Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:26991Zaaknummer C/09/701293 / FA RK 26-2511
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 25 september 2026
- Zaaknummer
- C/09/701293 / FA RK 26-2511
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eenhoofdig gezag toegewezen; vader onbereikbaar
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2511
Zaaknummer: C/09/701293
Datum beschikking: 17 augustus 2026
Gezag
Beschikking op het op 10 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) sinds 5 juni 2025 geëmigreerd naar een onbekende verblijfplaats in het buitenland.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 24 april 2026 van de moeder;
- het F9D formulier van 5 mei 2026 met bijlage van de moeder;
- het F9D formulier van 28 mei 2026 met bijlage van de moeder.
Op 20 juli 2026 is de zaak zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
In de Basisregistratie Personen staat de vader opgenomen als niet-ingezetene (RNI) met een onbekende verblijfplaats in het buitenland. De vader is openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de op 26 juni 2026 verschenen editie van de Staatscourant met nummer 23462. Ook is een oproep voor de zitting verzonden naar het bij de moeder bekende e-mail adres van de vader. De vader is, ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt te bepalen dat zij voortaan het eenhoofdig gezag zal hebben over de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats 2].
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2019 tot [datum 2] 2024.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats 2].
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en de vader heeft de Turkse nationaliteit.
- Bij beschikking van 17 september 2025 van deze rechtbank is het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling met de kinderen afgewezen.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek over het gezag.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom slechts worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De moeder heeft aangevoerd dat de vader al ruim twee jaar geen contact meer met de kinderen heeft opgenomen. Er is in 2024/2025 alleen incidenteel videobelcontact geweest tussen de vader en [minderjarige 1]. De vader speelt geen enkele rol in het leven van de kinderen meer en heeft geen band met hen. De moeder weet niet waar de vader op dit moment verblijft. Hij is niet bereikbaar en hij heeft geen vast adres. De moeder vindt het belangrijk dat zij het eenhoofdig gezag krijgt omdat er geen enkele communicatie mogelijk is met de vader en het haar niet lukt om toestemming te krijgen als er zaken voor de kinderen geregeld moeten worden. Het is volgens de moeder uiteindelijk na veel moeite gelukt om de inschrijving op school rond te krijgen. De moeder voorziet problemen als zij in toekomst meer belangrijke beslissingen moet nemen voor de kinderen, zoals bijvoorbeeld de inschrijving bij een huisarts of het aanvragen van een paspoort voor de kinderen. Ook voor een eventuele verhuizing of buitenlandse vakantie is het belangrijk dat zij in staat is zelfstandig te handelen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toewijzen. Hoewel gezamenlijk gezag het uitgangpunt is, is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag over de kinderen in hun belang noodzakelijk is. Onweersproken is dat de vader onbereikbaar is voor de moeder. Dat de vader geheel uit beeld is, komt ook naar voren in de beschikking van deze rechtbank van 17 september 2025. De vader geeft feitelijk geen invulling aan het gezag over de kinderen en het is voor de moeder niet mogelijk de vader te spreken over gezagsbeslissingen. Hierdoor kunnen belangrijke zaken voor de kinderen niet geregeld worden, zoals de inschrijving bij een school of huisarts en het aanvragen van een paspoort. Het is belangrijk dat beslissingen voor de kinderen wel kunnen worden genomen, ook voor schoolzaken en medische kwesties. Het is in het belang van de kinderen dat de moeder zulke beslissingen voortaan zelfstandig kan nemen.
BeslissingDe rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder], geboren op [geboortedatum 4] 1988
te ‘s-Gravenhage, het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2024 te [geboorteplaats 2];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 augustus 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.