Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30681Zaaknummer C/09/639696 / FA RK 22-8531

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/639696 / FA RK 22-8531
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatieregeling

Beslissing

De rechtbank – in zoverre met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 26 januari 2022 – :

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1983 te [geboorteplaats 3], [geboorteland], het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1], [geboorteland];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2];

*

bepaalt dat het contact tussen de voornoemde minderjarigen en de vader voorlopig onder regie van de jeugdbeschermer zal plaatsvinden, waarbij het contact, de frequentie van het contact en de duur van het contact door de jeugdbeschermer zal worden bepaald;

*

bepaalt dat de moeder de vader maandelijks via e-mail zal informeren over belangrijke aangelegenheden betreffende de kinderen, zoals – maar niet uitsluitend – over de gezondheid, de schoolvorderingen en het welbevinden (tijdens hulpverlening) van de kinderen,

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de vader], de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

[de moeder], de moeder,

wonende op een geheim adres;

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve omgangsregeling en dwangsom aan tot 1 juli 2027 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, de gecertificeerde instelling.
  2. Procedure
  3. Verzoek en verweer
  4. Beoordeling

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 22-8531

Zaaknummer: C/09/639696

Datum beschikking: 18 september 2026

Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatieregeling

Beschikking op het op 14 december 2022 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.F. Mandos te Den Haag.

Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, de gecertificeerde instelling.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 september 2025 is, voor zover hier relevant, bepaald dat het contact tussen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1], [geboorteland];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2];

en de vader voorlopig onder regie van de jeugdbeschermer zal plaatsvinden, waarbij het contact, de frequentie van het contact en de duur van het contact door de jeugdbeschermer zal worden bepaald; iedere verdere beslissing over het gezag, de zorgregeling, dan wel omgangsregeling, de dwangsom en de informatieregeling is aangehouden tot 1 juli 2026 pro forma.

Bij beschikking van deze rechtbank van 28 november 2024 is, voor zover hier relevant:

  • bepaald dat de begeleide omgang bij [zorginstantie 1] uitgebreid wordt conform het daar gebruikelijke opbouwschema, met dien verstande dat aan fase 3 wordt toegekomen in de maanden december 2024 en januari 2025, fase 4 in februari en maart 2025, en fase 5 in april en mei 2025;
  • de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en de zorgregeling, dan wel omgangsregeling aangehouden tot 1 juni 2025 pro forma.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook het bericht met bijlagen van de moeder van 18 augustus 2026.

Op 21 augustus 2026 heeft op de zitting van deze rechtbank een gecombineerde behandeling plaatsgevonden van zowel de voorzetting van onderhavig verzoek als het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling (C/09/707729/ JE RK 26-1105). Op dat laatste verzoek is toewijzend beslist.

Op de zitting zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk (Spaans) A. Koster;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

Verzoek en verweer

Het nog voorliggende verzoek van de moeder sterkt ertoe – in zoverre met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 26 januari 2022 – :

  • te bepalen dat de moeder voortaan alleen het ouderlijk gezag toekomt over [minderjarige 1] en [minderjarige 2];
  • te bepalen dat de tussen de vader en de moeder bestaande zorgregeling ten aanzien van de kinderen primair wordt beëindigd, althans dat aan de vader het recht op omgang met de kinderen voor een periode van twee jaar, althans voor een door de rechtbank te bepalen periode wordt ontzegd dan wel,

subsidiair, te bepalen dat omgangscontacten tussen de vader en de kinderen uitsluitend onder begeleiding van een professionele instantie zullen plaatsvinden.

De vader heeft verweer gevoerd dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt, naar de rechtbank begrijpt, aanvullend:

  • een zorgregeling en een informatieregeling vast te stellen, die recht doet aan de belangen van de kinderen en de wensen van ouders;
  • althans het opbouwschema dat de rechtbank op 28 november 2024 heeft vastgesteld, een nieuwe invulling te geven en de moeder te verplichten daaraan mee te werken op straffe van een dwangsom van € 250,- voor elke keer dat zij de door [zorginstantie 2] gearrangeerde omgang niet laat doorgaan, althans een sanctie aan te verbinden die de rechtbank juist acht.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.

Gezag

De moeder heeft verzocht om haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. Zij stelt ter onderbouwing van dat verzoek dat de vader niet reageert wanneer zij hem benadert met vragen over de kinderen. Volgens de moeder blokkeert de vader de communicatie en werkt hij onvoldoende mee. Hierdoor ervaart zij problemen bij het nemen van beslissingen over de kinderen.

De vader wil dat het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt afgewezen. Volgens de vader probeert hij wel degelijk contact met de moeder te zoeken, maar houdt de moeder dit contact af. De vader geeft aan dat hij zich moedeloos voelt. Hij is bang dat hij helemaal buitenspel wordt gezet als de moeder het eenhoofdig gezag krijgt.

Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom alleen worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij belangrijke beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen.

De rechtbank overweegt dat het haar duidelijk is geworden dat de ouders op geen enkele manier in staat zijn om samen te werken in het kader van hun ouderschap. Het lukt daarom niet om samen (gezags)beslissingen te nemen. Vader frustreert uit wanhoop (gezags)beslissingen om contact af te dwingen.

De rechtbank neemt een zodanige beslissing als zij in het belang van het kind noodzakelijk acht. Schuldvragen en beweegredenen waarom ouders zo handelen als zij doen, zijn invoelbaar maar kunnen niet in het nadeel van de kinderen worden uitgelegd.

Op dit moment is voor de rechtbank alleen relevant dat gezagsbeslissingen moeten kunnen worden genomen maar dat het de ouders niet lukt die samen te nemen door hun zeer gebrekkige communicatie en slechte relatie. Perspectief dat ouders dat op afzienbare termijn wel zal lukken, ziet de rechtbank niet.

Gelet op voorgaande acht de rechtbank het op dit moment in het belang van de kinderen noodzakelijk om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten. De moeder draagt namelijk de dagelijkse zorg voor de kinderen. Daarom acht de rechtbank het meest voor de hand liggend om de moeder met het eenhoofdig gezag te belasten. Het verzoek van de moeder zal dan ook worden toegewezen.

Op de zitting is gesproken over een Parrallel Solo Ouderschapstraject. Het lijkt de rechtbank verstandig als de ouders aan een dergelijk traject gaan deelnemen. Hopelijk verbetert dit de situatie tussen de ouders, waardoor mogelijk een wijziging in het gezag in de toekomst mogelijk is. Het is de rechtbank, na navraag, gebleken dat de ouders niet op een wachtlijst staan voor Parrallel Solo Ouderschapstraject. De rechtbank zal de ouders daarom verwijzen naar een dergelijk traject. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling/ parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is.

Zorg c.q. omgangsregeling

Omdat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen, zal de rechtbank hierna spreken van ‘omgangsregeling’ in plaats van zorgregeling.

Gebleken is dat er inmiddels één keer per twee weken begeleide omgang is tussen de vader en de kinderen. Deze omgang gaat nog moeizaam door de weerstand van de kinderen.

Bij beschikking van 27 augustus 2025 zijn de kinderen onder toezicht gesteld en is bepaald dat de omgang voorlopig onder regie van de jeugdbeschermer zal staan. Tot dusver is er nog geen vaste jeugdbeschermer bij het gezin betrokken en heeft het vormgeven en uitbreiden van de omgangsmomenten stilgelegen. De kinderen hebben recht op onbelast contact met beide ouders. Het is belangrijk dat zij gestimuleerd worden hierin. De moeder is de belangrijkste opvoeder van de kinderen en zij moeten daarom emotioneel toestemming krijgen van de moeder om onbelast contact te hebben met hun vader. In dit kader is het van zeer groot belang dat er met grote spoed een jeugdbeschermer voor dit gezin komt.

De rechtbank overweegt dat de kinderrechter op 21 augustus 2026 de ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar heeft verlengd. Het doel van de ondertoezichtstelling is nog steeds, naast het op gang brengen van hulpverlening voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2], om het contact tussen de vader en de kinderen uit te breiden waar mogelijk en toe te werken naar een definitieve omgangsregeling. De jeugdbeschermer zal daarin de regie voeren. Hierbij zijn de kinderen leidend en het tempo in opbouw zal van hen afhankelijk zijn.

De rechtbank zal dus bepalen dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig onder regie van de jeugdbeschermer zal plaatsvinden, waarbij de opbouw, de wijze, de duur en de frequentie van het contact door de jeugdbeschermer zal worden bepaald. Omdat er nog geen vaste jeugdbeschermer is en daardoor geen duidelijkheid bestaat over hoe de omgangsregeling eruit gaat zien, zal de rechtbank de definitieve beslissing ten aanzien van de omgangsregeling en dwangsom pro forma aanhouden tot 1 juli 2027, voor de afloop van de ondertoezichtstelling (27 augustus 2027). Voor voornoemde pro forma datum dienen de advocaten zich uit te laten over de huidige stand van zaken en wat dat al dan niet betekent voor de nog voorliggende verzoeken.

Informatieregeling

Op grond van het eerste lid van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van de ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.

Nu de vader geen gezag heeft is het van belang dat de moeder de vader informeert over belangrijke aangelegenheden in het leven van de kinderen. De rechtbank zal bepalen dat de moeder de vader één keer per maand via e-mail zal informeren over belangrijke aangelegenheden betreffende de kinderen.

BeslissingDe rechtbank – in zoverre met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 26 januari 2022 – :

*

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1983 te [geboorteplaats 3], [geboorteland], het gezag zal toekomen over de minderjarigen:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats 1], [geboorteland];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 2];

*

bepaalt dat het contact tussen de voornoemde minderjarigen en de vader voorlopig onder regie van de jeugdbeschermer zal plaatsvinden, waarbij het contact, de frequentie van het contact en de duur van het contact door de jeugdbeschermer zal worden bepaald;

*

bepaalt dat de moeder de vader maandelijks via e-mail zal informeren over belangrijke aangelegenheden betreffende de kinderen, zoals – maar niet uitsluitend – over de gezondheid, de schoolvorderingen en het welbevinden (tijdens hulpverlening) van de kinderen,

*

stelt vast dat de ouders, te weten:

[de vader], de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

[de moeder], de moeder,

wonende op een geheim adres;

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve omgangsregeling en dwangsom aan tot 1 juli 2027 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.