Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 18 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30685Zaaknummer C/09/707629 / FA RK 26-6308
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/707629 / FA RK 26-6308
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om de minderjarigen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats],
voor alleen het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op de basisschool [school 2] in [plaats 1];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het verzoek van de moeder om te bepalen dat de overeengekomen zorgregeling, zoals opgenomen in het ouderschapsplan dat deel uit maakt van de beschikking van deze rechtbank van 25 september 2024, komt te vervallen;
wijst af het verzoek van de moeder betreffende het gezag;
houdt iedere verder beslissing over de vervangende toestemming voor de verhuizing, de vervangende toestemming voor inschrijving op de basisschool in [plaats 1] voor na het schooljaar 2026/2027, de zorgregeling, de vervangende toestemming voor aanmelding en behandeling bij praktijk Emoties Enzo dan wel een andere praktijk, het gelasten van een raadsonderzoek, de benoeming van een bijzondere curator en de proceskosten aan tot 1 januari 2027.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-6308
Zaaknummer: C/09/707629
Datum beschikking: 18 september 2026
Gezag, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming
Beschikking op het op 22 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E. Hoogenraad te [plaats 1].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken tevens houdende aanvullende verzoeken;
- het verweerschrift op de aanvullende verzoeken;
- het bericht van 23 juni 2026, met bijlage, van de moeder;
- het bericht van 22 juli 2026, met bijlage, van de moeder;
- het bericht van 2 augustus 2026, met bijlagen, van de moeder;
- het bericht van 17 augustus 2026, met bijlage, van de vader.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich schriftelijk en in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 26 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn waarnemend advocaat mr. M. Braat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest tot [datum] 2024.
- Zij zijn de ouders van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats].
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a Burgerlijk Wetboek (BW) een ouderschapsplan opgesteld, inhoudende dat de kinderen in de oneven weken van woensdag 09:00 uur tot en met vrijdag 09:00 uur en in de even weken van donderdag 09:00 uur tot maandag 09:00 uur bij de vader verblijven.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 27 augustus 2024 is – voor zover hier van belang – het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 1] en de kinderen in te schrijven bij [school 1] in [plaats 1] afgewezen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 25 september 2024 is – voor zover hier van belang – bepaald dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking.
- Bij kort geding vonnis van deze rechtbank van 5 juni 2025 is – voor zover hier van belang – door de voorzieningenrechter:
- de bij beschikking van deze rechtbank van 25 september 2024 vastgestelde zorgregeling zoals opgenomen in het aangehecht ouderschapsplan voor de duur van de onderzoeken van Veilig Thuis en de politie geschorst;
- de vader een verbod opgelegd om zich vanaf een half uur voor schooltijd tot een half uur na schooltijd binnen een straal van 100 meter van de school van de kinderen te begeven, voor de duur van de onderzoeken van Veilig Thuis en de politie.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 21 juli 2026 is – voor zover hier van belang – naar aanleiding van de kindbrief van [de minderjarige 1] bepaald dat de vastgestelde zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan niet meer geldt.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt – na aanvulling -
- dat aan haar vervangende toestemming wordt verleend om met de kinderen te verhuizen naar [plaats 1] en de kinderen in te schrijven bij de basisschool [school 2] in [plaats 1], althans een beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie geraden acht,
- dat de overeengekomen zorgregeling, zoals opgenomen in het ouderschapsplan die deel uit maakt van de beschikking van deze rechtbank van 25 september 2024, komt te vervallen;
- dat de vader omgang met de kinderen wordt ontzegd;
- het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en de moeder met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten;
- althans een zodanige beslissing als de rechtbank in goede justitie geraden acht,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vader zelfstandig – naar de rechtbank begrijpt – :
- primair:
- dat begeleide omgang zal plaatsvinden tussen de vader en de kinderen, waarbij de zaak wordt aangehouden en waarna wordt toegewerkt naar onbegeleid contact, waarbij de kinderen uiteindelijk in de ene week bij de vader zullen zijn van woensdag 09:00 uur tot vrijdag 09:00 uur en in de andere week van donderdag 09:00 uur tot maandag 09:00 uur;
- aan de vader vervangende toestemming te verlenen om de kinderen psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding te kunnen laten volgen bij praktijk Emoties Enzo, dan wel een andere praktijk welke door de Raad wordt geadviseerd. Mocht de behandelaar onverhoopt moeten vaststellen dat een andere vorm van behandeling/therapie bij een andere organisatie passender is en een gerichte doorverwijzing daartoe doen dan verzoekt de vader voor dat geval eveneens dat aan hem vervangende toestemming wordt verleend om behandeling in te zetten bij een behandelaar welke door Emoties Enzo wordt geadviseerd. En daarbij de moeder te verplichten om de kinderen naar de psycholoog en/of kindertherapeut te brengen zoals door de rechtbank is bepaald;
- subsidiair:een raadsonderzoek te gelasten, dan wel een bijzondere curator te benoemen en de zaak voor een periode van drie maanden aan te houden,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Vervangende toestemming verhuizing naar [plaats 1] en inschrijving op de basisschool [school 2] in [plaats 1]
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Standpunt van de moeder
Volgens de moeder is het noodzakelijk dat zij met de kinderen verhuist naar de woning van haar partner in [plaats 1]. De kinderen zijn namelijk bang om de vader tegen te komen in [plaats 2] en durven daarom niet daar te zijn. De reden hiervoor is dat de kinderen hebben aangegeven dat zij seksueel misbruikt zijn door de vader en door opa vaders zijde. De moeder heeft daar aangifte van gedaan. De kinderen zijn al geworteld in [plaats 1], aangezien ze daar sporten en een sociaal leven hebben. Volgens de moeder geven beide kinderen aan dat zij graag in [plaats 1] willen wonen en daar naar school willen gaan. Daarnaast heeft de huidige situatie volgens de moeder een enorme impact op haar financiën. Het kopen van het appartement in [plaats 2] wegens de afwijzing van haar eerdere verzoek om vervangende toestemming te krijgen voor een verhuizing naar [plaats 1], is hier onderdeel van. Immers heeft zij nu de lasten van de woning in [plaats 2], waar zij geen gebruik van maakt, nu de kinderen niet in het appartement in [plaats 2] willen wonen, omdat zij bang zijn dat zij de vader dan tegenkomen. De moeder heeft het wel geprobeerd, maar stuit op hevig verzet van de kinderen zodra zij bij het appartement aankomt. De moeder brengt en haalt de kinderen sindsdien op van school in [plaats 2] vanuit [plaats 1], hetgeen ook veel reiskosten met zich meebrengt. De moeder geeft aan dat indien er op een gegeven moment contactherstel plaatsvindt met de vader en hij hierdoor extra kosten moet maken vanwege het reizen naar de nieuwe basisschool, hij de kosten mag verrekenen met de alimentatie. Met betrekking tot de traumabehandeling voor de kinderen geeft de moeder aan dat deze niet zal vertragen door de verhuizing aangezien in de nieuwe regio de oorspronkelijke verwijsbrief en datum wordt aangehouden. Dit blijkt uit de e-mail van 13 juli 2026 van Forta Jeugd. De moeder heeft ter zitting laten weten, in het geval er geen vertrouwen is in de snelle oppak van de hulpverlening door Forta Jeugd, zij bereid is om samen met de kinderen in Den Haag ingeschreven te blijven staan gedurende de traumatherapie van de kinderen.
Standpunt van de vader
De vader betwist het vermeende misbruik. Hij wijst erop dat het Openbaar Ministerie naar aanleiding van de aangifte van de moeder onderzoek heeft gedaan en heeft geconcludeerd dat er bij de vader geen verdenking is van een strafbaar feit. De vader wil dat het contact tussen hem en de kinderen wordt hersteld, daarom kan hij zich niet vinden in het verzoek van de moeder met betrekking tot de verhuizing en de inschrijving van de kinderen op de basisschool in [plaats 1]. Volgens de vader worden de belangen van de kinderen en de vader te zwaar geschaad door de verhuizing. Hij geeft aan dat er geen noodzaak is om te verhuizen. De kinderen doen het goed op de school en de Buitenschoolse Opvang (BSO) in [plaats 2]. Indien de kinderen daadwerkelijk bang zouden zijn voor de vader, zou hiervoor hulpverlening moeten worden ingezet en is verhuizen geen oplossing. De vader hoopt dat er in de toekomst weer contact plaatsvindt tussen de kinderen en de vader. Het is te vroeg om de kinderen al te laten verhuizen naar [plaats 1]. De kinderen worden hierdoor enkel verder verwijderd van de vader en zullen een negatief beeld over de vader behouden, hetgeen schadelijk is voor de identiteitsontwikkeling van de kinderen. Bovendien stelt de vader dat verhuizing naar een andere gemeente niet in het belang van de kinderen is, omdat hierdoor vertraging in de hulpverlening kan ontstaan. [plaats 1] valt namelijk onder een ander hulpverleningsgebied dan Den Haag.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van de moeder met betrekking tot de verhuizing naar [plaats 1] nu niet kan worden toegewezen en wordt aangehouden. Nu hulpverlening in [plaats 2] betrokken is bij de kinderen en de ouders acht de rechtbank een beslissing op de verhuizing op dit moment niet aan de orde. De rechtbank wil voorkomen dat de hulpverlening die nu van start gaat, stagneert, te meer nu Forta Jeugd heeft aangegeven dat er ‘hopelijk’ geen vertraging ontstaat wanneer de organisatie van de hulpverlening aan een andere regio wordt overgedragen. Die formulering geeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen in een naadloze overgang in de behandeling, terwijl vertraging niet in het belang van de kinderen is.
Het verzoek van de moeder met betrekking tot het inschrijven van de kinderen op basisschool [school 2] in [plaats 1] wijst de rechtbank toe voor het schooljaar 2026/2027. De rechtbank vindt het bijzonder kwalijk dat de moeder feitelijk naar [plaats 1] is verhuisd, ondanks het aan haar opgelegde verbod daartoe in de beschikking van deze rechtbank van 27 augustus 2024. De rechtbank ziet zich hierdoor geconfronteerd met de feitelijke situatie dat de kinderen inmiddels al enige tijd in [plaats 1] verblijven. Hoewel dit handelen van de moeder niet bepaald de gewenste gang van zaken is, dient de rechtbank aan het belang van de kinderen denken. Zij reizen nu dagelijks van de woning in [plaats 1] naar school in [plaats 2] en terug, wat veel reistijd geeft en dientengevolge onrust veroorzaakt. De rechtbank zal zich aansluiten bij het standpunt van de Raad dat het in het belang van de kinderen is dat zij dagelijks minder reistijd naar school hebben en daardoor meer rust zullen ervaren, gelet op de (trauma)therapie die zij zullen gaan volgen. Ook indien de eerder geldende zorgregeling met de vader wordt hervat, zal de reistijd van de kinderen naar school afnemen ten opzichte van de huidige situatie, zodat ook de eventuele omgangsregeling geen belemmering is. Nu de beslissing over de verhuizing naar [plaats 1] wordt aangehouden, verleent de rechtbank de vervangende toestemming alleen voor het lopende schooljaar, derhalve 2026/2027. Voor het overige wordt het verzoek aangehouden, zodat de verzoeken betreffende de verhuizing en betreffende de inschrijving op de basisschool in het vervolg van deze procedure tezamen behandeld kunnen worden.
Zorgregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a BW kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Op grond van artikel 1:253a lid 2 sub a jo artikel 1:377a, eerste lid, BW heeft een kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in nauwe persoonlijke betrekkingen tot het kind staat. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechter op verzoek van degene die in nauwe persoonlijke betrekkingen staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzegt. Ingevolge artikel 1:377a, derde lid, BW ontzegt de rechter het recht op omgang slechts indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind,
b. of de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang,
c. of het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang zijn ouders of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken;
d. of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Standpunt van de vader
De vader acht het schadelijk dat er op dit moment geen contact is tussen de kinderen en hem en is bang voor vervreemding. Daarnaast is het in het belang van de kinderen en hun emotionele en sociale ontwikkeling om het contact met de vader te herstellen. De vader heeft het vermoeden dat de angst bij de kinderen is ontstaan door het toedoen van de moeder. De vader vindt het belangrijk dat de kinderen hulp krijgen voor deze angst, zodat er kan worden toegewerkt naar contactherstel. De vader benoemt dat ondanks dat er geen contact is met de kinderen hij wel tot op heden betrokken is bij hun leven. Zo vraagt hij regelmatig updates aan school en stuurt hij kaartjes voor [de minderjarige 1] naar de advocaat van de moeder op bepaalde belangrijke momenten.
De vader geeft aan dat het verzoek van het ontzeggen van de omgang niet in het belang van de kinderen is, vooral nu er hulpverlening is opgestart en dit dient te worden afgewacht. Veilig Thuis heeft volgens de vader ook vermeld dat begeleid contact moet worden opgestart tussen de kinderen en de vader, hetgeen nog niet is gebeurd. De vader stelt dat het verzoek over de zorgregeling dient te worden aangehouden. Volgens de vader zou ontzegging van contact op dit moment de kans vergroten dat de kinderen nooit meer contact met de vader zullen hebben.
Standpunt van de moeder
Volgens de moeder willen de kinderen absoluut geen contactherstel met de vader en is er een zeer grote weerstand. De moeder geeft aan dat de kinderen angst-, woede- en paniekaanvallen hebben wanneer het gaat om contact met de vader en het zijn in Den Haag. Deze angst wordt door derden bevestigd, waaronder de BSO. Kracht Den Haag heeft duidelijk aangegeven dat nog niet kan worden ingezet op contactherstel, aangezien eerst traumatherapie voor de kinderen moet worden gestart. Ook blijkt uit de beschikking van deze rechtbank van 21 juli 2026 dat het niet realistisch is om op korte termijn contactherstel van de kinderen te verwachten en dat het terugkeren naar de voorheen geldende zorgregeling geen mogelijkheid is. Als op termijn contactherstel kan plaatsvinden, dan moet dit stapsgewijs zijn zonder een vastgesteld einddoel. Het vastleggen van begeleide omgang en het toewerken naar onbegeleide omgang zal volgens de moeder schade toebrengen aan de kinderen.
De moeder wil dat de omgang tussen de vader en de kinderen wordt ontzegd. Volgens de moeder levert omgang een ernstig nadeel op voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de kinderen. De kinderen hebben namelijk een grote angst jegens de vader ontwikkeld en zij hebben trauma opgelopen door de omgang die voorheen plaatsvond. De moeder stelt dat de vader ongeschikt of niet in staat tot omgang is, omdat hij geen veiligheid aan de kinderen kan bieden tijdens de omgang en de kinderen niet vooropstelt. Dit blijkt ook uit het starten van deze procedure en de verklaring van deze rechtbank in de beschikking van 21 juli 2026 dat contactherstel op korte termijn niet realistisch is. De vader ziet niet in dat hij schade toebrengt aan de kinderen door dit verzoek, omdat hierdoor hun angsten in stand worden gehouden.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat Veilig Thuis, die door de moeder is ingeschakeld wegens het vermeende misbruik, heeft aangegeven dat er een vertrouwenspersoon voor de kinderen moet zijn. Volgens Veilig Thuis is de vervolgstap dat de kinderen individuele therapie volgen en dat daarna vanuit Kracht begeleide omgang tussen de vader en de kinderen kan worden ingezet. Beide ouders zijn het erover eens dat de kinderen eerst traumatherapie bij Impegno moeten volgen en dat vervolgens met Impegno dan wel Kracht moet worden bekeken of er ruimte bij de kinderen is voor contact met de vader. Gelet hierop acht de rechtbank het op dit moment te voorbarig om een zorgregeling vast te stellen dan wel het recht op omgang van de vader met de kinderen te ontzeggen. De rechtbank houdt de beslissing op het verzoek van de vader tot het vaststellen van omgang tussen hem en de kinderen en op het verzoek van de moeder tot het ontzeggen van het recht op omgang van de vader met de kinderen aan.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om de overeengekomen zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan dat deel uitmaakt van de beschikking van deze rechtbank van 25 september 2024 te laten vervallen, af. Hoewel op de zitting is besproken dat de beschikking van 21 juli 2026, waarin is opgenomen dat de zorgregeling niet meer geldt, erop kan duiden dat de zorgregeling is opgeschort, acht de rechtbank het aannemelijk dat de voornoemde beschikking aldus moet worden uitgelegd dat er op dit moment geen zorgregeling met de vader meer bestaat. De rechtbank is daarom van oordeel dat de moeder geen belang heeft bij dit verzoek.
Gezag
Wettelijk kader
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n BW kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd in het geval er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Standpunt van de moeder
De moeder geeft aan dat er een kennismakingsgesprek heeft plaatsgevonden met de kinderen bij Impegno. Volgens de moeder heeft Impegno gezegd dat de vader alles te horen krijgt wat de kinderen vertellen en dat de vader actief wordt betrokken bij de behandeling omdat hij ook gezag heeft. De kinderen zijn hier volgens de moeder erg van overstuur geraakt. De moeder vreest dat de kinderen zich hierdoor niet volledig open durven te stellen tijdens de traumabehandeling, waardoor de behandeling niet succesvol zal zijn. Daarnaast is de vader volgens de moeder niet in staat om weloverwogen beslissingen te maken die in het belang van de kinderen zijn, aangezien hij al ruim zestien maanden geen omgang met de kinderen heeft en niet op de hoogte is van wat er in hun beleving en leven speelt.
Standpunt van de vader
De vader acht het van belang dat de ouders het gezamenlijk gezag blijven uitoefenen en dat hij kan meebeslissen over de kinderen. De vader geeft aan dat hij zonder het gezag nog verder wordt verwijderd van de kinderen, hetgeen niet in het belang van de kinderen is en contactherstel bemoeilijkt. De vader heeft er daarnaast geen vertrouwen in dat hij voldoende zal worden geïnformeerd door de moeder indien zij met het eenhoofdig gezag over de kinderen wordt belast, waardoor hij helemaal niet meer betrokken zal zijn in het leven van de kinderen. Volgens de vader raken de kinderen op dit moment niet klem of verloren door het gezamenlijk gezag en is er geen grondslag voor een wijziging in het gezamenlijk gezag.
Oordeel van de rechtbank
De moeder heeft op de zitting aangegeven dat de kinderen angst ervaren, omdat Impegno volgens de moeder heeft gezegd dat alles wat de kinderen met Impegno bespreken met beide ouders wordt gedeeld wegens het gezamenlijk gezag. De rechtbank stelt vast dat de moeder dit standpunt onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank gaat ervan uit dat Impegno binnen het traject een passende werkwijze zal hanteren, waarbij wordt gewaarborgd dat de kinderen zich veilig voelen om te bespreken wat zij willen en wat zij tijdens de therapie ervaren. De vader heeft vanwege het gezamenlijk gezag recht op dezelfde informatie als de moeder. De rechtbank gaat er ook vanuit dat dit echter niet betekent dat alles wat de kinderen tijdens de therapie bespreken, met beide ouders hoeft te worden gedeeld. De rechtbank gaat ervan uit dat een professionele instantie als Impegno hierin een passende afweging weet te maken. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af.
Vervangende toestemming voor psychologische en/of kindertherapeutische begeleiding van de kinderen bij praktijk Emoties Enzo/een andere door de Raad geadviseerde praktijk en voor een eventueel andere geadviseerde behandelaar
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Standpunt van de vader
De vader zou graag de mogelijkheid willen behouden – indien hulp via Impegno en Kracht niet van de grond komt – om de kinderen aan te melden en te laten behandelen bij praktijk Emoties Enzo, dan wel andere geadviseerde hulpverlening.
Standpunt van de moeder
De moeder geeft aan dat de kinderen al door Kracht Den Haag zijn doorverwezen naar Impegno. Volgens de moeder heeft er al een intakegesprek met beide ouders en een kennismakingsgesprek met de kinderen plaatsgevonden. De moeder geeft aan dat er een behandelplan wordt opgesteld en dat de kinderen kunnen beginnen met de behandeling zodra er een gezinscoach is vanuit Kracht Den Haag. De moeder vindt andere vormen van hulpverlening hierdoor niet nodig.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank houdt het verzoek van de vader aan voor het geval dat het hulpverleningstraject vanuit Krach en Impegno niet van start gaat dan wel niet succesvol wordt afgerond.
Bijzondere curator/raadsonderzoek
Standpunt van de vader
Indien de rechtbank de verzochte zorgregeling niet in het belang van de kinderen acht dan verzoekt de vader dat een bijzondere curator wordt benoemd of dat een raadsonderzoek wordt gelast en de zaak wordt aangehouden. Bij het raadsonderzoek kan worden onderzocht wat de kern van de problematiek in deze zaak is en op welke manier dit kan worden aangepakt. Volgens de vader kan het inzetten van een neutrale derde – zijnde een bijzondere curator of een raadsonderzoek – duidelijkheid bieden over wat er is gebeurd. Ook stelt de vader dat via een onafhankelijke beoordeling inzicht kan worden verkregen over hoe er kan worden toegewerkt naar contactherstel met de kinderen.
Standpunt van de moeder
De moeder acht het benoemen van een bijzondere curator niet in het belang van de kinderen, aangezien het hen te veel zou belasten. De kinderen gaan namelijk al een intensief traject bij Impegno volgen. Daarnaast geeft de moeder aan dat een bijzondere curator of een raadsonderzoek de regie van Kracht Den Haag zou doorkruisen. Bovendien heeft een raadsonderzoek volgens de moeder geen toegevoegde waarde, omdat hulpverlening al is betrokken.
Oordeel van de rechtbank
Nu de rechtbank nog niet zal beslissen over de primaire verzoeken van de vader, zal de rechtbank ook het subsidiaire verzoek aanhouden.
Proceskosten
Omdat de rechtbank nog geen eindbeschikking zal geven, zal de rechtbank de beslissing omtrent de proceskosten ook aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – welke de toestemming van de vader vervangt – om de minderjarigen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats],
voor alleen het schooljaar 2026/2027 in te schrijven op de basisschool [school 2] in [plaats 1];
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het verzoek van de moeder om te bepalen dat de overeengekomen zorgregeling, zoals opgenomen in het ouderschapsplan dat deel uit maakt van de beschikking van deze rechtbank van 25 september 2024, komt te vervallen;
wijst af het verzoek van de moeder betreffende het gezag;
houdt iedere verder beslissing over de vervangende toestemming voor de verhuizing, de vervangende toestemming voor inschrijving op de basisschool in [plaats 1] voor na het schooljaar 2026/2027, de zorgregeling, de vervangende toestemming voor aanmelding en behandeling bij praktijk Emoties Enzo dan wel een andere praktijk, het gelasten van een raadsonderzoek, de benoeming van een bijzondere curator en de proceskosten aan tot 1 januari 2027.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.