Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 13 maart 2020

ECLI:NL:RBGEL:2020:1789Zaaknummer 05/245455-18 (ontneming)

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13 maart 2020
Publicatiedatum
19 maart 2020
Zaaknummer
05/245455-18 (ontneming)
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland veroordeelt verdachte voor vernieling, het aanwezig hebben van 7672 gram (natte) hennep en medeplichtigheid aan het wegnemen van stroom met verbreking tot een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis en wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe. Tevens stelt de militaire kamer wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 500,00.

6 De beslissing

De militaire kamer:

Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 10 dagen.

Aldus gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter) en mr. C.A.H. Pouwels, rechters, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2020.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de vordering
  2. 2 De procedure
  3. 3 Het onderzoek ter terechtzitting
  4. 4 De beoordeling van de vordering
  5. 5 De toegepaste wettelijke bepalingen
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/245455-18

Datum zitting: 2 maart 2020

Datum uitspraak: 13 maart 2020

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

Uitspraak van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

naam: [veroordeelde] (hierna: veroordeelde)

geboren op: [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats],

adres: [adres]

Raadsvrouw: mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.

1 De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de militaire kamer het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 27.059,74.

2 De procedure

Ter terechtzitting van 2 maart 2020 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 2 maart 2020 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verschenen mr. R.J.J. Bosma, voornoemd. Zij heeft aangegeven uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om namens haar cliënt het woord te voeren.

De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 500,00.

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd.

4 De beoordeling van de vordering

Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de militaire kamer kennisgenomen van het op 13 maart 2020 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde onder andere ter zake van het opzettelijk aanwezig hebben van 7672 gram natte hennep is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren te vervangen door 40 dagen hechtenis.

De militaire kamer is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde. Deze beslissing is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.[_4e35dc7f-131e-4202-b9f7-72009f79855f]

Met betrekking tot de hoogte van dit wederrechtelijke verkregen voordeel overweegt de militaire kamer het volgende. Verdachte heeft verklaard dat hij – toen hij geen geld meer had – door iemand is benaderd om planten te zetten. Toen hij zijn sleutels van de woning afgaf kreeg hij ongeveer 10 gram cocaïne ter waarde van € 500,00.[_33a71024-3661-4711-9e95-d8cd2cd1fffa] De militaire kamer – is evenals de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat er onvoldoende onderzoek is verricht naar de vraag of de veroordeelde verder nog voordeel heeft ontvangen uit het bewezenverklaarde handelen.

Gelet op het voorgaande is de militaire kamer van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 500,00 en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

5 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6 De beslissing

De militaire kamer:

Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 10 dagen.

Aldus gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter) en mr. C.A.H. Pouwels, rechters, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2020.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.