Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Gelderland, 25 september 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7250Zaaknummer ARN 26/4608

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25 september 2026
Publicatiedatum
25 september 2026
Zaaknummer
ARN 26/4608
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening, beroep niet tijdig beslissen, Woo, geen spoedeisend belang

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/4608

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 september 2026

in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het dagelijks bestuur van het Waterschap Rijn en IJssel.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het niet tijdig beslissen op een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3.1.

Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Hij heeft geruime tijd geleden bij verweerder een Woo-verzoek ingediend. Op 9 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep niet tijdig beslissen van verzoeker ten aanzien van dit Woo-verzoek. Inmiddels heeft verweerder de volledige dwangsom voldaan, maar is er nog steeds geen besluit op het Woo-verzoek genomen. Verzoeker heeft er belang bij dat zo spoedig mogelijk een besluit op zijn Woo-verzoek wordt genomen.

3.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat een beroep niet tijdig beslissen door de rechtbank al wordt behandeld in een versnelde procedure. Het doel van de procedure bij niet tijdig beslissen is - zo nodig met oplegging van een dwangsom - verweerder te bewegen alsnog een besluit te nemen. Verzoeker heeft desgevraagd onvoldoende onderbouwd waarom er sprake is van een spoedeisend belang dat maakt dat de uitspraak op het beroep niet tijdig beslissen niet kan worden afgewacht. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.