Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:29174Zaaknummer NL26.31916

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 oktober 2026
Publicatiedatum
2 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.31916
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin, plakvovo, 8:83, derde lid Awb, vovo afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam 1] , alias [naam 2] , V-nummer: [nummer] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.31916

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam 1] , alias [naam 2] , V-nummer: [nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb[_c7419766-314e-4bec-ad1a-116f85b3cd42] uitspraak zonder zitting.

1.2.

Met het bestreden besluit van 5 juni 2026 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland hiervoor verantwoordelijk is.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld.[_1f64c3a5-e363-4893-afd9-0e8a3bd72ec5]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.31915, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.