Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Gelderland, 20 mei 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7766Zaaknummer 11450868 \ CV EXPL 24-10143

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
11450868 \ CV EXPL 24-10143
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Eindvonnis na bewijsopdracht. Gedaagde is niet geslaagd het aan haar opgedragen bewijs te leveren. Zij heeft niet bewezen dat partijen een garantie van twaalf maanden zijn overeengekomen, laat staan welke voorwaarden en dekking op die garantie van toepassing waren. Gedaagde moet de factuur en de daarover gevorderde handelsrente betalen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1

veroordeelt Plexat om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.491,76 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,

3.2

veroordeelt Plexat om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 967,50 aan buitengerechtelijke kosten,

3.3

veroordeelt Plexat in de proceskosten van € 1.407,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4

veroordeelt Plexat tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

41245 \ 693

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11450868 \ CV EXPL 24-10143

Vonnis van 20 mei 2026

in de zaak van

[eiser], HODN [bedrijf],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,

tegen

PLEXAT AUTOMOTIVE B.V.,

gevestigd te Bennekom,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Plexat,

gemachtigde: mr. R.C.J. Jacobs.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 augustus 2025;- de akte uitlaten bewijs namens Plexat;

- het e-mailbericht van 20 maart 2026 namens Plexat;- de antwoordakte namens [eiser].

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

Plexat moet de factuur betalen

2.1

In voormeld tussenvonnis heeft de kantonrechter Plexat in de gelegenheid gesteld te bewijzen 1) dat partijen in september 2022 een garantie van twaalf maanden zijn overeengekomen en 2) welke voorwaarden en dekking op die garantie van toepassing waren.

2.2

Plexat heeft in haar akte uitlaten bewijs te kennen gegeven een drietal getuigen te willen laten horen en heeft daarnaast schriftelijke bewijsstukken ingediend. Vervolgens heeft zij te kennen gegeven om haar moverende redenen af te zien van het getuigenverhoor. [eiser] heeft zich in zijn antwoordakte - kort gezegd - op het standpunt gesteld dat Plexat niet aan de op haar rustende bewijsopdracht heeft voldaan.

2.3

De kantonrechter overweegt als volgt.

Ter onderbouwing van haar stelling dat partijen in september 2022 een garantie van twaalf maanden zijn overeengekomen heeft Plexat een aantal e-mails en printscreens van verschillende auto- en revisiebedrijven (niet zijnde het bedrijf van [eiser]) en van de websites van BOVAG en ANWB in het geding gebracht. Deze stukken hebben weliswaar betrekking op garanties die gebruikelijk worden verstrekt, maar zien niet specifiek op de (mondelinge) overeenkomst die partijen in september 2022 hebben gesloten en evenmin op eerdere overeenkomsten tussen hen. [eiser] heeft er daarnaast terecht nog op gewezen dat in die stukken zowel over een garantietermijn van zes als van twaalf maanden wordt gesproken en dat de werking van de garanties afhankelijk kan zijn van voldoening aan bepaalde voorwaarden. Bovendien is [eiser] geen BOVAG-garage, waardoor de door BOVAG gehanteerde garantie niet automatisch van toepassing is op de door partijen gesloten overeenkomst in september 2022.

2.4

Op basis van bovenstaande overwegingen concludeert de kantonrechter dat Plexat niet geslaagd is het aan haar opgedragen bewijs te leveren. Zij heeft niet bewezen dat partijen in september 2022 een garantie van twaalf maanden zijn overeengekomen, laat staan welke voorwaarden en dekking op die garantie van toepassing waren. Dat betekent dat [eiser] wel degelijk een rechtsgrond heeft voor het vorderen van betaling door Plexat van de aan haar gestuurde factuur. Zoals al is geoordeeld in het tussenvonnis, hebben partijen in augustus 2023 afgesproken dat [eiser] herstelwerkzaamheden aan de auto zou verrichten en is uit de overgelegde deskundigenrapportages gebleken dat geen sprake was van een gebrek aan de motor zelf. [eiser] heeft (herstel)werkzaamheden verricht aan de auto en Plexat moet daarvoor betalen.

2.5

Plexat maakt bezwaar tegen de hoogte van de door [eiser] opgestelde factuur. Volgens haar hebben partijen nooit een prijs afgesproken en is de tweede factuur € 1.000,00 hoger dan de eerste. De kantonrechter begrijpt dat Plexat met dat laatste bedoelt dat [eiser] voor de in september 2022 ingebouwde motor € 5.250,00 in rekening heeft gebracht en voor de in november 2023 ingebouwde motor € 6.000,00. De kantonrechter stelt vast dat Plexat haar bezwaar tegen de hoogte van de factuur pas voor het eerst heeft geuit in deze procedure. In de overgelegde correspondentie tussen partijen is dat niet eerder aan de orde gekomen. Uit de overgelegde (WhatsApp)correspondentie blijkt dat partijen wel contact hebben gehad over de nieuw te bestellen motor, maar daarbij niet over een prijs hebben gesproken. Een prijs van € 6.000,00 voor een gereviseerde motor komt de kantonrechter niet onredelijk hoog voor. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden dan ook geen reden om het bedrag dat [eiser] op de tweede factuur in rekening heeft gebracht naar beneden bij te stellen. [eiser] heeft zijn factuur verder deugdelijk gespecificeerd. De kantonrechter zal het gevorderde bedrag van € 8.491,76 exclusief btw daarom toewijzen.

Plexat moet de handelsrente betalen

2.6

Plexat moet ook de gevorderde handelsrente over voormeld bedrag betalen. Zij heeft weliswaar aangevoerd dat de handelsrente niet van toepassing is, maar dat klopt niet. Er is immers sprake van een overeenkomst die tot stand is gekomen tussen een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf ( [eiser]) en een rechtspersoon (Plexat) en daarmee van een handelsovereenkomst. De kantonrechter zal de handelsrente daarom toewijzen als gevorderd, vanaf 21 februari 2024 (de dag na het verstrijken van de veertien dagentermijn als vermeld in de brief van de gemachtigde van [eiser] van 6 februari 2024).

Plexat moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

2.7

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en baseert zich daarbij op de zogenoemde BIK-staffel. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 967,50 worden toegewezen.

Plexat moet de proceskosten betalen

2.8

Plexat is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€115,22
- griffierecht€248,00
- salaris gemachtigde€900,00(2,5 punten × € 360,00)
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.407,22
2.9

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1

veroordeelt Plexat om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.491,76 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 februari 2024 tot de dag van volledige betaling,

3.2

veroordeelt Plexat om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 967,50 aan buitengerechtelijke kosten,

3.3

veroordeelt Plexat in de proceskosten van € 1.407,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4

veroordeelt Plexat tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Weerkamp - Beens en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

41245 \ 693

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.