Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 15 juli 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:5697Zaaknummer ARN 26/3440

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
ARN 26/3440
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening hangende een verzetsprocedure.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- bepaalt dat verzoekster geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank van 2 juli 2026 tot op het verzet is beslist.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/3440

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 juli 2026

op het verzoek om voorlopige voorziening van

het dagelijks bestuur van Omgevingsdienst, uit Arnhem, verzoekster

(gemachtigde: mr. J.W.M. Hagelaars),

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon A] uit [plaats] (derde-partij).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechter die uitspraak doet op het door verzoekster ingediende verzet niet.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk gegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk gegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Derde-partij heeft een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) ingediend bij verzoekster. Verzoekster heeft met het besluit van 27 oktober 2025 op dit verzoek beslist. Tegen dit besluit heeft derde-partij bezwaar gemaakt. Omdat een beslissing op bezwaar uitbleef heeft derde-partij beroep ingesteld. 2.1. De rechtbank heeft met de uitspraak van 2 juli 2026[_d07eb8ef-cbba-48a0-8ab7-bfa5f3cfa641] op het beroep beslist, het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, vernietigd, verzoekster opgedragen om binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar bekend te maken en bepaald dat verzoekster aan derde-partij een dwangsom van € 100 moet betalen voor elke dag waarmee het de door de rechtbank bepaalde beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.

2.2.

Verzoekster heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekster stelt zich kort samengevat gemotiveerd op het standpunt dat zij niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn een beslissing kan nemen op het bezwaar van derde-partij.

2.3.

Op het verzet is nog geen uitspraak gedaan.

2.4.

Gelet op hetgeen in verzet is aangevoerd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat het verzet gegrond wordt verklaard. Omdat verzoekster na afloop van de door de rechtbank bepaalde termijn van twee weken dwangsommen is verschuldigd, ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek toe te wijzen en een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal bepalen dat verzoekster geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank tot op het verzet is beslist.

2.5.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- bepaalt dat verzoekster geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank van 2 juli 2026 tot op het verzet is beslist.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.