Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 24 oktober 2024

ECLI:NL:RBGEL:2024:7297Zaaknummer AWB - 24_6978

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24 oktober 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
AWB - 24_6978
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening, Kadaster, gevraagde voorziening niet voorlopige aard

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/6978

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. G.G. Kranendonk),

en

de bewaarder van het kadaster en de openbare registers,

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de bewaarder om het verzoek tot herstel af te wijzen. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

1.2.

Verzoeker heeft de bewaarder verzocht tot herstel van de grenzen van de percelen van [locatie 1] en [locatie 2] te [plaats]. De bewaarder heeft met het besluit van 21 juli 2023 dit verzoek afgewezen. De gegevens op de kadastrale kaart komen overeen met de gegevens op de relazen van bevindingen.

1.3.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt, waarna de bewaarder met het besluit van 30 oktober 2023 bij zijn standpunt is gebleven en het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 oktober 2023.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit te vernietigen en de bewaarder op te dragen een nieuw besluit te nemen. Verzoeker is het er niet mee eens dat de bewaarder minuutgrenzen heeft gehanteerd, terwijl er veldwerk en coördinaten uit 1994 beschikbaar zijn. Vanwege een civielrechtelijke kwestie met de buren heeft verzoeker belang bij een spoedig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit.

2.1.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorziening waar verzoeker om vraagt, is namelijk niet passend. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet namelijk zien op het al of niet treffen van een voorziening die noodzakelijk is in afwachting van een bodembeslissing. Het vernietigen van het bestreden besluit en de bewaarder opdragen een nieuw besluit te nemen is het doen van de beroepsprocedure. Het bij wijze van voorlopige voorziening alvast vernietigen van een besluit heeft naar zijn aard juist geen voorlopige strekking. Ook is het niet passend om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen welke methode de bewaarder moet hanteren bij de vaststelling van de percelen. Ook dit heeft geen voorlopig karakter.

2.2.

De voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker gebaat is bij een oordeel over het bestreden besluit, maar het enkel belang hebben bij een rechtmatigheidsoordeel is onvoldoende voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.