Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Dordrecht, 25 september 2003

ECLI:NL:RBDOR:2003:AL3153Zaaknummer 118829 CV EXPL 03-1402

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
25 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
118829 CV EXPL 03-1402
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voeging en beperking te betalen proceskosten

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 694,35, vermeerderd met de overeengekomen rente over een bedrag van € 621,28 vanaf 24 januari 2003, één en ander een bedrag van € 5.000,-- niet te boven gaand;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, in dit geding aan de zijde van [eiseres] gevallen, welke kosten tot op deze uitspraak zijn bepaald op:

aan explootkosten € 68,20

aan kosten GBA/KvK € 6,81

aan griffierecht € 123,00

aan salaris gemachtigde € 180,00

totale kosten 378,01

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2003, in aanwezigheid van de griffier.

Volledige tekst

RECHTBANK DORDRECHT

cb

Gedaagde procedeert kosteloos

Kenmerk: 118829 CV EXPL 03-1402

118848 CV EXPL 03-1407

118899 CV EXPL 03-1444

118968 CV EXPL 03-1483

119136 CV EXPL 03-1561

119194 CV EXPL 03-1613

119384 CV EXPL 03-1683

Vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 25 september 2003 in de zaak van:

[eiseres],

tegen:

[gedaagde],

Verloop van de procedure

De kantonrechter zal de zaken met bovengenoemde kenmerken gevoegd behandelen, nu de vorderingen tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk aanhangig zijn. Er wordt vonnis gewezen op de volgende processtukken:

1. de dagvaardingen van 12 maart 2003;

2. de conclusies van antwoord;

3. de conclusies van repliek;

4. de conclusies van dupliek;

5. de overgelegde produkties.

Partijen worden aangeduid met ''[eiseres]'' en ''[gedaagde]''.

Omschrijving van het geschil

De feiten

Als gesteld door de ene partij en niet of in onvoldoende mate weersproken door de andere partij wordt uitgegaan van het volgende.

[gedaagde] heeft een zevental overeenkomsten met [eiseres] gesloten op grond waarvan [eiseres] mobiele telefoondiensten en daarmee verband houdende diensten aan [gedaagde] heeft geleverd. Op deze overeenkomsten zijn de door [eiseres] gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing.

De vordering

[eiseres] vordert, dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om aan haar te betalen een totaalbedrag van € 932,56, te weten een bedrag van:

- € 621,28 aan geleverde diensten

- € 238,21 aan buitengerechtelijke kosten

- € 73,07 aan contractuele rente berekend tot 24 januari 2003,

één en ander een bedrag van € 5.000,-- niet te boven gaand en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

[eiseres] stelt daartoe, samengevat, het volgende:

[gedaagde] heeft een aantal op de overeenkomsten betrekking hebbende facturen, ondanks aanmaning, geheel dan wel gedeeltelijk onbetaald gelaten.

Het verweer

De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Hij voert als verweer aan, dat

hij de overeenkomsten onder valse voorwendselen is aangegaan, althans dat hij heeft gedwaald ten aanzien van het afsluiten van deze contracten, omdat hij deze onder druk van derden en door middel van beloften en giften heeft afgesloten. De mobiele telefoons die hij ten tijde van het afsluiten van de contracten heeft ontvangen heeft hij direct aan die derden afgegeven. Zelf heeft hij op geen enkel moment van deze telefoons gebruik gemaakt. [gedaagde] betwist bij gebrek aan wetenschap de hoogte van de vorderingen en wijst erop, dat voor de overeenkomsten met klantnummers 1.11693950, 1.11694535, 1.11693369 en 1.11695219 een machtiging tot automatische incasso is afgegeven en dat de bedragen die voor deze overeenkomsten verschuldigd zouden zijn waarschijnlijk al middels automatische incasso zijn geïncasseerd.

Beoordeling van het geschil

Vaststaat, dat [gedaagde] de overeenkomsten is aangegaan. Dat hij dit onder valse voorwendselen zou hebben gedaan kan niet aan [eiseres] worden tegengeworpen. De contracten zijn, blijkens de door [eiseres] overgelegde kopieën, op eigen naam en voor eigen rekening aangegaan, zodat [gedaagde] verantwoordelijk is voor de juiste nakoming daarvan. De opmerking van [gedaagde] dat er waarschijnlijk al een aantal bedragen middels automatische incasso zijn geïncasseerd wordt terzijde gelegd. Het had immers op de weg van [gedaagde] gelegen dit middels het overleggen van giro-afschrijvingen aan te tonen. Nu hij dit niet heeft gedaan wordt er van uitgegaan, dat de door [eiseres] gevorderde hoofdsom juist is, zodat deze zal worden toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is, dat de werkzaamheden waarvoor vergoeding wordt gevorderd zijn aan te merken als ''verrichtingen anders dan die ter voorbereiding van de stukken en ter instructie van de zaak'' en dat die werkzaamheden meer hebben omvat dan het sturen van een standaardaanmaning.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt het volgende overwogen:

De wijze waarop de deurwaarder de onderhavige procedures aanhangig heeft gemaakt wordt in strijd geacht met de beroeps- en gedragsregels welke door de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders zijn vastgesteld. Artikel 10 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders bepaalt:

''de gerechtsdeurwaarder handelt nauwgezet en zorgvuldig in financiële aangelegenheden. Hij maakt geen onnodige kosten''.

De toegepaste wijze van dagvaarden brengt voor [gedaagde] aanzienlijke kosten met zich mee. De Deurwaarder had [eiseres], voorzover deze hier al invloed op heeft, op de hoogte moeten brengen van de mogelijkheid alle vorderingen in één dagvaarding aanhangig te maken. Gevolg van deze handelwijze zou zijn geweest, dat slechts éénmaal exploitkosten, zou mogen worden opgevoerd en éénmalig het griffierecht behorend bij het totaal te vorderen bedrag betaald had moeten worden. Ook voor het toe te kennen salaris aan de gemachtigde heeft één en ander aanzienlijke gevolgen. Een groot deel van de kosten is naar het oordeel van de kantonrechter nodeloos veroorzaakt en zal voor rekening van [eiseres] worden gelaten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 694,35, vermeerderd met de overeengekomen rente over een bedrag van € 621,28 vanaf 24 januari 2003, één en ander een bedrag van € 5.000,-- niet te boven gaand;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, in dit geding aan de zijde van [eiseres] gevallen, welke kosten tot op deze uitspraak zijn bepaald op:

aan explootkosten € 68,20

aan kosten GBA/KvK € 6,81

aan griffierecht € 123,00

aan salaris gemachtigde € 180,00

totale kosten 378,01

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2003, in aanwezigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.