Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 16 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30554Zaaknummer C/09/710919 / JE RK 26-1457
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/710919 / JE RK 26-1457
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 16 september 2026 tot 16 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/710919 / JE RK 26-1457
Datum uitspraak: 16 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de ouder],
de ouder,
wonende in [woonplaats 1].
De kinderrechter merkt als informanten aan:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
[de oma],
de moeder van de ouder,
hierna te noemen: de oma,
wonende in [woonplaats 2].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouder;
- de oma;
- [naam 1], namens de Raad;
- [naam 2], namens de gecertificeerde instelling.
De ouder identificeert zich als man. Ter zitting heeft de ouder bij de kinderrechter aangegeven graag te worden aangesproken met hij/hem voornaamwoorden en met de naam [de ouder]. De kinderrechter zal dat in deze beschikking zo aanhouden en naar [de ouder] verwijzen en de ouder van het kind.
Het onderhavige verzoek is gelijktijdig behandeld met een verzoek tot meerderjarigverklaring. Deze beslissing is in een aparte beschikking gewezen.[_924bf0d0-a2b4-4989-97f6-09693dcfed27]
2 De feiten
Op de zitting van 16 september 2026 is het verzoek toegewezen om de ouder meerderjarig te verklaren en daarmee is [de ouder] van rechtswege belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont samen met zijn ouder (op vrijwillige basis) in een gezinshuis in [plaats].
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De ouder is het eens met het verzoek. Hij geeft aan dat hij in het gezinshuis tegen een aantal dingen aanloopt, onder andere vanwege de strenge regels van de gezinshuisouder. Hij hoopt dat een jeugdbeschermer hem hier in het kader van een ondertoezichtstelling mee kan helpen.
De gecertificeerde instelling staat achter het verzoek van de Raad, met name vanwege de problemen in het gezinshuis.
De oma is het eens met het verzoek.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.[_d9b634d5-ccfb-4489-a7c9-1e565362d7ad] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ouder en de pasgeboren baby bevinden zich op dit moment in een instabiele situatie. De ouder heeft ter zitting aangegeven dat hij zich niet fijn voelt in het gezinshuis, voornamelijk vanwege de strenge regels van de gezinshuisouder. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de ouder zich vaker terugtrekt op zijn kamer en weinig in contact is met andere bewoners. Het is belangrijk dat er zicht blijft op [de ouder] en [minderjarige] en dat zij het fijn hebben in het gezinshuis. Een jeugdbeschermer kan samen met [de ouder] en de gezinshuisouders in gesprek gaan om de huidige situatie te bespreken en te bekijken welke veranderingen mogelijk zijn. Ook kan een jeugdbeschermer erop toezien dat [de ouder] passende begeleiding krijgt en kijken of het [de ouder] goed lukt om [minderjarige] zelfstandig te verzorgen. Als dit het geval is, dan kan de hulpverlening mogelijk op een later moment worden voortgezet in het vrijwillig kader. De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van zes maanden, zoals is verzocht.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_58ddc06b-6da1-4cb6-9971-cc788bffc414]
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 16 september 2026 tot 16 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- C/09/712607 / FA RK 26-9410.
- Artikel 1:255 BW.
- Artikel 2 Besluit gezagsregisters.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.