Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30388Zaaknummer SGR 26/7065
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- SGR 26/7065
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om een proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening, is er sprake van tegemoetkomen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/7065
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 oktober 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. P. van der Veld),
en
de burgemeester van Den Haag, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van verweerder van 27 augustus 2026. Verzoekster had tegen dat besluit bezwaar gemaakt.
Zij heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken omdat verweerder heeft laten weten dat het besluit niet zal worden geeffectueerd.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen aanleiding is om de proceskosten te vergoeden.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_cf4b37f0-833c-4cf1-81f3-f3088d20e3ef]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_005de05c-8762-46f4-95c9-fa1d894ca5b4]
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.[_6bedda8c-28eb-4045-b3f0-e9a5f4b08eb5]
Is verweerder aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit de gedingstukken en het in de inleiding opgenomen procesverloop dat verweerder niet is tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het tot de bevoegdheden van verweerder behoort om een controle uit te voeren naar de registratieplicht in het Digitale Opkopersregister. De omstandigheid dat verweerder op 22 september 2026 is overgegaan tot een dergelijke controle en dat daaruit bleek dat verzoekster de gecontroleerde goederen op dat moment correct en volledig registreerde levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter een nieuw feit op. Daarbij acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat verweerder pas door de gronden van het bezwaar en het verzoek om een voorlopige voorziening is overgegaan tot deze nieuwe controle. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door verweerder aan verzoekster, aangezien verweerder het bestreden besluit in stand laat. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarmee niet ten onrechte ingediend. Hieruit volgt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor vergoeding van de gemaakte proceskosten. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2026.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
- Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
- Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.