 26/4662, 26/4663 en 26/4664

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 oktober 2026 in de zaken tussen

[verzoeker 1] , [verzoeker 2] , [verzoeker 3] en [verzoeker 4] , verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg

(gemachtigde: mr. B.A. de Hoop).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om een voorlopige voorziening van verzoekers.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoekers waren woonachtig op het adres [adres] in Elburg. Naar aanleiding van een civiel geschil is de woning executoriaal verkocht aan derden. Verzoekers wonen niet langer op het betreffende adres en hebben geen nieuw adres doorgegeven.2.1. Omdat verzoekers niet langer verblijven op het adres [adres] in Elburg en van hen geen nieuw adres bekend is heeft het college hen met afzonderlijke besluiten van 29 juli 2025 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP). Met de bestreden besluiten van 12 januari 2026 op de bezwaren van verzoekers heeft het college de uitschrijvingen gehandhaafd.2.2. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter op 4 september 2026 voor zover van belang en voor zover de voorzieningenrechter uit de verzoeken heeft begrepen gevraagd een voorlopige voorziening te treffen en de uitschrijving uit de BRP te schorsen en de inschrijving op het adres [adres] in Elburg te herstellen. Verder vragen zij de voorzieningenrechter herstel van de rechtmatige erfgrenzen, stillegging van en algehele sloop van de zonder omgevingsvergunning opgerichte bebouwing en de ontruiming van en herplaatsing van verzoekers in hun woning aan de [adres] in Elburg.

2.3.

De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Uit artikel 8:81 van de Awb vloeit verder voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Het formele connexiteitsvereiste houdt in dat er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken ook betrekking hebben op de inhoud van het (in de hoofdzaak) aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.

2.4.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers geen beroep hebben ingesteld tegen het besluit op bezwaar van 12 januari 2026. De ingediende verzoeken om voorlopige voorziening voldoen daarom niet aan het formele connexiteitsvereiste,

2.5.

Voor zover verzoekers de voorzieningenrechter vragen de erfgrenzen te herstellen, werkzaamheden stil te leggen, te bewerkstelligen dat de zonder omgevingsvergunning opgerichte bebouwing wordt gesloopt, de woning aan de [adres] in Elburg te ontruimen en hen daar weer toegang toe te verlenen overweegt de voorzieningenrechter dat dit geen betrekking heeft op de uitschrijving uit de BRP. Op dit punt voldoen de verzoeken om voorlopige voorziening daarom ook niet aan de materiële connexiteitseis. De verzoeken zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

2.6.

De voorzieningenrechter overweegt verder het volgende. Uit de door verzoekers overgelegde stukken begrijpt de voorzieningenrechter dat de uitschrijving uit de BRP voor veel problemen zorgt en dat verzoekers sinds de uitschrijving uit de BRP problemen ervaren met onder meer de bank, de kamer van koophandel, de ziektekostenverzekering en het verkrijgen van de nodige zorg. Het college heeft zich in het verweerschrift, dat is ingediend in de bezwaarprocedure, bereid verklaard een briefadres te openen voor verzoekers, mits zij in de gemeente Elburg verblijven. Hoewel verzoekers hier tot nu toe niet voor hebben gekozen, acht de voorzieningenrechter het raadzaam dat verzoekers dit standpunt heroverwegen. Registratie van een briefadres kan bijdragen aan het behoud van toegang tot uitkeringen, zorgverzekering en andere voorzieningen.

Conclusie en gevolgen

3. De verzoeken om voorlopige voorziening zijn kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter de verzoeken niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.