Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30689Zaaknummer C/09/708184 / JE RK 26-1142

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/708184 / JE RK 26-1142
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling

Beslissing

De kinderrechter:

*

verlengt de ondertoezichtstelling van:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats], en
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats],

van 4 september 2026 tot 4 maart 2027 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;

*

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van der Zwan als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 september 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Beschikking van de kinderrechter
  2. Verlenging ondertoezichtstelling
  3. Het procesverloop
  4. Feiten
  5. Verzoek en verweer
  6. Beoordeling
  7. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/708184 / JE RK 26-1142

Datum uitspraak: 4 september 2026

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 1 juli 2026 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden

(hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),

betreffende:

- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats],

hierna te noemen: [de minderjarige 1];

- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats],

hierna te noemen: [de minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

Op 4 september 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

- de vader;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

Feiten

- De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.

- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door de vader.

- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven feitelijk bij de moeder.

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd van 9 maart 2026 tot 9 september 2026.

Verzoek en verweer

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden verzoekt de rechtbank:

  • De ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] te verlengen voor de duur van zes maanden,
  • De te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. De kinderrechter zal uitleggen hoe hij tot deze beslissing is gekomen.

Volgens de gecertificeerde instelling zijn de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig en daarom is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De ondertoezichtstelling is opgelegd vanwege een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] door aanhoudende spanningen tussen de ouders en het risico op escalaties waar de kinderen getuige van zouden zijn. In de afgelopen periode is volgens de gecertificeerde instelling wel een duidelijke verbetering zichtbaar. Door aangepaste overdrachtsafspraken en het vermijden van direct contact tussen de ouders zijn er sinds maart 2026 geen escalaties meer geweest en verloopt de communicatie tussen ouders via mail rustiger en gestructureerder. De onderliggende patronen tussen de ouders zijn nog wel onvoldoende duurzaam doorbroken. De ouders hebben soms nog ondersteuning nodig om vastlopen of escalatie te voorkomen.

Tijdens de zitting is namens de gecertificeerde instelling ook aangegeven dat de ouders de afgelopen periode positieve ontwikkelingen hebben doorgemaakt. Omdat er nog geen vaste jeugdbeschermer was aangesteld en de gecertificeerde instelling dus nog weinig betrokken is geweest, hebben de ouders dit grotendeels zelf gedaan. De gecertificeerde instelling acht een overdracht naar het vrijwillige kader op dit moment nog iets te vroeg, omdat de benodigde hulpverlening voor de ouders (Parallel Solo Ouderschap) en voor [de minderjarige 1] nog niet is opgestart. Indien de ondertoezichtstelling verlengd wordt, zal er een vaste jeugdbeschermer aangesteld worden. De ouders zijn al bekend met deze jeugdbeschermer.

De moeder heeft aangegeven dat zij de toegevoegde waarde van een verlenging van de ondertoezichtstelling niet ziet. De afgelopen periode heeft zij weinig contact gehad met de gecertificeerde instelling. Volgens de moeder zijn de ouders zelf in staat om samen de problemen op te lossen. Dit is tot nu toe ook gelukt. Daarnaast zal zij ook meewerken aan de nodige hulpverleningstrajecten.

De vader heeft aangegeven dat hij voorstander is van een verlenging van de ondertoezichtstelling, zodat er meer toezicht is. Er is geen stabiel contact tussen de ouders over de kinderen en het lukt de ouders niet om er zelf uit te komen. De vader vindt het wel zorgelijk dat er tot nu toe nog niets van de grond is gekomen in het kader van de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter is van oordeel dat er nog steeds zorgen zijn over de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en acht de ouders op dit moment niet in staat om binnen afzienbare tijd deze ontwikkelingsbedreiging zelf weg te nemen. De ontwikkelingsbedreiging ziet met name op de escalaties tussen de ouders, waar de kinderen in het verleden meerdere malen getuige van zijn geweest. Deze escalaties ontstonden tijdens de wisselmomenten waarop de ouders de kinderen moesten overdragen aan de andere ouder. Hoewel het positief is dat de ouders aangeven dat de overdrachtsmomenten rustiger verlopen, is de kinderrechter van oordeel dat de situatie tussen de ouders nog niet duurzaam verbeterd is. Gelet op de jonge leeftijd van de kinderen en de afhankelijkheid van hun ouders, acht de kinderrechter het in het belang van de kinderen dat de ouders zich hier voor blijven inzetten. Zolang de ouders niet werken aan het verbeteren van hun relatie, blijft de kans op nieuwe escalaties bestaan, die belastend zijn voor de kinderen. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de ontwikkelingsbedreiging nog niet is weggenomen.

Hoewel beide ouders bereid zijn om hulpverlening aan te gaan, is gebleken dat dit nog niet van de grond is gekomen. Hierdoor is de onderliggende problematiek tussen de ouders nog niet aangepakt en de verwachting is niet dat de ouders op dit moment zelf in het vrijwillige kader de zorgen kunnen wegnemen. De kinderrechter vindt het daarom belangrijk dat de komende periode een vaste jeugdbeschermer betrokken is die de hulpverlening kan opstarten en zicht kan houden op de situatie en de ontwikkeling van de kinderen.

De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van zes maanden. Door capaciteitsproblemen bij de gecertificeerde instelling is de benodigde hulpverlening tot nu toe nog niet helemaal goed van de grond gekomen. Zoals door de gecertificeerde instelling is toegezegd zal er een vaste jeugdbeschermer worden aangesteld, die met de ouders de komende zes maanden aan de slag zal gaan met het opstarten van de benodigde hulpverlening voor de ouders en voor [de minderjarige 1].

Beslissing

De kinderrechter:

*

verlengt de ondertoezichtstelling van:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats], en
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats],

van 4 september 2026 tot 4 maart 2027 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;

*

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van der Zwan als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 september 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.