Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 14 augustus 2023

ECLI:NL:RBGEL:2023:7565Zaaknummer 05-020983-22

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14 augustus 2023
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
05-020983-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art 533 Sv. Verzoeker wordt als militair verdacht van strafbare feiten op Curaçao. Na verhoor is hij door de politie heengezonden. Vervolgens heeft de commandant, op verzoek van de KMar, bepaald dat hij zijn paspoort moest inleveren, niet de kazerne mocht verlaten en alleen naar de kantine mocht om te eten en zich beschikbaar moest houden voor de KMar. Deze handelwijze kan volgens de militaire raadkamer aan het OM worden toegerekend maar komt neer op vrijheidsbeperking en niet op vrijheidsbeneming en valt daarmee niet onder de reikwijdte van artikel 533 Sv. Verzoek wordt afgewezen.

Beslissing

De raadkamer:

kent toe aan verzoeker, op grond van artikel 530 Sv, een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 4.761,65 (zegge: vierduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijfenzestig cent);

kent toe aan verzoeker, op grond van artikel 530 Sv, een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 680,00 (zegge: zeshonderdtachtig euro).

wijst af het door verzoeker, op grond van artikel 533 Sv, verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. J.A.L. Heldens, rechters, en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van

mr. C.F. Brouwer en L. Willems, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2023.

mr. J.A.L. Heldens is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De fungerend voorzitter van de raadkamer beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van: € 5.441,65 (zegge: vijfduizend vierhonderdeenenveertig euro en vijfenzestig cent), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer], ten name van Stichting Beheer Derdengelden Cleerdin & Hamer advocaten te Amsterdam, onder vermelding van dossiernummer [nummer].

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Feiten
  2. Procedure
  3. De verzoeken
  4. Standpunt van het Openbaar Ministerie
  5. Beoordeling
  6. Beslissing
  7. BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

parketnummer: 05-020983-22

raadkamernummers: 22-029188 en 22-029189

zittingsdatum: 31 juli 2023

beslissing van de meervoudige militaire raadkamer op het verzoek op grond van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker], hierna: ‘verzoeker’,

geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats],

wonende aan [adres] in [woonplaats],

voor dit verzoek woonplaats gekozen hebbende ten kantore van Cleerdin & Hamer Advocaten te Amsterdam, [adres].

Feiten

Verzoeker is op 29 oktober 2021 om 07:30 uur aangehouden en diezelfde dag om 16:00 uur in vrijheid gesteld op verdenking van het aanwezig hebben van cocaïne gepleegd op 20 oktober 2021 te Curaçao. Er is geen sprake geweest van inverzekeringstelling, noch van voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft beslist de verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 27 september 2022 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. De door de officier van justitie aan de niet (verdere) vervolging verbonden voorwaarden zijn vervuld.

Procedure

Het verzoekschrift is op 22 december 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

Op 10 februari 2023 heeft de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ontvangen dat qua inhoud gelijk is aan het op 22 december 2022 ontvangen verzoekschrift, doch dat anders dan het eerste verzoekschrift is (mede) ondertekend door verzoeker.

De raadkamer heeft kennis genomen van de stukken. Het verzoekschrift is in de openbare raadkamer van 31 juli 2023 behandeld.

De raadkamer heeft de gemachtigde advocaat van de verzoeker, mr. M.P.K. Ruperti, advocaat in Apeldoorn, en de officier van justitie op zitting gehoord.

De verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

De verzoeken

Ten aanzien van artikel 530 Sv:

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 5.441,65 wegens:

  • de kosten van een raadsman in de strafzaak met het hiervoor genoemde parketnummer; door de verzoeker zijn facturen van Cleerdin & Hamer overgelegd tot een bedrag van € 4.761,65;
  • de kosten van een raadsman voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 680,00.

Ten aanzien van artikel 533 Sv:

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 2.250,00 wegens:

- immateriële schade vanwege het op last van de KMar te Curaçao van zijn vrijheid te zijn beroofd op de kazerne voor negen dagen tot een bedrag van € 2.250,00.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Ten aanzien van artikel 530 Sv:

Gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van de zaak komt het Openbaar Ministerie de verzochte vergoeding niet als onredelijk of onbillijk voor.

Gevraagd wordt verder een vergoeding van de kosten voor het opstellen, indienen en eventueel behandelen van onderhavig verzoekschrift. Deze komen voor de forfaitaire vergoeding in aanmerking.

Ten aanzien van artikel 533 Sv:

Eventuele vrijheidsbeperkende maatregelen die op last van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) te Curaçao zijn opgelegd, vallen naar het oordeel van het Openbaar Ministerie niet onder de werking van artikel 533 Sv noch enig ander artikel van Boek IV, Titel VI A, van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker dient in dit verzoek dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard, althans dit verzoek dient te worden afgewezen.

Beoordeling

De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd met een sepot van 27 september 2022.

De raadkamer is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.

Het verzoek ex artikel 530 Sv:

Artikel 530, tweede lid, Sv bepaalt dat, indien een zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de gewezen verdachte een vergoeding kan worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdsverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting (werkelijk) heeft geleden. Daarnaast kan, met in achtneming van artikel 44a van de Wet op de rechtsbijstand, op grond van deze bepaling een vergoeding worden toegekend in de rechtsbijstandskosten.

Kosten rechtsbijstand:

De kosten rechtsbijstand kunnen naar het oordeel van de militaire raadkamer worden toegewezen zoals verzocht.

Kosten opstellen en indienen verzoekschriften en bijwonen inhoudelijke behandeling:

De raadkamer is van oordeel dat, gelet op de gebruikelijke vergoeding inzake verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 Sv in het onderhavige geval als vergoeding voor kosten verbonden aan de indiening en de inhoudelijke behandeling die daarop volgde, een bedrag van € 680,00, inclusief BTW, kan worden toegewezen.

Het verzoek ex artikel 533 Sv:

Onrechtmatige detentie:

Verzoeker is van mening dat het redelijk en billijk is dat hem een vergoeding wordt toegekend voor het feit dat hij op last van de KMAR te Curaçao van zijn vrijheid is beroofd op de kazerne voor negen dagen. Daartoe is door verzoeker het volgende aangevoerd. De KMAR heeft volgens verzoeker gelast dat verzoeker Curaçao niet mocht verlaten en zich beschikbaar moest houden voor de KMAR. Daartoe moest hij zijn paspoort inleveren. De commandant heeft vervolgens besloten dat hij de kazerne niet mocht verlaten en hij moest met de medeverdachten in een kazernegebouw verblijven. Hij mocht slechts driemaal per dag zich verplaatsen naar de eetzaal, hetgeen volgens verzoeker neerkomt op onrechtmatige detentie. Onder deze omstandigheden wenst verzoeker een vergoeding van € 250,00 per dag, te weten in totaal een bedrag van € 2.250,00.

Artikel 533 Sv bepaalt dat indien een zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, de rechter op verzoek van de gewezen verdachte hem een vergoeding uit ’s Rijks kas kan toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.

De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Onder voorlopige hechtenis wordt verstaan de vrijheidsbeneming ingevolge enig bevel van bewaring, gevangenneming of gevangenhouding. Vrijheidsbeperking gedurende de periode waarin de voorlopige hechtenis geschorst is geweest (zoals huisarrest, al dan niet met elektronisch toezicht, een avondklok en intensieve trajectbegeleiding of een poliklinische behandeling) valt daar niet onder. Schade als gevolg van genoemde vrijheidsbeperking komt dus op grond van artikel 533 Sv in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking.

Eén en ander kan uitzondering leiden indien de vrijheidsbeperking dusdanig is geweest dat feitelijk gesproken moet worden van vrijheidsontneming. In dat geval kan artikel 5 EVRM nopen tot schadevergoeding.

De militaire raadkamer overweegt als volgt.Ten aanzien van verzoeker is geen sprake geweest van een vrijheidsontneming in het kader van inverzekeringstelling, klinische opname of voorlopige hechtenis. Immers nadat verzoeker is verhoord is, is hij heengezonden. Verzoeker is vervolgens teruggekeerd naar de kazerne. Verzoeker zou op last van de KMAR een verbod hebben gekregen Curaçao te verlaten en zou hiertoe zijn paspoort hebben moeten inleveren. Voorts zou verzoeker te verstaan gegeven zijn zich beschikbaar te houden voor de KMAR.

Niet gebleken is dat de KMAR in opdracht van het Openbaar Ministerie heeft gehandeld. Echter gelet op de onderlinge verhouding kan het handelen van de KMAR worden toegerekend aan het Openbaar Ministerie. Hoewel onduidelijk is gebleven op welke wijze deze aanwijzingen tot stand zijn gekomen, is gelet op de aard van de aanwijzingen naar het oordeel van de militaire raadkamer enkel sprake geweest van een vrijheidsbeperking en was deze niet van dien aard dat deze feitelijk beschouwd gelijk is aan vrijheidsontneming. De hierdoor gestelde schade kom gelet op het voorgaande niet voor vergoeding in aanmerking.

De militaire raadkamer is van oordeel dat eventuele vrijheidsbenemende maatregelen die door de commandant zijn opgelegd, niet onder de werking van artikel 533 Sv noch enig ander artikel van Boek IV, Titel VI A van het Wetboek van Strafvordering vallen. Voor toekenning van wat is verzocht, acht de raadkamer dan ook geen gronden aanwezig.

Beslissing

De raadkamer:

kent toe aan verzoeker, op grond van artikel 530 Sv, een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 4.761,65 (zegge: vierduizend zevenhonderdeenenzestig euro en vijfenzestig cent);

kent toe aan verzoeker, op grond van artikel 530 Sv, een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van € 680,00 (zegge: zeshonderdtachtig euro).

wijst af het door verzoeker, op grond van artikel 533 Sv, verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter), mr. J.A.L. Heldens, rechters, en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van

mr. C.F. Brouwer en L. Willems, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2023.

mr. J.A.L. Heldens is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.

BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING

De fungerend voorzitter van de raadkamer beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van ’s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van: € 5.441,65 (zegge: vijfduizend vierhonderdeenenveertig euro en vijfenzestig cent), ten gunste van verzoeker, door overmaking van voornoemd bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer], ten name van Stichting Beheer Derdengelden Cleerdin & Hamer advocaten te Amsterdam, onder vermelding van dossiernummer [nummer].

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.