Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Gelderland, 13 februari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:1100Zaaknummer 26/793
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Publicatiedatum
- 19 februari 2026
- Zaaknummer
- 26/793
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat er geen materiële connexiteit is met het beroep. Verzoeker vraagt om (vergoeding van) hotelovernachtingen, terwijl hij met de bodemprocedure alleen kan bereiken dat het besluit tot beëindiging van de schuldhulpverlening wordt vernietigd.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen de uitspraak te ondertekenen
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/793
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
Bij besluit van 7 mei 2025 heeft het college de schuldhulpverlening aan verzoeker op grond van de Wet gemeentelijke schulphulpverlening (Wgs) stopgezet. Met het bestreden besluit van 9 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij dit besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank bekend onder procedurenummer ARN 25/3609. Verzoeker heeft de rechtbank gevraagd een voorlopige voorziening te treffen inhoudende een (vergoeding van) hotelverblijf totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Uit de functie van artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat het verzoek wordt gedaan in samenhang met een bezwaar- of beroepsprocedure (formele connexiteit), maar wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de mogelijke uitkomst van de samenhangende bezwaar- of beroepsprocedure (materiële connexiteit).
Aan het formele connexiteitsvereiste is voldaan omdat er beroep is ingesteld.
Aan het materiële connexiteitsvereiste is niet voldaan omdat de gevraagde voorziening de strekking van het connexe beroep, in dit geval het beroep tegen het beëindigen van de schuldhulpverlening, te buiten gaat. Met het beroep kan immers slechts worden bereikt dat het besluit over de beëindiging van de schuldhulpverlening wordt vernietigd. Daarom is met de verzochte voorziening, die strekt tot vergoeding van hotelovernachtingen, niet voldaan aan het materiële connexiteitsvereiste. Daarom moet het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie en gevolgen
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen de uitspraak te ondertekenen
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.