Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 1 september 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:6835Zaaknummer ARN 26/3328

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 september 2026
Publicatiedatum
4 september 2026
Zaaknummer
ARN 26/3328
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/3328

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster met betrekking tot onverschuldigd betaalde AIO-aanvulling. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3.1.

Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat zij slechts over een minimuminkomen beschikt en er na betaling van de vaste lasten onvoldoende geld overblijft voor de dagelijkse kosten van levensonderhoud. Bij een inhouding van € 279,- per maand op de uitkering van verzoekster zullen er financiële problemen ontstaan. Verzoekster wenst dat de inhouding wordt opgeschort dan wel dat een lagere inhouding wordt vastgesteld.

3.2.

De Raad heeft bij brief van 8 juli 2026 gesteld dat niet duidelijk is tegen welk besluit verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend. Het ingediende beroepschrift ziet op de kinderbijslag, terwijl het verzoek om een voorlopige voorziening ziet op de terugvordering en invordering van een onverschuldigd betaalde AIO-aanvulling.

3.3.

De voorzieningenrechter heeft verzoekster bij brieven van 14 augustus 2026 en 21 augustus 2026 gevraagd om een schriftelijke reactie en daarbij aan te geven tegen welk besluit het verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en om een nadere onderbouwing van het spoedeisend belang. Verzoekster heeft niet op deze brieven gereageerd.

3.4.

De voorzieningenrechter denkt uit het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster te kunnen opmaken dat het verzoek zich richt tegen de terugvordering en invordering van de onverschuldigd betaalde AIO-aanvulling. De Raad stelt dat bij besluit van 26 mei 2026 is overgegaan tot invordering en dat verzoekster hiertegen bezwaar heeft gemaakt. Daarna heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Verzoekster heeft haar spoedeisend belang, ondanks verzoeken daartoe, niet (met stukken) onderbouwd, zodat de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening zal afwijzen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.