Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Gelderland, 19 januari 2024

ECLI:NL:RBGEL:2024:499Zaaknummer 10746817 \ CV EXPL 23-2959

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19 januari 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
10746817 \ CV EXPL 23-2959
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Nijmegen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vonnis in vrijwaringsincident. Verzoek tot oproeping in vrijwaring toegewezen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

geeft [gedaagde] toestemming [bedrijf 1] in vrijwaring op te roepen;

3.2.

bepaalt dat [gedaagde] [bedrijf 1] kan laten dagvaarden voor de rolzitting van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Nijmegen van 16 februari 2024 om op de eis tot vrijwaring te antwoorden;

3.3.

bepaalt dat [eisers] in de hoofdzaak op dezelfde rolzitting van 16 februari 2024 haar conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie kan nemen;

3.4.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten in het incident, begroot op € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis;

3.5.

verklaart de veroordeling onder 3.4. uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eis sub 1]
  2. 2. [eis sub 2]
  3. 3. [eis sub 3]
  4. 1 De procedure
  5. 2 Het vrijwaringsincident en de beoordeling daarvan
  6. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 10746817 \ CV EXPL 23-2959

uitspraak van

vonnis in het vrijwaringsincident

in de zaak van

1 [eis sub 1]

wonende te [woonplaats]

2. [eis sub 2]

wonende te [woonplaats]

3. [eis sub 3]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eisende partijen in de hoofdzaak

verwerende partij in het incident

gemachtigde mr. T.A. Timmermans

tegen

[gedaagde]

gevestigd te [vestigingsplaats]

gedaagde partij in de hoofdzaak

eisende partij in het incident

gemachtigde mr. A.M. Smetsers

Partijen worden hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 oktober 2023 met producties

- de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke oproeping in vrijwaring, tevens houdende voorwaardelijke reconventionele vordering met producties

- de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het vrijwaringsincident en de beoordeling daarvan

2.1.

[gedaagde] vordert toestemming [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) op te roepen in vrijwaring.

2.2.

[gedaagde] onderbouwt die vordering als volgt. [eisers] baseert haar vorderingen op de stelling dat door [gedaagde] een onjuiste mededeling is gedaan over de planologische (on)mogelijkheden van het gehuurde. [gedaagde] heeft echter zelf geen contact gehad met [eisers] Dit contact is gelopen via haar makelaar [bedrijf 1]. Voor zover er onjuiste mededelingen zijn gedaan zijn deze eigenmachtig gedaan door [bedrijf 1] en heeft [bedrijf 1] daarmee de door [gedaagde] aan haar verstrekte opdracht overschreden.

2.3.

[eisers] voert tegen de incidentele vordering aan dat deze niet voor alle weren is ingesteld. Bovendien lijkt [gedaagde] een voorwaardelijke vordering in te stellen, terwijl een vordering tot vrijwaring niet voorwaardelijk kan worden ingesteld.

2.4.

De kantonrechter wijst de vordering toe. Hoewel de motivering van de vordering in vrijwaring is gegeven nadat inhoudelijk op de hoofdzaak is ingegaan, is in de conclusie van de conclusie van antwoord (enz.) de vordering in vrijwaring wel degelijk voor de weren ingesteld. Uit de aangevoerde grond volgt dat [gedaagde] belang kan hebben bij de oproeping in vrijwaring. Hoewel [eisers] terecht opmerkt dat een vordering in vrijwaring niet voorwaardelijk kan worden ingesteld, leidt dit niet tot afwijzing van de vordering. De kantonrechter begrijpt het incident zo dat de vordering in vrijwaring geen ander voorwaardelijk karakter heeft dan geldende voor het geval de vordering in de hoofdzaak tegen [gedaagde] slaagt. In de ogen van [gedaagde] ontstaat dan een regresvordering op [bedrijf 1].

2.5.

De kantonrechter wijst erop dat [gedaagde] er zelf voor moet zorgen dat [bedrijf 1] wordt gedagvaard door een deurwaarder.

2.6.

[eisers] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in het incident betalen.

De wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) is uitsluitend van toepassing op de primaire betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst, dat wil zeggen de geldelijke tegenprestatie voor de op grond van de handelsovereenkomst geleverde goederen of diensten. De gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten wordt dan ook afgewezen. Wel wordt de wettelijke rente van art. 6:119 BW toegewezen over de proceskosten. De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van betekening van dit vonnis.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

geeft [gedaagde] toestemming [bedrijf 1] in vrijwaring op te roepen;

3.2.

bepaalt dat [gedaagde] [bedrijf 1] kan laten dagvaarden voor de rolzitting van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Nijmegen van 16 februari 2024 om op de eis tot vrijwaring te antwoorden;

3.3.

bepaalt dat [eisers] in de hoofdzaak op dezelfde rolzitting van 16 februari 2024 haar conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie kan nemen;

3.4.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten in het incident, begroot op € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW hierover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis;

3.5.

verklaart de veroordeling onder 3.4. uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.