Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 19 februari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:6107Zaaknummer C/09/696088 / FA RK 25-9443

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
C/09/696088 / FA RK 25-9443
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beëindiging gezag zonder zitting

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezag
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. BeslissingDe rechtbank:

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-9443

Zaaknummer: C/09/696088

Datum beschikking: 19 februari 2026

Gezag

Beschikking op het op 14 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.H.O. de Haas in Valkenburg.

en:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.H.O. de Haas in Valkenburg.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het bericht met bijlage van 19 december 2025 van de vader en de moeder.

Omdat de ouders gezamenlijk het verzoek hebben ingediend, heeft de rechtbank aanleiding gezien de zaak op de stukken en zonder mondelinge behandeling, af te doen.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2021 tot [datum 2] 2022.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1].

  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de ouders verzoeken om de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten.

Beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Inhoudelijke beoordeling

De ouders verzoeken om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten, omdat dit noodzakelijk is in het belang van [minderjarige]. De ouders geven aan dat de vader een gokverslaving heeft. Hierbij hebben incidenten plaatsgevonden met fraude en aangiftes waarbij de vader ook [minderjarige] betrokken heeft. Bij de echtscheiding in 2022 is het gezag niet gewijzigd omdat de vader onder behandeling was voor zijn gokverslaving. De vader is na de behandeling, tegen de afspraken in, gestopt met de nazorg. De moeder maakt zich zorgen dat de vader na haar overlijden als gezaghebbende ouder aanspraak zal maken op de erfenis van [minderjarige]. De ouders hebben deze zorgen van de moeder besproken, en zijn het erover eens dat het bewind over het vermogen van [minderjarige] niet aan de vader kan worden toevertrouwd in verband met zijn gokverslaving. De ouders hebben om deze reden het ouderschapsplan aangepast, en verzoeken nu gezamenlijk om de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige].

De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. Onder de bovengenoemde omstandigheden acht de rechtbank het echter in het belang van [minderjarige] dat de moeder alleen met het gezag wordt belast. De rechtbank zal het verzoek van de ouders daarom toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1995 in [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats 1];

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.