Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Gelderland, 24 juni 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5661Zaaknummer 12010419
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Publicatiedatum
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- 12010419
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Apeldoorn
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overeenkomst tot afname planningssysteem. Bevoegde vertegenwoordiging. Looptijd en prijsverhoging. Toewijzing vordering.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Veluvine om aan LVP te betalen een bedrag van € 9.052,64, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Veluvine om aan LVP te betalen een bedrag van € 715,79 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Veluvine in de proceskosten van € 1.529,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Veluvine niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Veluvine tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026. |
67756/560
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 12010419 \ CV EXPL 25-3983
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
L.V.P. RESERVERINGSSYSTEMEN B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: LVP,
gemachtigde: Advies- en Incassobureau Justice B.V.,
tegen
STICHTING VELUVINE CULTUUR NUNSPEET,
gevestigd te Nunspeet,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Veluvine,
gemachtigde: mr. F.B.A.M. van Oss.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermeerdering eis, met productie- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 9 december 2021 om 17:15 uur heeft LVP per mail een offerte gestuurd naar Veluvine. In de mail staat, voor zover van belang, het volgende:
“Beste [directeur Veluvine],
Leuk dat jullie willen starten met Ovatic Planning!
Bijgaand tref je de standaard info/offerte aan.
Je kan in de offerte het aantal door jullie gewenste licenties (5 stuks) aangeven.
Als je deze kan accorderen, kan ik het in gang zetten.
(…)”
In de standaard info/offerte staat, voor zover van belang, het volgende:
“Ovatic Planning
Standaard Offerte
(…)
Op al onze aanbiedingen en overeenkomsten zijn de Nederland ICT Voorwaarden van toepassing. (…)
Algemene voorwaarden
(…) Contractduur: Minimaal drie jaar, telkens stilzwijgend verlengd met twee jaar. De opzegtermijn is drie maanden.”
Op 9 december 2021 om 17:28 uur heeft [directeur Veluvine], directeur-bestuurder van Veluvine, een mail gestuurd naar LVP. In de mail staat, voor zover van belang, het volgende:
“Ik heb inderdaad de standaard info, maar zie nergens waar ik dit ‘artikel’ kan ondertekenen.
Bij deze akkoord voor afname van Ovatic Planning met 5 gelijktijdige gebruikers a € 300,- per maand per 1 januari a.s.
We nemen tevens 4 dagdelen advies, opleiding en ondersteuning af. Deze gaan we nog inplannen. (…)”
LVP heeft de facturen over juli 2025 tot en met september 2025 en november 2025 tot en met maart 2026 van elk € 1.131,58 onbetaald gelaten.
3 Het geschil
LVP vordert dat de kantonrechter, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
- Veluvine veroordeelt tot betaling van € 5.657,90, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, dan wel de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag der algehele voldoening;
- Veluvine veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van
€ 715,79 exclusief btw;
Subsidiair:
- het redelijk loon van LVP begroot;
- Veluvine veroordeelt tot betaling van het door de kantonrechter vastgestelde redelijk loon, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente daarover vanaf 10 november 2025 tot aan de dag van algehele voldoening;
zowel primair als subsidiair onder veroordeling van Veluvine in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover.
LVP legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in 2021 een overeenkomst heeft gesloten met Veluvine die steeds stilzwijgend met twee jaar wordt verlengd. Uit hoofde van de overeenkomst stelt LVP software ter beschikking aan Veluvine, in ruil waarvoor Veluvine een licentievergoeding van € 1.131,58 per maand verschuldigd is. Veluvine heeft een aantal facturen (maanden juli 2025 tot en met september 2025 en november 2025) van in totaal € 5.657,90 onbetaald gelaten. Veluvine is hierover ook de wettelijke handelsrente verschuldigd. Verder is Veluvine ook buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 715,79 (excl. btw) verschuldigd en vraagt LVP om een veroordeling van Veluvine in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover.
Veluvine voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van LVP, met veroordeling van LVP in de kosten van deze procedure. Op de inhoud van het verweer wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
LVP heeft bij repliek haar eis vermeerderd met € 4.526,32 (waardoor deze in totaal € 9.052,64 bedraagt), omdat Veluvine inmiddels ook de licentiebedragen over de maanden december 2025 tot en met maart 2026 verschuldigd is geworden. Verder vordert zij, in plaats van de wettelijke handelsrente, de wettelijke rente over de proceskosten. Voor het overige handhaaft LVP haar vordering.
4 De beoordeling
In deze zaak staat de vraag centraal of tussen Veluvine en LVP een overeenkomst tot stand is gekomen, of [directeur Veluvine] vertegenwoordigingsbevoegd was om deze overeenkomst te sluiten namens Veluvine, of de overeenkomst (stilzwijgend) is verlengd en of Veluvine rechtsgeldig heeft opgezegd.
Tussen partijen is eerst in geschil of tussen hen een overeenkomst tot stand is gekomen. LVP stelt dat Veluvine op 9 december 2021 de naar haar gestuurde offerte per mail heeft aanvaard. Veluvine voert aan dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen, omdat deze niet (door of namens) haar is ondertekend.
De kantonrechter overweegt dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding. Of daarvan sprake is moet worden beoordeeld aan de hand van wat partijen over en weer hebben verklaard, uit elkaars gedragingen hebben afgeleid en daar in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs uit mochten afleiden. Daar kunnen ook omstandigheden van na het (wel of niet) sluiten van de overeenkomst een rol bij spelen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de correspondentie via de mail blijkt dat LVP op 9 december 2021 om 17:15 uur een aanbod heeft gedaan door het aanbieden van een offerte. [directeur Veluvine], de directeur-bestuurder van Veluvine, heeft dit aanbod vervolgens om 17:28 uur expliciet aanvaard via de mail. Het voorgaande betekent in beginsel dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Dat de overeenkomst niet is ondertekend, doet daar niet aan af. Ondertekening is immers geen vormvereiste. Het verweer van Veluvine faalt.
Veluvine voert nog aan dat [directeur Veluvine] niet vertegenwoordigingsbevoegd was. LVP merkt daarover op dat zij in haar hoedanigheid van directeur-bestuurder akkoord is gegaan met de offerte. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Veluvine onvoldoende onderbouwd waarom [directeur Veluvine] onbevoegd zou zijn om haar te vertegenwoordigen, waardoor het verweer faalt.
Vervolgens is tussen partijen in geschil wat de looptijd is van de overeenkomst. Veluvine voert aan dat sprake is van een overeenkomst van bepaalde tijd en dat partijen geen verlengingsregeling zijn overeengekomen. LVP stelt daarentegen dat partijen een verlengingstermijn van telkens twee jaar zijn overeengekomen.
De kantonrechter overweegt dat het, bij de uitleg van een overeenkomst tussen partijen, aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan een bepaling van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.
De kantonrechter oordeelt dat in de offertetekst duidelijk is opgenomen dat de looptijd van de overeenkomst (minimaal) drie jaar is en dat deze steeds (stilzwijgend) met twee jaar wordt verlengd. Verder geldt een opzegtermijn van drie maanden. In dit geval is de overeenkomst ingegaan op 1 januari 2022 en loopt deze minimaal tot 1 januari 2025. Het is niet gebleken dat Veluvine voor die datum heeft opgezegd. Dat betekent dat de overeenkomst voor twee jaar is verlengd en (onverkort) is blijven gelden na 1 januari 2025.
Veluvine voert verder aan dat zij de overeenkomst per brief van 14 januari 2025 rechtsgeldig tegen 1 juni 2025 heeft opgezegd. Volgens Veluvine heeft LVP namelijk de prijs tussentijds verhoogd, waardoor zij op grond van de algemene voorwaarden (de kantonrechter begrijpt: de Nederland ICT Voorwaarden) gerechtigd was om op te zeggen. LVP betwist dat zij de prijs heeft gewijzigd. Het had daarom op de weg van Veluvine gelegen om haar stelling nader (met stukken) te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten, waardoor niet is vast komen te staan dat, en wanneer, de prijs is verhoogd. Het verweer faalt.
Daarnaast heeft Veluvine nog aangevoerd dat zij de overeenkomst tussentijds mocht opzeggen vanwege een (gestelde) financiële noodsituatie en reorganisatie. De kantonrechter oordeelt dat partijen niet zijn overeengekomen dat de overeenkomst tussentijds kan worden opgezegd. Voor zover Veluvine hiermee heeft bedoeld een beroep te doen op de redelijkheid en billijkheid, geldt dat deze maatstaf terughoudend moet worden toegepast. Dat geldt met name bij overeenkomsten tussen professionele partijen zoals in onderhavig geval. Veluvine heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op basis waarvan een beroep op de redelijkheid en billijkheid kan worden toegewezen. Ook dit verweer faalt.
Omdat de verweren tegen de verschuldigdheid van de gevorderde facturen falen, zal de hoofdsom van € 9.052,64 worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, waartegen geen verweer is gevoerd, zal als op de wet gegrond worden toegewezen.
De kantonrechter stelt vast dat LVP voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit), omdat deze tarieven redelijk worden geacht. De gevorderde vergoeding van
€ 715,79 is lager dan het tarief van € 827,63 dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom van € 9.052,64. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding van € 715,79 daarom toewijzen.
Veluvine wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van LVP worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 122,92 | |
| - griffierecht | € | 543,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 720,00 | (2 punten × € 360,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.529,92 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Veluvine om aan LVP te betalen een bedrag van € 9.052,64, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Veluvine om aan LVP te betalen een bedrag van € 715,79 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Veluvine in de proceskosten van € 1.529,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Veluvine niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Veluvine tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026. |
67756/560
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.