Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30664Zaaknummer C/09/704198 / FA RK 26-4251

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/704198 / FA RK 26-4251
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Echtscheiding met nevenvoorzieningen. IPR. Wagonstelsel. Geen verweer.

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen de vrouw en de man, gehuwd op [datum] 2001 te [plaats], Marokko;

*

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],
  • [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats],
  • [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats],

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;

*

bepaalt dat de minderjarigen bij de man zullen zijn:

  • iedere vrijdag van 18:00 uur tot zaterdag of zondag 18:00 uur
  • de helft van de vakanties;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen van € 95,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

stelt de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap als volgt vast onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:

- aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening:

- de inboedel van de woning aan de [adres];

- aan de man wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening:

- de auto van het merk Volkswagen Tiguan;

*

bepaalt dat in de onderlinge verhouding tussen partijen elk van hen de helft van de belastingschuld voor zijn/haar rekening dient te nemen;

*

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres];

*

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Scheiding met nevenvoorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4251

Zaaknummer: C/09/704198

Datum beschikking: 18 september 2026

Scheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 28 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G. Koyak te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlage;
  • het exploot van betekening van dit verzoekschrift van 16 mei 2026;
  • het F9 formulier van 29 mei 2026 van de zijde van de vrouw;
  • het F9 formulier van 11 juni 2026, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het F9 formulier van 23 juni 2026, met bijlagen, van de zijde van de vrouw.
  • het F9 formulier van 23 juni 2026, met bijlage, van de zijde van de vrouw.

De minderjarigen [de minderjarige 1], [de minderjarige 2], [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweer gevoerd.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn op [datum] 2001 te [plaats], Marokko gehuwd.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],

- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats],

- [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats].

  • De man en de vrouw oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.
  • Blijkens de Basisregistratie personen hebben de man en de vouw de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek

De vrouw verzoekt, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

tussen partijen, gehuwd op [datum] 2001 te [plaats], Marokko, de echtscheiding uit te spreken;

te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen genoemd onder randnummer 2 bij de vrouw wordt bepaald;

vast te stellen dat de man en bovengenoemde minderjarigen op de navolgende dagen omgang zullen hebben, waarbij de man de minderjarigen haalt en brengt: iedere vrijdag van 18:00 uur tot zaterdag of zondag 18:00 uur.

te bepalen dat alle vakanties bij helfte worden verdeeld tussen partijen;

te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van datum van de echtscheidingsbeschikking zal betalen een bedrag van € 95,00 per kind per maand, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie redelijk acht, per kind per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van bovengenoemde minderjarigen, telkens bij vooruitbetaling verschuldigd;

te bepalen dat het huurrecht van de woning aan de [adres], met uitsluiting van de man, aan de vrouw wordt toegekend;

de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast te stellen:

- te bepalen dat de inboedel van de woning aan de vrouw wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening;

- te bepalen dat de Volkswagen Tiguan aan de man wordt toebedeeld, zulks zonder nadere verrekening;

- te bepalen dat beide partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de belastingschuld,

althans een zodanige beschikking af te geven als de rechtbank in goede justitie mocht vermenen te behoren.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond, deze daar sinds ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had en ten tijde van de indiening reeds de Nederlandse nationaliteit bezat, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.

De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen.

Ontvankelijkheid

De vrouw heeft geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv).

De rechtbank vindt dat voldoende is gebleken dat partijen niet in staat zijn tot een gemeenschappelijk ouderschapsplan te komen, zodat, nu aan de overige wettelijke vereisten is voldaan, de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en zij verzoekt om de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De man heeft geen verweer gevoerd.

Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

Hoofdverblijfplaats

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de vrouw tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw verzoekt te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar zal zijn.

De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de kinderen als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.

Zorgregeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek van de vrouw tot verstelling van een zorgregeling.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw verzoekt een zorgregeling vast te stellen waarbij de man en de kinderen iedere vrijdag van 18:00 uur tot zaterdag of zondag 18:00 uur omgang met elkaar zullen hebben, waarbij de man de minderjarigen haalt en brengt. Ook verzoekt de vrouw te bepalen dat alle vakanties tussen partijen bij helfte worden verdeeld.

De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de zorgregeling en de vakanties als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen deze regeling verzet.

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij op grond van artikel 3 sub c van de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008) tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.

De rechtbank zal op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 het recht van Nederland op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen toepassen, nu de onderhoudsgerechtigde gewone verblijfplaats in Nederland heeft.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw verzoekt met ingang van de datum van de echtscheidingsbeschikking een door de man te betalen bijdrage in de kosten en verzorging van de kinderen van € 95,00 per kind per maand.

De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de kinderalimentatie als niet weersproken toewijzen, ook omdat de rechtbank deze bijdrage redelijk en billijk acht en niet is gebleken van strijd met de wettelijke maatstaven.

Verdeling van de huwelijksgemeenschap

Rechtsmacht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).

Toepasselijk recht

De rechtbank gaat voor de bepaling van het toepasselijk recht uit van het volgende. Nu de echtgenoten op [datum] 2001 in Marokko met elkaar zijn gehuwd, is het Haags huwelijksvermogensverdrag 1978 (het Verdrag) van toepassing op het huwelijksvermogensregime. Op het moment van de huwelijkssluiting hadden de echtgenoten beiden de Marokkaanse nationaliteit. De echtgenoten woonden ten tijde van het huwelijk al in Nederland en zijn na de huwelijkssluiting ook in Nederland blijven wonen. Niet is gebleken dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen. Krachtens artikel 4, tweede lid, onder 2 van het Verdrag wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het Marokkaans recht, als het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, nu Marokko geen partij is bij het verdrag, terwijl volgens het internationaal privaatrecht van deze staat zijn interne recht van toepassing is en de echtgenoten hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigden in Nederland.

Nadien heeft zich echter de situatie voorgedaan zoals omschreven in artikel 7 tweede lid sub 1 van het HVV 1978. Partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit verkregen, zodat het Nederlandse recht van toepassing is geworden op het huwelijksvermogensregime.

De vrouw stelt dat zij de Nederlandse nationaliteit beschikte ten tijde van het huwelijk en dat de man met ingang van 2004 beschikte over de Nederlandse nationaliteit. Op grond van artikel 8 van het Verdrag geldt dat een wijziging in het toepasselijke recht op grond van artikel 7, lid 2, van het Verdrag slechts gevolg heeft voor de toekomst. Dit leidt ertoe dat op de goederen die partijen met ingang van 1 januari 2004 hebben verkregen en op de schulden die zij daarna zijn aangegaan Nederlands recht van toepassing is en op de goederen en schulden over de periode van [datum] 2001 tot 1 januari 2004 Marokkaans recht van toepassing is.

De rechtbank gaat er van uit dat de te verdelen vermogensbestanddelen zijn verkregen na de wijziging en derhalve worden beheerst door het Nederlands recht. Ook het verzoek ten aanzien van de draagplicht van de belastingschuld wordt beheerst door het Nederlands recht nu uit productie 2 blijkt dat de schulden zijn ontstaan in 2022 en later.

Inhoudelijke beoordeling

Niet gesteld en verder ook niet gebleken is dat partijen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt. Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten, in de periode dat het Nederlandse recht van toepassing is, een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.

Peildatum

De peildatum voor de bepaling van de omgang van de huwelijksgoederengemeenschap is 28 april 2026, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt de datum van feitelijke verdeling, tenzij partijen anders overeenkomen of op basis van de redelijkheid en billijkheid daarvan dient te worden afgeweken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

Omvang

Door de vrouw zijn de volgende vermogensbestanddelen en schuld naar voren gebracht:

  • de inboedel;
  • de auto van de man van het merk Volkswagen Tiguan;
  • de schuld aan de belastingdienst van € 5.080,-.

Ad 1. de inboedel

De vrouw verzoekt te bepalen dat de inboedel van de woning aan de vrouw wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening. De man heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Ad 2. de auto

De vrouw verzoekt te bepalen dat de auto van het merk Volkswagen Tiguan aan de man wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening. De man heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Ad 3. de schuld

De vrouw verzoekt te bepalen dat dat beide partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de belastingschuld € 5.080,-.

Nu de vrouw verzoekt te bepalen dat in de onderlinge verhouding tussen partijen ieder verantwoordelijk is voor de helft van de belastingschuld zal de rechtbank het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Huurrecht

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het huurrecht van de in Nederland gelegen echtelijke woning. Het verzoek wordt volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw verzoekt te bepalen dat het huurrecht van de woning aan de [adres], met uitsluiting van de man, aan de vrouw wordt toegekend.

De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen de vrouw en de man, gehuwd op [datum] 2001 te [plaats], Marokko;

*

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],
  • [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats],
  • [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2018 te [geboorteplaats],

de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;

*

bepaalt dat de minderjarigen bij de man zullen zijn:

  • iedere vrijdag van 18:00 uur tot zaterdag of zondag 18:00 uur
  • de helft van de vakanties;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen van € 95,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

stelt de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap als volgt vast onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:

- aan de vrouw wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening:

- de inboedel van de woning aan de [adres];

- aan de man wordt toegedeeld, zonder nadere verrekening:

- de auto van het merk Volkswagen Tiguan;

*

bepaalt dat in de onderlinge verhouding tussen partijen elk van hen de helft van de belastingschuld voor zijn/haar rekening dient te nemen;

*

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte aan de [adres];

*

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 18 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.