Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Den Haag, 4 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30809Zaaknummer C/09/671068 / HA RK 24-472
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 september 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/671068 / HA RK 24-472
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek verkoop in beslag genomen aandelen afgewezen. Het beslag op de aandelen is opheven. Daarbij heeft de advocaat van verzoekster zich onttrokken en heeft zij geen nieuwe advocaat gesteld.
De rechtbank
wijst het verzoek van [verzoekster] af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026. |
3384
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/671068 / HA RK 24-472
Beschikking van 4 september 2026
in de zaak van
[verzoekster], te [woonplaats 1],
verzoekster,
advocaat onttrokken, eerder bijgestaan door advocaat mr. S.N. Peijnenburg,
tegen
1 [belanghebbende 1], te [woonplaats 2],
2. [belanghebbende 2] B.V. te [plaats],
belanghebbenden,
advocaat mr. M.E.R. van Herpen.
Partijen worden hierna respectievelijk “ [verzoekster] ”, “ [belanghebbende 1] ” en “ [belanghebbende 2] ” genoemd.
1 De procedure
De procedure is – verkort weergegeven – als volgt verlopen. Op 14 augustus 2024 heeft mr. S.N. Peijnenburg namens [verzoekster] een verzoekschrift tot verkoop inbeslaggenomen aandelen op grond van artikel 474g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingediend. Bij e-mail van 19 september 2024 heeft mr. Peijnenburg de rechtbank bericht dat het beslag op de aandelen waar het onderhavige verzoek op ziet bij vonnis van 16 september 2024 is opgeheven en heeft zij verzocht de procedure te hervatten wanneer het beslag zou herleven door vernietiging van dat vonnis. Vervolgens is de procedure aangehouden in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep.
Op 6 juni 2025 heeft mr. S.N. Peijnenburg aan de rechtbank bericht zich te onttrekken als advocaat van [verzoekster]. [verzoekster] heeft de rechtbank verzocht de procedure aan te houden in afwachting van het hoger beroep. Zou het beslag op de aandelen herleven, dan zou zij een advocaat stellen die voor haar de procedure kon hervatten.
Op 30 maart 2026 is namens [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bericht dat het gerechtshof het vonnis van 16 september 2024 waarbij het beslag op de aandelen is opgeheven heeft bekrachtigd. Zij verzoeken daarom het verzoek van [verzoekster] buiten behandeling te laten, dan wel mevrouw [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren.
[verzoekster] heeft de rechtbank verzocht de procedure aan te houden in afwachting van de uitkomst in cassatie. Daarop is [verzoekster] in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 3 juli 2026 schriftelijk bewijs van het instellen van cassatie over te leggen. Binnen deze termijn is niets van [verzoekster] vernomen, waarna de rechtbank haar nogmaals in de gelegenheid heeft gesteld om uiterlijk op 23 juli 2026 schriftelijk bewijs aan te leveren waaruit blijkt dat zij cassatie heeft ingesteld. In haar e-mail van 27 augustus 2026 heeft [verzoekster] nogmaals – maar weer zonder tussenkomst van een advocaat – om aanhouding verzocht.
Bepaald is dat vandaag een beschikking wordt gegeven.
2 De beoordeling
Sinds mr. Peijnenburg zich heeft onttrokken als advocaat van [verzoekster] heeft zich voor [verzoekster], ondanks dat daartoe meermaals gelegenheid is geboden, geen nieuwe advocaat gesteld. In deze procedure waarin op grond van artikel 278 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is, wordt [verzoekster] dus niet langer vertegenwoordigd door een advocaat. Het verzoek deze procedure aan te houden in afwachting van de uitkomst in cassatie is dan ook niet namens [verzoekster] door een advocaat maar door [verzoekster] zelf gedaan.
Nu het opheffingsvonnis in hoger beroep is bekrachtigd is er geen reden meer deze zaak aan te houden en zal het verzoek worden afgewezen. Daar komt nog bij dat onduidelijk is gebleven of er cassatieberoep is ingesteld.
3 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek van [verzoekster] af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026. |
3384
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.