Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Gelderland, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5831Zaaknummer ARN 26/2246
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Publicatiedatum
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- ARN 26/2246
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voorlopige voorziening; geen spoedeisend belang.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2246
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. K.M.J. Schrijver),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college om de aan hem toegekende maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) te beëindigen.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij besluit van 27 november 2025 heeft het college verzoeker op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening in de vorm van Begeleiding Individueel Extra voor 180 minuten per week toegekend. Met het besluit van 24 februari 2026 heeft het college de maatwerkvoorziening beëindigd omdat verzoeker er geen gebruik van maakt. 2.1. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Met het besluit van 5 juni 2026 heeft het college het besluit van 6 maart 2026 (de voorzieningenrechter begrijpt dat bedoeld wordt: het besluit van 24 februari 2026) ingetrokken. Daarmee houdt verzoeker tot en met 31 december 2026 de maatwerkvoorziening ‘Begeleiding Individueel Extra’. 2.2. Verzoeker heeft desgevraagd aangegeven geen reden te zien het verzoek om voorlopige voorziening in te trekken, omdat er geen uitvoering wordt gegeven aan de gegeven aan de toegekende begeleiding.2.3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Omdat verzoeker tot en met 31 december 2026 een maatwerkvoorziening is toegekend is er geen spoedeisend belang. Dat daar geen uitvoering aan wordt gegeven, maakt dat – wat daar ook van zij – niet anders nu de voorzieningenrechter niet gaat over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de toegekende voorziening. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.