Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 18 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30693Zaaknummer C/09/687995 / FA RK 25-5077
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/687995 / FA RK 25-5077
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek vaststellen geboortegegevens.
De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-8870, FA RK 25-5077
Zaaknummer: C/09/657881, C/09/687995
Datum beschikking: 18 september 2026
Vaststellen geboortegegevens
Beschikking
op het op 1 december 2023 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Rezaie te Amstelveen.
en het op 1 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker],
verzoeker, hierna ook: [verzoeker],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Rezaie te Amstelveen.
Als belanghebbenden in eerstgenoemde procedure worden aangemerkt de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
de minderjarige, hierna ook: [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1], [geboorteland],
de minderjarige, hierna ook: [minderjarige 2].
Als belanghebbende in beide procedures wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna te noemen: de ambtenaar.
Procedure
In de zaak met zaaknummer C/09/657881
Bij beschikking van 4 november 2025 van deze rechtbank:
- is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek ten aanzien van [verzoeker];
- zijn de geboortegegevens van verzoekster vastgesteld;
- zijn de verzoeken ten aanzien van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verwezen naar de zaak met zaaknummer C/09/687995, zodat de zaken van de kinderen gevoegd verder kunnen worden behandeld.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken.
In de zaak met zaaknummer C/09/687995
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van de ambtenaar van 25 september 2025;
- het F9-bericht van verzoeker van 1 december 2025, met bijlage.
- de brief van de ambtenaar van 23 december 2025;
- het bericht van de advocaat van verzoekers van 20 augustus 2026.
In het bericht van 20 augustus 2026, door de rechtbank ontvangen om 09.00 uur, heeft de advocaat van verzoekers aan de rechtbank laten weten dat hij vanwege ziekte niet in staat was om de om 12.00 uur geplande zitting bij te wonen of namens hem een waarnemend advocaat naar de zitting te laten komen. Verzoekers zijn daarbij door hem eveneens afgezegd. Door de rechtbank is vervolgens geprobeerd telefonisch contact op te nemen met de advocaat. Omdat de advocaat telefonisch niet bereikbaar was, is per e-mail aan hem een bericht gestuurd. In de e-mail is vermeld dat de rechtbank zijn verzoek om de zitting te verplaatsen afwijst, omdat onvoldoende is gebleken van dringende omstandigheden en dat de op 20 augustus 2026 om 12.00 uur geplande mondelinge behandeling onverkort doorgang zou vinden.
Op de zitting is niemand verschenen.
Verzoek en verweer
In de zaak met zaaknummer C/09/657881
De (resterende) verzoeken van verzoekster strekken er – na wijziging en aanvulling – toe:
- de ambtenaar te gelasten dat het register van de burgerlijke stand ten aanzien van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1], [geboorteland], en de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats 1], [geboorteland], wordt verbeterd c.q. aangevuld doordat daarin de gegevens van verzoekster als zijnde de moeder van de kinderen worden geregistreerd;
- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag te gelasten dat het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag ten aanzien van verzoekster wordt aangevuld doordat daarin de gegevens van de twee hiervoor genoemde kinderen als zijnde de kinderen van de moeder worden geregistreerd,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De ambtenaar heeft schriftelijk verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig -zal worden besproken.
In de zaak met zaaknummer C/09/687995
Het verzoek van [verzoeker] strekt ertoe de ambtenaar te gelasten het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag ten aanzien van verzoekster aan te vullen of te verbeteren in die zin dat daarin de gegevens van verzoeker, zijnde de zoon van verzoekster, worden geregistreerd.
De ambtenaar heeft schriftelijk verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig -zal worden besproken.
Feiten
- Verzoekster is van [datum 1] 2005 tot [datum 2] 2023 getrouwd geweest met [naam].
- Bij de echtscheidingsbeschikking van 9 augustus 2023 is bepaald dat het gezag over voornoemde kinderen alleen toekomt aan verzoekster.
- Verzoekster is bij Koninklijk Besluit van 26 augustus 2024, nummer KB [nummer] genaturaliseerd tot Nederlander, met bepaling dat de geslachtsnaam wordt vastgesteld als “[geslachtsnaam]” en de voornaam als “[voornaam]”.
- De kinderen hebben de Afghaanse nationaliteit.
- De kinderen verblijven op grond van artikel 8, onder a van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland.
- Verzoekster is in de Basisregistratie personen ingeschreven als [verzoekster], geboren op [geboortedatum 2] 1990 te [geboorteplaats 2], [geboorteland],
- Van de kinderen is geen geboorteakte geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoekster en [verzoeker] in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De verzoeken zien – naar de rechtbank bij beschikking van 4 november 2025 vooralsnog heeft aangenomen, zie daarvoor hieronder – op het vaststellen van de noodzakelijke gegevens voor het opmaken van de geboorteakte van [verzoeker], [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en tot opname daarvan in de Nederlandse registers. De rechtbank acht Nederlands recht als haar interne recht van toepassing op het verzoek.
Verzoeken
De rechtbank zal beide verzoeken, gelet op de onderlinge samenhang, gelijktijdig beoordelen.
In de beschikking van 4 november 2025 in de zaak met zaaknummer C/09/657887 ten aanzien van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2], is opgenomen dat de rechtbank er van uitgaat dat het verzoek in die procedure ziet op het vaststellen van geboortegegevens van de kinderen, zoals opgenomen in artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aan (de advocaat van) verzoekster is daarbij ‘nogmaals – voor de laatste keer –’ de gelegenheid geboden om het petitum zodanig te wijzigen, dat geen twijfel meer kan bestaan over waar het verzoek toe strekt. Dit is nagelaten.
Namens de jong-meerderjarige zoon van verzoekster, [verzoeker], is vervolgens een apart verzoekschrift ingediend, bekend onder het zaaknummer C/09/687995. In dit verzoekschrift is een gelijkluidend petitum opgenomen als in de reeds aanhangige procedure, zodat het ook in deze zaak onduidelijk is waar het verzoek op ziet.
Nu de vereiste duidelijkheid niet is verschaft, zal de rechtbank – de gang van zaken betreurende – de rechtsgronden aanvullen en er op basis van de inhoud van de verzoekschriften van uitgaan dat voor zowel [minderjarige 1] en [minderjarige 2] als voor [verzoeker] wordt verzocht om vaststelling van hun geboortegegevens ex artikel 1:25c BW.
Vaststellen geboortegegevens
Op grond van artikel 1:25c, lid 1, BW, kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:
- die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;
- die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000; of
- op grond van Boek 1 van het BW een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.
Zoals ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de beschikking van 4 november 2025 al is benoemd, voldoen de kinderen van verzoekster op dit moment niet aan de vereisten van artikel 1:25c BW. Dit geldt ook voor [verzoeker]. Uit de stukken volgt dat de a) kinderen niet over het Nederlanderschap beschikken, b) zij een verblijfsvergunning hebben op grond van artikel 8 sub a van de Vreemdelingenwet 2000 (in plaats van sub c of d) en tot slot c) ook niet is verzocht om op grond van Boek 1 van het BW een latere vermelding aan de akte van geboorte toe te voegen.
De rechtbank heeft oog voor de patstelling waarin de kinderen zich bevinden, nu hun geboortegegevens niet kunnen worden vastgesteld omdat zij het Nederlanderschap niet bezitten, en zij het Nederlanderschap (via de moeder) niet kunnen verkrijgen, omdat hun geboortegegevens niet kunnen worden vastgesteld. De rechtbank kan voor deze impasse in deze procedure echter geen oplossing bieden. Zoals ook door de ambtenaar is benoemd, gaat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten om de groep van personen als bedoeld in artikel 1:25c BW uit te breiden naar vreemdelingen met een andere dan de in artikel 1:25c BW genoemde categorieën van personen, terwijl de wetgever die mogelijkheid niet heeft geboden. De rechtbank verwijst daarbij naar de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 mei 2023 (ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2315).
De verzoeken zullen daarom worden afgewezen.
Gegevens in de BRP
De rechtbank overweegt tenslotte – ten overvloede – het volgende. In het dossier bevinden zich recente uittreksels van de basisregistratie personen (BRP). In deze uittreksels (daterend van augustus 2026) is verzoekster als moeder van [verzoeker], [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opgenomen. In eerdere uittreksels was dit niet het geval. Hoewel het de rechtbank niet bekend is hoe deze gegevens nu toch in de BRP zijn opgenomen, wijst zij (de advocaat van) verzoekers ter informatie hierop. Mogelijk biedt dit een uitweg uit de impasse. Immers, in het geval geregistreerd is dat verzoekster de moeder is van alle drie, zijn er misschien mogelijkheden voor de kinderen om alsnog het Nederlanderschap te verkrijgen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.