Uitspraak · Insolventierecht

Rechtbank Den Haag, 26 februari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:3811Zaaknummer C/09/700151 / KG RK 26-323

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
C/09/700151 / KG RK 26-323
Rechtsgebied
Civiel recht, Insolventierecht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking. Verzoeker wordt in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak al is geëindigd.

4 De beslissing

De wrakingskamer:

4.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

4.2.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, Rv wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het wrakingsverzoek
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2026/15

zaak- /rekestnummer: C/09/700151 / KG RK 26-323

Beslissing van 26 februari 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. A.C.M. Höppener,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Het schriftelijke wrakingsverzoek is gedaan op 11 februari 2026.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in haar hoedanigheid van rechter-commissaris in het faillissement van [bedrijf] B.V. met insolventienummer F/09/15/346 (hierna: de hoofdzaak).

3 De beoordeling

3.1.

Het faillissement van [bedrijf] B.V. is op 12 juni 2024 opgeheven wegens gebrek aan baten. Het wrakingsverzoek is gedaan op 11 februari 2026.

3.2.

Het verzoek is gedaan nadat het faillissement is opgeheven. Met deze opheffing zijn de hoofdzaak en de betrokkenheid van de rechter geëindigd, zoals de rechter in een e-mail d.d. 10 februari 2026 aan verzoeker heeft bericht. Uit artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt echter dat een wrakingsverzoek moet worden ingediend tijdens de behandeling van de hoofdzaak en dus voordat de hoofdzaak is geëindigd.

3.3.

Omdat de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat de hoofdzaak is geëindigd, kan verzoeker om die reden niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4 De beslissing

De wrakingskamer:

4.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

4.2.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, Rv wordt toegezonden aan:

• de verzoeker;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.