Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 21 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30984Zaaknummer C/09/687229 / FA RK 25-4657
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/687229 / FA RK 25-4657
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Scheiding met nevenvoorzieningen
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op [datum] 2021 te [plaats];
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2025 te [geboorteplaats 2];
de hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
*
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, welke verdeling geldt vanaf het moment dat partijen niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven, dat de kinderen bij de man zijn:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2]
- elke dinsdag van 16:00 uur tot 20:00 uur, elke vrijdag van 13:00 uur tot 17:00 uur en elke zondag van 13:00 uur tot 19:00 uur, waarbij de man [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw ophaalt en weer bij de vrouw zal terugbrengen;
[minderjarige 3]
- op nader tussen partijen te bepalen tijdstippen, in aanwezigheid van de vrouw gezien de leeftijd van [minderjarige 3];
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw], (de vrouw)
wonende te [adres],
en
[de man], (de man)
wonende te [adres],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw een kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen en met ingang van het moment waarop partijen niet meer in dezelfde woning verblijven dan wel de datum echtscheiding, afhankelijk van welk moment eerder komt;
*
bepaalt met betrekking tot de echtelijke woning, gelegen aan [adres] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening:
1. de woning wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen zijn het eens over De Makelaars ([plaats]) als onafhankelijke makelaar-taxateur. Partijen verstrekken zo spoedig mogelijk na de zitting een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de woning mag overnemen;
b) de man dient binnen vier maanden na de taxatie aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht;
d) de kosten van de makelaar taxateur en de notariële overdracht worden door de man als kosten koper, voldaan;
e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) indien de man de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1b) genoemde termijn is verstreken of nadat de man kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen, aan de onder 1a) genoemde makelaar een gezamenlijke opdracht te verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-4657 (scheiding) en FA RK 26-4499 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/687229 (scheiding) en C/09/704635 (verdeling)
Datum beschikking: 21 september 2026 (bij vervroeging)
Scheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 23 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 2 juli 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het F9-formulier van 16 april 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 31 augustus 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlage.
Op 8 september 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2021 te [plaats].
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 1],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2025 te [geboorteplaats 2].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen.
Verzoek en verweer
Het verzoek – na aanvulling/wijziging – strekt tot echtscheiding, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, met ingang van de datum waarop de ouders niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven, in die zin dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] elke dinsdag van 16:00 uur tot 20:00 uur, elke vrijdag van 13:00 uur tot 17:00 uur en elke zondag van 13:00 uur tot 19:00 uur bij de man verblijven, waarbij de man hen bij de vrouw zal ophalen en weer bij de vrouw zal terugbrengen, en dat [minderjarige 3] op nader tussen de ouders te bepalen tijdstippen bij de man zal zijn in aanwezigheid van de vrouw gezien de leeftijd van [minderjarige 3];
- vaststelling van kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind, bij vooruitbetaling te voldoen;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap conform het voorstel van de vrouw;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft op de zitting verweer gevoerd.
Beoordeling
Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend zoals volgens artikel 815 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is vereist. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat het op dit moment voor partijen niet mogelijk is om een ouderschapsplan op te stellen. De rechtbank zal daarom voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815, tweede lid, Rv en de vrouw ontvankelijk verklaren in haar verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft op de zitting aangegeven – zo begrijpt de rechtbank – dat hij niet wil scheiden. De vrouw heeft op de zitting nogmaals bevestigd dat zij van de man wil scheiden.
Hoewel de man zich tegen de echtscheiding verzet, is het de rechtbank duidelijk geworden dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. Gelet daarop zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond toewijzen.
Hoofdverblijfplaats
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan onder meer een beslissing bevatten ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar vast te stellen.
De man heeft op de zitting aangegeven dat de vrouw voornamelijk thuis is bij de kinderen en dat hij een opleiding volgt. Voor die opleiding moet hij binnenkort stage lopen en daarna wil hij full time gaan werken.
De rechtbank sluit aan bij de feitelijke situatie waarbij de vrouw het grootste gedeelte van de zorg voor de kinderen op zich neemt. Gelet daarop zal de rechtbank de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw vaststellen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan onder meer een beslissing bevatten ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting heeft de rechtbank met partijen gesproken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Op dit moment woont het gezin nog met elkaar in één woning. Het is nog onduidelijk op welke termijn deze situatie zal gaan veranderen. De man heeft aangegeven dat hij graag een belangrijke rol wil spelen in het leven van de kinderen. Hij overziet echter nog niet hoe die rol, en daarmee de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, moet worden vormgegeven. De vrouw heeft hier wel een idee bij en heeft daartoe een verzoek gedaan.
De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw heeft een concrete zorgregeling voorgesteld. De woon- en werksituatie van partijen is nog onzeker en zal naar alle waarschijnlijkheid de komende periode veranderen. Of de door de vrouw voorgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uiteindelijk praktisch haalbaar is voor beide partijen, is dan ook onzeker. Gelet op alle onzekerheden zal de rechtbank het verzoek van de vrouw toch toewijzen. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat partijen in onderling overleg, al dan niet tijdens het traject Ouderschapsbemiddeling, meer passende afspraken zullen maken als de woon- en/of werksituatie van partijen daartoe aanleiding geeft.
Ouderschapsbemiddeling
Beide partijen hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling. Het doel hiervan is om de onderlinge communicatie te verbeteren, en waar nodig passende afspraken te maken omtrent de kinderen. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank overweegt daarbij dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie geen eindrapportage behoeft in te dienen bij de rechtbank en ook geen eindrapportage aan de Raad behoeft toe te zenden, maar alleen aan de ouders dient te rapporteren. De rechtbank zal de zaak namelijk niet aanhouden, maar zal op alle verzoeken van de vrouw een eindbeslissing geven.
Kinderalimentatie
De vrouw verzoekt om een kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind te bepalen, te betalen door de man aan de vrouw. De man heeft op de zitting met het verzoek van de vrouw ingestemd.
Gelet op de overeenstemming tussen partijen zal de rechtbank bepalen dat de man aan de vrouw een kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind zal betalen. Als ingangsdatum zal de rechtbank bepalen het moment waarop partijen niet meer samen wonen dan wel de datum echtscheiding, afhankelijk van welk moment eerder komt.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Beperkte gemeenschap van goederen
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Zij zijn op of na 1 januari 2018 met elkaar gehuwd, zodat gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moet worden aangenomen dat tussen hen een wettelijke beperkte gemeenschap van goederen bestond.
De rechtbank overweegt dat nu de echtgenoten gehuwd zijn in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van artikel 1:94, lid 2 en lid 7 BW bestaat uit de goederen en schulden die voor het huwelijk reeds gemeenschappelijk waren en uit de goederen die tijdens het huwelijk (en voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) zijn verkregen dan wel schulden die tijdens het huwelijk (en voorafgaand aan de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) zijn aangegaan, voor zover deze niet betrekking hebben op goederen die buiten de wettelijke beperkte gemeenschap vallen.
Bij de verdeling van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen moet als uitgangspunt worden genomen dat de echtgenoten in gelijke mate delen in de baten van de gemeenschap, terwijl ieder de lasten van de gemeenschap voor de helft moet dragen.
Peildatum
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 23 juni 2025, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Omvang
Door de vrouw is de echtelijke woning als bestanddeel van de gemeenschap naar voren gebracht.
Partijen hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de wijze van verdeling van de echtelijke woning. De rechtbank zal deze afspraken vastleggen in het dictum van de beschikking.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op [datum] 2021 te [plaats];
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2025 te [geboorteplaats 2];
de hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
*
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, welke verdeling geldt vanaf het moment dat partijen niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven, dat de kinderen bij de man zijn:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2]
- elke dinsdag van 16:00 uur tot 20:00 uur, elke vrijdag van 13:00 uur tot 17:00 uur en elke zondag van 13:00 uur tot 19:00 uur, waarbij de man [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw ophaalt en weer bij de vrouw zal terugbrengen;
[minderjarige 3]
- op nader tussen partijen te bepalen tijdstippen, in aanwezigheid van de vrouw gezien de leeftijd van [minderjarige 3];
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vrouw], (de vrouw)
wonende te [adres],
en
[de man], (de man)
wonende te [adres],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw een kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen en met ingang van het moment waarop partijen niet meer in dezelfde woning verblijven dan wel de datum echtscheiding, afhankelijk van welk moment eerder komt;
*
bepaalt met betrekking tot de echtelijke woning, gelegen aan [adres] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening:
1. de woning wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen zijn het eens over De Makelaars ([plaats]) als onafhankelijke makelaar-taxateur. Partijen verstrekken zo spoedig mogelijk na de zitting een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de woning mag overnemen;
b) de man dient binnen vier maanden na de taxatie aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht;
d) de kosten van de makelaar taxateur en de notariële overdracht worden door de man als kosten koper, voldaan;
e) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) indien de man de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1b) genoemde termijn is verstreken of nadat de man kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen, aan de onder 1a) genoemde makelaar een gezamenlijke opdracht te verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 21 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.