Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 24 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:9860Zaaknummer NL23.23152

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
NL23.23152
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

niet ontvankelijk

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. van der Bijl, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.23152

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. W. Volkers),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekster.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

1.2.

De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 14 juli 2023 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De minister heeft op 6 maart 2026 een besluit op bezwaar genomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het besluit op het bezwaar tegen dat besluit. Tegen dat laatste besluit loopt geen beroepsprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. van der Bijl, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.