Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:27606Zaaknummer NL26.49232

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 september 2026
Publicatiedatum
22 september 2026
Zaaknummer
NL26.49232
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VOVO – connexiteit – niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.49232

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin),

en

de minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit van 25 augustus 2026 beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op basis van artikel 8:81 Awb, eerste lid, dient een voorlopige voorziening te voldoen aan de vereiste connexiteit. Dit vereiste bestaat uit een formeel en een materieel element. Formele connexiteit houdt in dat een voorlopige voorziening uitsluitend kan worden getroffen indien het relateert aan een hoofdzaak.

2. Dit verzoek relateerde aan het beroep met het zaaknummer: NL26.49231. Dit beroep is per 8 september 2026 ingetrokken. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet langer connex is aan een hoofdzaak. Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.