Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:4252Zaaknummer AWB 23/2550

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
AWB 23/2550
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

plakvovo, uitspraak gedaan op het beroep, afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 maart 2026 door mr. W.H. Bel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 23/2550

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie,[_17513974-abe5-4623-9ab3-1115ed1bfe48] verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2022 heeft verweerder eisers aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen.

Verzoeker heeft hiertegen op 16 november 2022 bezwaar ingediend. Bij besluit van 7 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid,

van de Awb.[_a89554a7-aa80-49cc-8044-868f0f0bd685]

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/2549, heeft de rechtbank

uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De

voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 maart 2026 door mr. W.H. Bel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.