Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 15 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30397Zaaknummer C/09/687110 / FA RK 25-4587

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/687110 / FA RK 25-4587
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontbinding geregistreerd partnerschap. Gedurende huwelijk partnerschapsvoorwaarden aangegaan, waarbij gemeenschap niet is verdeeld. Afwikkeling vermogen.

De rechtbank:

spreekt uit de ontbinding van het geregistreerde partnerschap tussen partijen, aangegaan op [datum] 2009 in [plaats];

stelt de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschap als volgt vast,:

- met betrekking tot de panden: [adres 1], [adres 2], [adres 3],

[adres 9], [adres 4], [adres 5], [adres 6] en [adres 7]: de panden worden toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw als kosten koper voldaan;

b) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

- met betrekking tot de panden: [adres 18], [adres 19], [adres 11], [adres 12], [adres 13] en [adres 14], [adres 8], [adres 15], [adres 16] en [adres 17] en [adres 4]: de panden worden toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) de kosten van de notariële overdracht worden door de man als kosten koper voldaan;

b) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

- bepaalt dat de man aan de vrouw een bedrag van € 45.500,- moet voldoen wegens

overbedeling;

- bepaalt ten aanzien van de gezamenlijke bankrekening bij ABN AMRO, eindigend op

958 dat deze bankrekening door partijen zal worden voorgezet tot aan de datum van de notariële overdracht van voornoemde panden, waarna het dan aanwezige saldo bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;

- deelt de auto van het merk Nissan X-Trail toe aan de man voor een waarde van

€ 42.500,-, waarbij de man aan de vrouw de helft van deze waarde, aldus € 21.250,- zal voldoen;

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap – uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, A.M. van der Vliet en E.D.A. Geleijns, rechters, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Ontbinding geregistreerd partnerschap
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-4587

Zaaknummer: C/09/687110

Datum beschikking: 15 september 2026

Ontbinding geregistreerd partnerschap

Beschikking op het op 19 juni 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Patist te Maarssen.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.N. Baldew te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift;

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

- het F9-bericht van de man van 9 juli 2026, met bijlagen.

Op 4 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn beide partijen verschenen, bijgestaan door hun advocaat.

Feiten

- Partijen zijn op [datum] 2009 te [plaats] een geregistreerd partnerschap aangegaan.

- Partijen zijn op 1 juli 2021 partnerschapsvoorwaarden overeengekomen, kort gezegd inhoudende een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, zonder verrekenbeding.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, met nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de verdeling van de ontbonden gemeenschap, conform

het voorstel van de vrouw, inhoudende:

­ toedeling aan de vrouw van de onroerende zaken met de navolgende adressen: [adres 1], [adres 2] en [adres 3], [adres 4], [adres 5], [adres 6] en [adres 7];

­ toedeling aan de man van de onroerende zaken met de navolgende adressen: [adres 8], De [adres 9] en [adres 10], [adres 11], [adres 12], [adres 13] en [adres 14], [adres 15], [adres 16] en [adres 17], [adres 18] en [adres 19];

met bepaling dat partijen verplicht zijn om mee te werken aan de notariële verdeling en levering daarvan, met de bepaling dat de man gehouden is om aan de vrouw wegens overbedeling een bedrag te betalen van € 321.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoek, althans vanaf een door de rechtbank te bepalen datum, en met de bepaling dat als één van partijen niet meewerkt, de te wijzen beschikking in de plaats treedt van de (rechts)handeling die moet worden verricht;

- bepaling dat de auto, een Nissan X-Trail, met kenteken [kenteken] aan de man wordt toebedeeld, waarbij de man aan de vrouw een bedrag van € 21.250,- moet voldoen;

- bepaling dat de man gehouden is om bewijsstukken c.q. specificaties te verstrekken aan de vrouw, waaruit de saldi volgen van de bankrekeningen per datum van indiening van het verzoekschrift en de saldi op de datum voorafgaand aan de overeengekomen partnerschapsvoorwaarden c.q. voorafgaand aan de destijds door de man aangelegde verdeling;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert – met uitzondering van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap – verweer tegen de verzoeken van de vrouw, welk verweer hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht om de ontbinding van het geregistreerd partnerschap, met nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform

het voorstel van de man, waarbij:

  • an de man worden toegedeeld de onroerende goederen aan [adres 1], [adres 2], [adres 3], [adres 11], [adres 12], [adres 13], [adres 14], [adres 15], [adres 16] en [adres 17], [adres 18], [adres 8] en [adres 19];
  • aan de vrouw worden toegedeeld de onroerende goederen aan [adres 9], [adres 10], [adres 4], [adres 5], [adres 6] en [adres 7];
  • de sieraden van de vrouw in de verdeling op te nemen, met overlegging van het volledige taxatierapport van de sieraden en een verklaring over de huidige bewaarplaats van de sieraden;
  • indien de Nissan X-Trail wordt toegedeeld aan de vrouw, zij aan de man een bedrag van € 21.250,- moet voldoen;
  • bepaling dat de vrouw aan de man dient terug te betalen:

­ een bedrag van € 79.000,- wegens onterechte onttrekking uit de verkoopopbrengst van het huis in Suriname, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst;

­ de volledige bedragen die de vrouw na de relatiebreuk aan huur, energielasten en onderhoudskosten heeft onttrokken aan de gezamenlijke rekening, op te maken bij staat;

  • bepaling dat de vrouw volledige inzage geeft in haar bankafschriften (inclusief privérekeningen) en eventuele verzwegen rekeningen, kluizen of andere vermogensbestanddelen op het moment van aangaan van de partnerschapsvoorwaarden;
  • bepaling dat conform artikel 13 van de partnerschapsvoorwaarden en de Wet

Verevening Pensioenrechten bij scheiding, pensioenverevening plaatsvindt van het door de vrouw tijdens het geregistreerd partnerschap opgebouwde pensioen.

De vrouw voert – met uitzondering van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap – verweer tegen de verzoeken van de man, welk verweer hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

Beoordeling

Buiten beschouwing laten van aanvullende stukken

Door partijen zijn op 26 juli, 27 juli en 28 juli 2026 aanvullende producties overgelegd. Dit is buiten de termijn van tien dagen voor de zitting, zoals volgt uit artikel 7.8 van het procesreglement echtscheiding. Mede gelet op de omvang van de producties acht de rechtbank de indiening van de stukken buiten de termijn in dit geval in strijd met de goede procesorde.

Voor zover de vrouw zich op het standpunt heeft gesteld dat haar stukken weliswaar op tijd (op 24 juli 2026) zijn ingediend, maar op een onjuiste wijze, geldt dat het onjuist indienen gelijk staat aan het niet indienen van de stukken. Als datum van binnenkomst wordt de datum gevolgd waarop de aanvullende producties op de juiste manier zijn aangeleverd. De rechtbank zal de door partijen buiten de termijn ingediende stukken daarom buiten beschouwing laten.

Een uitzondering geldt daarbij voor de ontbrekende producties 1 t/m 16, behorend bij het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek van de man, die op verzoek van de rechtbank door de vrouw op 28 juli 2026 zijn ingediend. De rechtbank zal deze stukken wel in haar beoordeling betrekken.

Ontbinding geregistreerd partnerschap

De vrouw en de man hebben beiden gesteld dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht, zodat de over en weer gedane verzoeken tot ontbinding van het partnerschap als op de wet gegrond kunnen worden toegewezen.

Afwikkeling partnerschapsvoorwaarden

Partijen zijn op [datum] 2009 een geregistreerd partnerschap aangegaan. Zij zijn daarbij geen partnerschapsvoorwaarden aangegaan. Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:80b BW – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – is tussen de geregistreerd partners een algehele gemeenschap van goederen ontstaan.

Gedurende het geregistreerd partnerschap zijn partijen op 1 juli 2021 alsnog partnerschaps-voorwaarden overeengekomen. Daarbij is – kort samengevat – elke gemeenschap van goederen uitgesloten en is geen periodiek of finaal verrekenbeding overeengekomen.

Na het aangaan van de partnerschapsvoorwaarden heeft geen (notariële) verdeling plaatsgevonden van de tot dan toe bestaande (ontbonden) gemeenschap van goederen. Partijen verschillen van mening over de verdeling van de tot 1 juli 2021 bestaande gemeenschap van goederen en de wijze van afwikkeling van de partnerschapsvoorwaarden, zoals in het navolgende aan de orde komt.

Omvang

In het kader van de afwikkeling van het vermogen zijn door partijen de volgende vermogensbestanddelen naar voren gebracht:

  • onroerend goed, bestaande uit negentien panden in Den Haag;
  • de saldi op de bankrekeningen van partijen;
  • een auto van het merk Nissan X-Trail;
  • persoonlijke spullen c.q. inboedel van de echtelijke woning;
  • sieraden en goud.

Ad a) Uit de stukken en hetgeen door partijen naar voren is gebracht, is het volgende gebleken. Partijen bezaten alle negentien panden al ten tijde van het aangaan van de partnerschapsvoorwaarden. Zoals in het voorgaande al is beschreven, hebben partijen deze gemeenschap niet verdeeld. Er is destijds een concept-verdelingsakte opgesteld door een notaris, maar partijen zijn feitelijk niet overgegaan tot verdeling, omdat bleek dat op één van de panden een oud beslag lag. Na het opheffen van het beslag heeft de notariële verdeling geen doorgang meer gevonden. Dat betekent dat de panden nog altijd tot het gezamenlijk eigendom van partijen behoren en dat deze verdeeld moeten worden.

Partijen zijn er in geslaagd om voor het overgrote deel tot overeenstemming te komen met betrekking tot de toedeling van de panden aan elk van hen. Daarbij zijn partijen ook overeengekomen dat zij voor de waardering van de panden uitgaan van de WOZ-waardes over het jaar 2025. Partijen hebben geen informatie naar voren gebracht over eventueel aan de panden verbonden hypothecaire geldleningen. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat de panden hypotheekvrij zijn.

Ten aanzien van een aantal panden hebben partijen geen overeenstemming kunnen krijgen over toedeling. De rechtbank zal daarover een beslissing nemen. Het uitgangspunt is daarbij een zo gelijk mogelijke verdeling in (WOZ 2025-)waarde van de panden.

Gelet hierop zullen de panden als volgt tussen partijen worden verdeeld:

- aan de vrouw zullen worden toegedeeld: [adres 1], [adres 2], [adres 3],

[adres 9], [adres 4], [adres 5], [adres 6] en [adres 7];

- aan de man zullen worden toegedeeld: [adres 18], [adres 19], [adres 11], [adres 12], [adres 13] en [adres 14], [adres 8], [adres 15], [adres 16] en [adres 17] en [adres 10].

De rechtbank zal de panden aan de man en de vrouw toedelen op de wijze en onder de voorwaarden die hierna in het dictum zijn vermeld.

Overbedeling

De WOZ-waarde in 2025 van de panden is:

Toedeling aan de vrouw:

StraatHuisnummerWOZ-waarde 2025
[straatnaam 1][adres 1]795.000
[adres 2]340.000
[adres 3]248.000
[straatnaam 2][adres 9]330.000
[adres 4]430.000
[adres 5]320.000
[adres 6]305.000
[adres 7]395.000
Totaal3.163.000

Toedeling aan de man:

StraatHuisnummerWOZ-waarde 2025
[straatnaam 3][adres 18]315.000
[straatnaam 5][adres 19]217.000
[straatnaam 4][adres 11]420.000
[adres 12]410.000
[adres 13]365.000
[adres 14]255.000
[straatnaam 6][adres 8]241.000
[straatnaam 7][adres 15]260.000
[adres 16]231.000
[adres 17]230.000
[straatnaam 8][adres 10]310.000
Totaal3.254.000

Deze verdeling betekent dat de man voor een bedrag van € 91.000,- is overbedeeld. Hij zal de helft van dit bedrag, zijnde € 45.500,- aan de vrouw dienen te voldoen. Voor zover de vrouw heeft verzocht om de vermeerdering van de door de man te betalen overbedelingsvordering met de wettelijke rente, geldt dat deze overbedelingsvordering pas opeisbaar is bij levering van de panden bij de notaris. Daarin ziet de rechtbank geen aanleiding het verzoek ten aanzien van de wettelijke rente toe te wijzen.

Ad b) Door partijen zijn verscheidene bankrekeningen naar voren gebracht, zowel gezamenlijke als op naam van één van hen gesteld. Daarbij is gebleken dat ten tijde van het opmaken van de partnerschapsvoorwaarden, de saldi van de bankrekeningen door partijen zelf zijn verdeeld. Zij hebben daarna nieuwe bankrekeningen geopend op hun eigen naam. De bankrekeningen die op naam van één van partijen staan dateren allemaal van na 1 juli 2021, zodat de saldi op deze bankrekeningen niet behoeven te worden verdeeld.

Met betrekking tot de gezamenlijke bankrekeningen geldt dat ten aanzien van de bankrekening bij ING-bank, eindigend op 966, is gebleken dat het saldo van deze bankrekening vlak voor het aangaan van de partnerschapsvoorwaarden tussen partijen is verdeeld waarna deze bankrekening op naam van de man is gezet. Ook deze bankrekening behoeft daarom niet meer te worden verdeeld.

Wat resteert is de gezamenlijke bankrekening van partijen bij ABN AMRO, eindigend op 958. Op deze bankrekening komen de huurinkomsten uit de panden van partijen binnen en worden ook de kosten van de woningen voldaan. Omdat de panden gezamenlijk eigendom zijn van partijen, zijn ook de inkomsten hieruit het gezamenlijk vermogen van partijen. De rechtbank zal bepalen dat ook in de periode tot aan de notariële overdracht de huurinkomsten van deze panden nog op deze bankrekening worden ontvangen. Eventuele onderhoudskosten aan de woning moeten hiervan ook worden voldaan. De rechtbank zal daarom vaststellen dat het saldo op deze bankrekening zal worden verdeeld per de datum van de notariële overdracht van de woningen, waarbij het dan aanwezige saldo bij helfte tussen partijen wordt verdeeld. De bankrekening kan daarna worden opgeheven of door één van partijen worden voortgezet, al naar gelang wat partijen wensen.

Ad c) Ten aanzien van de auto, een Nissan X-Trail, is het volgende gebleken. Partijen hebben de auto aangekocht in juni 2023, met inruil van hun eerdere auto. Deze eerdere auto behoorde tot de ontbonden gemeenschap van goederen en was dus gezamenlijk eigendom van partijen. Het resterende bedrag na de inruil is voldaan vanaf de gezamenlijke bankrekening bij ABN AMRO. Dat betekent dat de auto gezamenlijk eigendom is van partijen en daarom moet worden verdeeld.

Tussen partijen is niet in geschil dat de auto in gebruik is bij de man en dat deze aan hem zal worden toegedeeld. Zij zijn het ook eens over de waarde van de auto conform de ANWB-koerslijst van € 42.500,-. De man dient daarom de helft van dit bedrag (€ 21.250,-) aan de vrouw te voldoen.

Ad d) De vrouw heeft verzocht om de verdeling van de inboedel van de voormalig echtelijke woning, voor zover dat niet al is gebeurd bij het feitelijk uiteengaan van partijen. Door de vrouw zijn daarbij op de zitting drie voorwerpen genoemd die volgens haar nog verdeeld moeten worden en die zij graag toebedeeld wil krijgen. Dit betreffen: een ronde vaas met orchideeën, een godenbeeld en de KLM-huisjes.

De rechtbank overweegt in dit kader als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat de gemeenschappelijke inboedel al eerder feitelijk is verdeeld. Hierbij is een verdeling van de goederen bij helfte het uitgangspunt. Het is voor de rechtbank niet vast te stellen of de inboedelgoederen bij helfte tussen partijen zijn verdeeld en aan wie de drie resterende goederen moeten worden toegedeeld. De vrouw heeft dit ook niet onderbouwd. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen.

Ad e) Tot slot zijn door beide partijen sieraden en goud genoemd die volgens hen moeten worden verdeeld. Het is echter onduidelijk welke sieraden en goud partijen hadden en hoe deze verdeeld moeten worden en of ze eventueel verknocht zijn aan één van partijen. De rechtbank zal deze verzoeken daarom afwijzen.

Overige vorderingen

In het kader van de afwikkeling van het vermogen heeft de man gesteld een aantal geldvorderingen te hebben op de vrouw. Dit betreft:

  • een onrechtmatige onttrekking aan de verkoopopbrengst van een woning in Suriname door de vrouw ten bedrage van € 79.000,-
  • pinopnames van de gezamenlijke rekening;
  • onderhoudskosten en huurlasten van de vrouw.

Ad a) De man heeft gesteld dat bij de verkoop van (althans het recht op grondhuur op) een woning in Suriname de vrouw een bedrag van € 79.000,- heeft achtergehouden. De koopakte dateert van 3 november 2021, aldus na het aangaan van de partnerschapsvoorwaarden. Tussen partijen is niet in geschil dat de woning in Suriname behoorde tot de (onverdeelde) gemeenschap van goederen. Uit de akte volgt dat de betaling werd verspreid over een aanbetaling en vervolgens twee termijnen op 1 maart 2022 en 1 april 2022 op de gezamenlijke bankrekening van partijen bij ABN AMRO.

Uit de door partijen overgelegde stukken volgt vervolgens dat in april en juni 2022 bedragen zijn overgemaakt van de gezamenlijke bankrekening van partijen naar de privébankrekeningen van respectievelijk de vrouw en de man, waarmee het saldo van de gezamenlijke rekening en de opbrengst van woning in Suriname is verdeeld, zo is door de vrouw toegelicht. De man heeft zijn stelling, tegenover deze gemotiveerde betwisting door de vrouw, onvoldoende onderbouwd. Het verzoek van de man wordt daarom afgewezen.

Ad b) De man heeft verder gesteld dat de vrouw ten onrechte pinopnames heeft gedaan vanaf de gezamenlijke rekening. Het is de man niet duidelijk waar de contante opnames voor bedoeld zijn geweest. Hij had geen inzicht op de rekening en zij heeft hem nooit om toestemming gevraagd voor de transacties.

Hoewel door de man in zijn petitum geen verzoek is opgenomen ten aanzien van de pinopnames, zal de rechtbank het desondanks inhoudelijk beoordelen. De man wijst op geldopnames van de gezamenlijke rekening van partijen bij ABN AMRO, eindigend op 958 vanaf 2009. Daarbij geldt allereerst dat partijen tot juli 2021 een gemeenschap van goederen hadden. Na het aangaan van de partnerschapsvoorwaarden zijn de huurinkomsten van de panden die tot het gezamenlijk eigendom van partijen behoorden, steeds ontvangen op deze bankrekeningen. Het geld op de bankrekening betrof daarmee gezamenlijk vermogen. Zowel de man als de vrouw waren gerechtigd om hiervan geld op te nemen. De man heeft niet of onvoldoende onderbouwd waarom er in dit geval aanleiding bestond om daarvan af te wijken. De man heeft daarbij op de zitting aangegeven dat de vrouw geregeld contant geld opnam en aan hem gaf, omdat hij niet vaardig is met digitale systemen. Aldus heeft de man onvoldoende concreet onderbouwd dat de vrouw meer dan waartoe zij gerechtigd was van de gezamenlijke rekening heeft opgenomen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Ad c) Tot slot heeft de man gesteld dat de vrouw na de feitelijke relatiebreuk van partijen ten onrechte de huurlasten van haar huidige woning van de gezamenlijke rekening heeft betaald en dat zij ten onrechte (te hoge) onderhoudskosten heeft opgenomen voor de panden die zij in haar beheer had.

De kosten die de vrouw volgens de man heeft voldaan, zijn betaald vanuit de gezamenlijke inkomsten van partijen uit de verhuur van de woningen. Door de man is onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd welke kosten dit betreffen en waarom de vrouw hiervan geen lasten mocht voldoen. Daarbij wijst de rechtbank er ook op dat partijen nog geregistreerd partner zijn. Dat betekent dat zij op grond van artikel 1:80b jo. artikel 1:81 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gehouden zijn om elkaar het nodige te verschaffen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

Pensioenverevening

De man heeft verzocht te bepalen dat er pensioenverevening zal plaatsvinden van het door de vrouw tijdens het geregistreerd partnerschap opgebouwde pensioen. Deze verevening volgt echter al uit artikel 13 van de partnerschapsvoorwaarden en is conform de hoofdregel van de Wet Verevening Pensioenen bij Scheiding (Wvps). De rechtbank hoeft hierover daarom geen beslissing meer te nemen en zal het verzoek afwijzen.

Overleggen stukken

Tot slot liggen van beide partijen verzoeken voor tot inzage in bankafschriften en andere vermogensbestanddelen van de ander. De rechtbank acht zich ten aanzien van alle verzoeken voldoende voorgelicht en in staat om een beslissing te nemen. Er is daarom geen noodzaak om aanvullende informatie te verkrijgen. De rechtbank wijst de door beide partijen gedane verzoeken daarom af.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de ontbinding van het geregistreerde partnerschap tussen partijen, aangegaan op [datum] 2009 in [plaats];

stelt de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschap als volgt vast,:

- met betrekking tot de panden: [adres 1], [adres 2], [adres 3],

[adres 9], [adres 4], [adres 5], [adres 6] en [adres 7]: de panden worden toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw als kosten koper voldaan;

b) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

- met betrekking tot de panden: [adres 18], [adres 19], [adres 11], [adres 12], [adres 13] en [adres 14], [adres 8], [adres 15], [adres 16] en [adres 17] en [adres 4]: de panden worden toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:

a) de kosten van de notariële overdracht worden door de man als kosten koper voldaan;

b) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;

- bepaalt dat de man aan de vrouw een bedrag van € 45.500,- moet voldoen wegens

overbedeling;

- bepaalt ten aanzien van de gezamenlijke bankrekening bij ABN AMRO, eindigend op

958 dat deze bankrekening door partijen zal worden voorgezet tot aan de datum van de notariële overdracht van voornoemde panden, waarna het dan aanwezige saldo bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;

- deelt de auto van het merk Nissan X-Trail toe aan de man voor een waarde van

€ 42.500,-, waarbij de man aan de vrouw de helft van deze waarde, aldus € 21.250,- zal voldoen;

verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap – uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H.M. Boone, A.M. van der Vliet en E.D.A. Geleijns, rechters, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.